Van
noord naar zuid zijn dit:
een
smalle laaglandstrook (die met bergen
wordt afgewisseld) langs de 970 km lange
Mediterrane kustlijn;
het Atlasgebergte (hoogste punt: 2310
m) met een Mediterraan klimaat en een
overvloedige vruchtbare grond;
het dunbevolkte, semi-aride Chotts Plateau
(gemiddelde hoogte 1070 m), een aantal
ondiepe zoute meren (chotts) is de leefomgeving
van hoofdzakelijk schapen- en geitherders;
het Sahara Atlasgebergte, een reeks
bergwaaiers (hoogste punt: 2330 m).
Dit laatste deelgebied is een semi-aride
gebied en wordt voornamelijk gebruikt
voor het weiden van vee.
Noord-Algerije wordt regelmatig onderworpen
aan aardbevingen, die, zoals in 1954,
1980 en 2003, verwoestend en dodelijk
kunnen zijn voor duizenden mensen.
Het
dorre en zeer dun bevolkte Saharagebied
heeft een gemiddelde hoogte van 460
m, maar bereikt grotere hoogten in de
Ahaggar. in het zuiden ligt het hoogste
punt van Algerije: Tahat (2918 m). Het
grootste deel van het gebied bestaat
uit grint of rotsen en er is weinig
vegetatie. Er zijn ook grote gebieden
van zandduinen in het noorden en het
oosten.
Geschiedenis
Algerije is een voormalige kolonie van
Frankrijk, dat controle over Algerije
verwierf in het midden van de negentiende
eeuw. Daarvoor behoorde het gebied toe
aan het Ottomaanse Rijk.
De
Fransen ontwikkelden een economie, waarbij
de lokale bevolking achtergesteld werd.
In november 1954 verklaarde het Front
de Libération Nationale (FLN)
de oorlog aan de Franse machthebbers.
Deze vaak bloedige onafhankelijkheidsoorlog
duurde tot maart 1962.
Daarnaast
lijdt het land onder werkloosheid, watertekorten
en woningnood.
In
2003 werd het noorden door een zware
aardbeving getroffen.
Klimaat
Algerije heeft een Subtropisch klimaat
aan de kust (milde, natte winters en
hete droge zomers).
Een
steppeklimaat tot aan de Hoge Plateaus
van de Sahara-Atlas.
Een
woestijnklimaat ten zuiden daarvan.
De woestijn is het heetst in de maand
mei; de temperaturen kunnen dan oplopen
tot 55 ºC.
Het
klimaat is redelijk tot heel vochtig.
In de zomer blaast de sirocco regelmatig
over het land.
Bevolking
Het grootste deel van de bevolking is
van Arabisch-Berberse oorsprong. Ongeveer
1% van de Algerijnse bevolking is uit
Europa in Algerije komen wonen. Voor
de onafhankelijkheid was echter nog
10% van de bevolking Europeaan.
Taal
De
Berbers spraken Arabisch. Tegenwoordig
is Arabisch nog steeds de belangrijkste
taal. Ongeveer 35% van de bevolking
spreekt ook nog een berbertaal, de taal
van de Berbers, ook wel Tamazight genoemd.
Deze oorspronkelijke inwoners leven
meestal in de bergachtige gebieden in
het noorden zoals Kabylië en de
Aures en de Touareg in het zuiden van
het land.
Er
was veel spanning in Algerije, aangezien
Arabisch de enige nationale taal werd
in 1980. Dit beleid werd ongedaan gemaakt
in 2002, toen de president het Tamazight
(Berbers), ook als een nationale taal
verklaarde. Het Frans wordt veel gesproken
in Algerije.
Religie en godsdienstvrijheid
In Algerije is de islam de staatsgodsdienst.
Bijna alle Algerijnen zijn aanhangers
van het soennisme. Tijdens de Algerijnse
burgeroorlog was het land sterk verscheurd
tussen de aanhangers van het FIS en
de door Frankrijk gesteunde seculiere
partijen.
De
katholieke gemeenschap is de belangrijkste
religieuze minderheid. Ze heeft anno
2006 11.000 leden waarvan 110 priesters
en 170 religieuzen. Tijdens de Franse
bezetting van het land telde de katholieke
gemeenschap meerdere honderdduizenden
leden, maar deze kwamen sinds de onafhankelijkheid
in de verdrukking. De ontvoering en
moord van 7 trappisten van de gemeenschap
van O.L. Vrouw van de Atlas in 1996
is hier een illustratie van. Algerije
is tevens het land waar de Zalige Charles
de Foucauld missioneerde in het begin
van de 20e eeuw.
In
Algerije bestaat er geen godsdienstvrijheid.
Zo staan er bijvoorbeeld gevangenisstraffen
van 2 tot 5 jaar en geldboetes van 500.000
tot 1.000.000 dinars (5.000 tot 10.000
euro) op pogingen om een moslim te bekeren
tot een andere godsdienst.
Economie
Ongeveer een kwart van de arbeiders
in Algerije is actief in de landbouw,
maar de landbouw draagt minder bij tot
het BBP van het land dan de mijnbouw
en productie. De staat speelt een belangrijke
rol in de planning van de economie en
bezit vele belangrijke industriële
instellingen, waaronder de mijnbouw
en de financiële sectoren. In de
late jaren '90 vonden er wat privatiseringen
plaats en kwam er meer openheid ten
opzichte van buitenlandse investeringen.
De
landbouw is geconcentreerd in de vruchtbare
valleien en de bassins van het noorden
en in de oasen van de Sahara. De belangrijkste
gewassen zijn tarwe, gerst, haver, citrusvruchten,
wijndruiven, olijven, tabak en vijgen.
Algerije is ook een belangrijke producent
van kurk. Er worden grote aantallen
schapen, gevogelte, geiten en vee gefokt
en er is een kleine visindustrie.
Aardolie
en aardgas, die hoofdzakelijk in het
oosten van de Sahara worden gevonden,
zijn de belangrijkste natuurlijke rijkdommen
van Algerije en zijn belangrijke uitvoerproducten.
De productie was verminderd in de jaren
'80 als gevolg van de uitputting van
middelen, maar nam opnieuw toe in de
late jaren '90.
Er
zijn oliepijpleidingen in de zeehavens
van Arzew in Algerije en Sukhayrah in
Tunesië. In 1993 werd een aardgasleiding
gelegd tussen Hassi r'Mel en Sevilla,
Spanje.
Andere
mineralen die in significante hoeveelheden
worden gewonnen zijn ijzererts, lood,
fosfaten, uranium, zink, zout en steenkool.
De
belangrijkste vervaardigde producten
van het land zijn verwerkt voedsel (in
het bijzonder olijfolie), drank (vooral
wijn), tabaksproducten, bouwmaterialen,
chemische producten, metalen, textiel
en kleding. Er is een beperkt spoor-
en wegennetwerk, hoofdzakelijk het noordelijke
gebied.
De
laatste jaren zijn de jaarlijkse inkomens
van de uitvoer van Algerije iets hoger
dan de kosten van zijn invoer geweest.
De belangrijkste invoerproducten waren
voedsel en dranken, machines, ijzer
en staal en vervoerapparatuur.
De
belangrijkste handelspartners van Algerije
zijn Frankrijk, Italië, de Verenigde
Staten, Duitsland en Spanje. Het land
heeft een zeer hoog werkloosheidscijfer.
Meer dan een miljoen Algerijnen zijn
sinds de onafhankelijkheid naar Frankrijk
geëmigreerd; hun overschrijvingen
vormen een belangrijk supplement voor
de economie. Algerije is een lid van
de Arabische Liga.
Politiek
Tegen
de wens van de Fransen in Algerije in,
verklaarde president Charles de Gaulle
op 3 juli 1962 dat Algerije onafhankelijk
mocht worden. Op 25 september 1962 werd
officieel de republiek uitgeroepen.
Ahmed
Ben Bella, de oprichter van het FLN,
werd premier en een jaar later werd
hij president.
Op
15 juni 1965 werd een staatsgreep gepleegd
onder leiding van kolonel Houari Boumédienne
en werd de democratie vervangen door
een militaire dictatuur. Echter, na
tien jaar geregeerd te hebben verklaarde
Boumédienne dat er verkiezingen
gehouden moesten worden. De nieuwe grondwet
werd per referendum aangenomen in november
1976. Aangezien alleen FLN-leden mee
mochten doen met de verkiezingen, werd
Boumédienne eenvoudig tot president
verkozen.
De
verkiezingen van december 1991 werden
gewonnen door het islamistische Front
Islamique du Salut. De overwinning van
het islamistische FIS kwam hard aan
bij de gevestigde orde en bij Frankrijk,
dat immers een seculiere staat is. Het
leger pleegde een staatsgreep, waarna
het FIS verboden werd en president Bendjedid,
die hervormingen had toegezegd, werd
afgezet. Zijn plaatsvervanger werd de
onbuigzame Liamine Zéroual.
De
Franse regering gaf haar steun aan het
nieuwe bewind van Zeroual en in veel
westerse media ging gejuich op omdat
Algerije van het 'islamitische gevaar'
gered was. Veel westerse media vonden
dan ook dat ondanks de ondemocratische
actie van het leger, Algerije voor de
democratie gered was. De islamitische
wereld reageerde geschokt op dit geval
van dubbele moraal.
Verschillende
aan deze partijen gelieerde groeperingen,
zoals de Groupe Islamique Arme, grepen
daarna naar de wapens waarmee een acht
jaar durende guerrilla en terroristische
oorlog tegen de staat begon. Vermoedelijk
zijn bij deze oorlog rond de 120.000
personen om het leven gekomen.
Algerije
wordt geregeerd conform de grondwet
van 1976, die sindsdien talrijke herzieningen
heeft ondergaan. De uitvoerende tak
wordt geleid door de president, die
algemeen voor een termijn van vijf jaar
wordt gekozen. De eerste minister wordt
benoemd door de president. Het tweekamerparlement
bestaat uit de assemblage van 380 zetels
en de 144 personen tellende zetelraad.
Het rechtssysteem van Algerije is gebaseerd
op Franse en islamitische wet.
Bevolkingsontwikkeling van AlgerijeAlgerije
is een republiek. Het parlement bestaat
uit een nationale verzameling van 389
leden die voor 5 jaar worden gekozen,
en een raad van de natie met 96 indirect
gekozen en 48 door de president benoemde
leden; elke 3 jaar wordt de helft van
de leden gekozen. De president wordt
elke 5 jaar rechtstreeks gekozen.
Bezienswaardigheden
Sahara
De Sahara is de grootste woestijn op
aarde. Hij is gelegen in Noord-Afrika
en strekt zich uit van de Westelijke
Sahara aan de Atlantische Oceaan tot
aan Egypte aan de Rode Zee. Aan de noordzijde
wordt hij begrensd door de Middellandse
Zee en het Atlasgebergte. De zuidzijde
wordt gevormd door de Sahel, een gebied
dat enigszins begroeid is. De rode markering
op de bijgaande kaart geeft slechts
zeer globaal aan waar de Sahara zich
bevindt; de grens is vaag.
Tassili
n'Ajjer
Tassili n'Ajjer is een hoogplateau in
Algerije waar men prehistorische grotkunst
kan vinden. Meer dan 15.000 tekeningen
en gravures laten zien dat hier ten
minste tienduizend jaar geleden al menselijke
cultuur was. Dit gebied, dat destijds
een steppe-achtig landschap moet hebben
gehad, bevat veel rotspartijen die een
waar labyrint in het landschap vormen,
dat weer bijdraagt aan de ontoegankelijkheid
De
geologische formaties die men hier kan
vinden zijn van grote landschappelijke
waarde, met bijvoorbeeld geërodeerde
zandstenen die 'rotsbossen' vormen.
De
inhoud van de diverse rotstekeningen
en -gravures geeft veel mensen aanleiding
de geschiedenis van de mensheid in een
ander (dan gebruikelijk) daglicht te
bezien. Zo zijn er "paddenstoelensjamanen"
gevonden die erop kunnen wijzen dat
het rituele gebruik van van psychotrope
paddenstoelen in dit gebied tot het
culturele erfgoed hebben behoord. Andere
tekeningen hebben geleid tot theorieën
over contacten met buitenaardse wezens,
waarbij waarschijnlijk gestileerde hoofden
door moderne ogen bezien als helmen
worden geïnterpreteerd.
De
locatie staat sinds 1982 op de Werelderfgoedlijst
van UNESCO.
Timgad
Timgad ligt op de noordelijke hellingen
van het Aurèsgebergte in Algerije.
De locatie was oorspronkelijk door de
Romeinse keizer Trajanus in de 1e eeuw
na Chr. opgericht als een militaire
kolonie.
Met
zijn orthogonale ontwerp van het stratenpatroon
en de twee, loodrecht op elkaar staande
routes door de stad, is het een goed
voorbeeld van Romeinse stedenbouwkunde.
In
1982 werd de stad toegevoegd aan de
Werelderfgoedlijst van UNESCO.
|