Het
landschap van Angola wordt gekenmerkt
door savannes en grasland. In het noordoosten
zijn daarentegen dicht beboste valleien
te vinden, die voor hun hardhout worden
gebruikt, en aan de smalle kuststrook
zijn gecultiveerde palmbomen aangeplant.
Vroeger waren er grote regenwouden in
het land, maar die zijn grotendeels
verdwenen als gevolg van de bewerking
van het land voor de landbouw.
Geschiedenis
De geschiedenis van Angola kan worden
verdeeld in verschillende perioden.
Het huidige Angola bestaat pas sinds
de verovering van het binnenland door
de Portugezen aan het eind van de negentiende-eeuw
als één politieke eenheid
en sinds 1975 als onafhankelijke staat.
De naam Angola is daarbij afgeleid van
de titel Ngola van de heersers van het
voormalige koninkrijk Ndongo. Later
werd deze naam gebruikt voor de Portugese
kolonie waaruit het huidige Angola is
ontstaan. Daarvoor hadden de verschillende
volken die Angola bewonen, zoals de
Bakongo, Mbundu en de Ovimbundu, hun
eigen geschiedenis, cultuur en godsdiensten.
Deze verschillen spelen echter in het
huidige Angola nog steeds een belangrijke
rol.
Bevolking
Angola kent verschillende bevolkingsgroepen
met een eigen geschiedenis, cultuur
en godsdiensten. De Ovimbundu is de
grootste etnische groep, gevolgd door
de Mbundu en de Bakongo. De Ovimbundu
wonen voornamelijk op het Bié-plateau,
maar velen zijn naar de steden Lobito
en Luanda getrokken. De Mbundu zijn
vooral vertegenwoordigd in Luanda en
de Malanje-hoogvlakte. De Bakongo wonen
voornamelijk in het uiterste noorden
van het land. Tevens zijn er veel mensen
met een gemengd ras. Voor de onafhankelijkheid
was er ook een invloedrijke minderheid
van Europeanen; na de onafhankelijkheid
van Portugal hebben echter veel Europeanen
Angola verlaten.
Godsdienst
Hoewel sinds de eerste contacten met
de Portugezen veel mensen uit de verschillende
Angolese volkeren door de eeuwen heen
gekerstend zijn (mede door de arbeid
van de missionarissen de zendelingen),
overheersen inheemse godsdiensten overheersen.
Angola kent echter een grote rooms-Katholieke
minderheid en een kleinere protestantse
minderheid.
Angola is dunbevolkt: de bevolkingsdichtheid
is volgens het Ministerie van Buitenlandse
Zaken (2003) 11,2 mensen per vierkante
kilometer. Vooral op het droge zandland
en in het oosten leven erg weinig mensen.
Door oorlog en ziekte zijn sinds de
onafhankelijkheid veel mensen omgekomen.
Toch is de bevolkingsgroei hoog; net
als in vele andere Afrikaanse landen
heeft Angola een hoog geboortecijfer.
Ook is het sterftecijfer hoog, waardoor
de bevolking minder hard groeit dan
in sommige andere landen. De levensverwachting
voor vrouwen is 42,3 jaar, voor mannen
is dat 39,3.
Taal
De grote meerderheid van de bevolking
van Angola is van Afrikaanse afkomst
en veel mensen spreken een Bantoetaal;
de officiële taal is echter Portugees.
Toch wordt het Portugees sinds de onafhankelijkheid
steeds meer gesproken. De meeste mensen
kunnen de taal op zijn minst verstaan.
Onder immigranten wordt daarnaast Engels
en Afrikaans gesproken. Sommige mensen
verstaan Frans, met name in het noorden
van het land.
Cultuur
Angola is een land met vele kleine cultuurtradities,
maar de oorsprong ligt in de Centraal-Afrikaanse
Bantoe-traditie, net als in de omliggende
landen. Familiebanden zijn zeer belangrijk
voor Angolezen. Polygamie, voorouderverering
en duiveluitdrijvingen zijn veelvoorkomende
culturele elementen.
In de kunst van Angola wordt veel gebruik
gemaakt van hout. Vooral de houten beeldhouwwerken
zijn bekend. Muziek en dans zijn belangrijke
andere kunsten.
Vooral in de steden heeft tegenwoordig
de traditionele cultuur plaatsgemaakt
voor een meer Westerse cultuur.
Op sportgebied is voetbal allesoverheersend.
Het wordt door mensen uit het hele sociale
spectrum gespeeld en vele jonge voetballers
dromen van een succesvolle carrière
als professional.
Op muzikaal gebied heeft Angola een
grote invloed op vooral andere Portugeestalige
Afrikaanse landen. Angola is het geboorteland
van de muziekgenres Kizomba en Kuduro.
De genres zijn ook wel bekend als Angola-zouk.
Economie
Angola is met Nigeria het enige olieproducerende
land in Midden- en Zuid-Afrika; in 2007
werd het land lid van de OPEC. Het is
het rijkste en grootste Portugees-sprekende
Afrikaanse land.
De belangrijkste economische sector
is de landbouw. Toch moeten er grote
hoeveelheden voedsel worden ingevoerd,
wegens de discontinuïteit van de
productie als gevolg van de voortdurende
burgeroorlog. Alle productietakken hebben
sinds 1975 onder het conflict geleden.
Koffie en suikerriet zijn de belangrijkste
marktgewassen. Maniok, graan, sisal,
katoen, tabak en bananen worden ook
verbouwd. Daarnaast is voor de havensteden
de visserij een belangrijke inkomstenbron.
In het savannegebied wordt vee, in het
bijzonder rundvee, schapen, geiten en
varkens, gefokt.
Angola heeft grote minerale rijkdommen
en er wordt hydro-elektrische energie
opgewekt (zie Geografie). Toch is olie,
dat voornamelijk voor de kust gevonden
wordt, de meest winstgevende grondstof:
de inkomsten uit deze grondstof vertegenwoordigen
ongeveer de helft van het BBP van het
land. De opbrengsten van de olie hebben
echter weinig effect op de economische
situatie van het land of op het dagelijkse
leven van de Angolezen, omdat reusachtige
sommen geld zijn besteed aan strijdkrachten
of verloren zijn gegaan als gevolg van
overheidscorruptie.
Diamantmijnbouw is een andere belangrijkste
industrie. Tevens wordt er aardgas,
koper, ijzererts, mangaan, fosfaten,
goud, veldspaat, lood, zink, bauxiet
en uranium gewonnen. De belangrijkste
verwerkende industrieën zijn de
metaalindustrie, vlees en visverwerking,
brouwerij en de vervaardiging die van
cement, tabakproducten en textielverwerking.
De trans-Afrikaanse spoorweg van Benguela
verbindt de mijnen van Congo-Kinshasa
en Zambia met het land. Vroeger leverde
de spoorverbinding veel inkomsten op,
maar ook hier heeft de burgeroorlog
en slecht effect gehad: de spoorweg
is grotendeels in onbruik geraakt. Het
wegennet en het communicatiesysteem
zijn ook beïnvloed door het burgerlijk
geschil.
Luanda en Lobito zijn de belangrijkste
scheepshavens van het land. De belangrijkste
handelspartners van Angola zijn de Verenigde
Staten, Portugal en Brazilië.
Klimaat
Angola heeft een tropisch klimaat, met
een duidelijk te onderscheiden droog
en nat seizoen. Er valt over het algemeen
weinig regen in het zuiden en langs
de noordkust (rond Luanda). In noordelijk
Angola is het gewoonlijk droog en koel
van mei tot oktober en nat en heet vanaf
van november tot april.
Steden
Huambo , vroeger Nova Lisboa, is een
stad in centraal West-Angola. Huambo
is de hoofdstad van de gelijknamige
provincie.
In 1928 werd Huambo door de Portugese
kolonisten hernoemd tot Nova Lisboa
(Nieuw Lissabon). Nadat de regio in
1975 onafhankelijk werd, kreeg het zijn
oorspronkelijke naam terug.
Lobito is een stad in Angola met ongeveer
153.000 inwoners . De stad ligt aan
de kust van de Atlantische Oceaan. Lobito
werd gesticht door de Portugezen in
1843.
Benguela
Benguela is een havenstad in Angola,
ten zuiden van Luanda. Benguela is de
hoofdstad van de gelijknamige provincie.
De stad werd in 1617 opgericht door
de Portugezen onder leiding van Manoel
Cerveira Pereira. Het was lange tijd
het centrum van de slavenhandel naar
Brazilië en Cuba.
Namibe,
vroeger Mossamedes of Moçâmedes,
is een stad in Angola. Namibe werd gesticht
door Brazilianen in de 19e eeuw. Tot
de aanleg van de Mocamedes-spoorweg
in 1905 was de stad
|