De
bekkens en gebergten van het Boheemse
massief.
Dit massief is een geplooid gebied dat
de Boheemse laagvlakte in een wijde
boog omsluit. Dit massief omvat in het
noorden het Sudetengebergte met als
hoogste top de Schneekoppe of Sneka
(1603 meter) in het Reuzengebergte.
Het Reuzengebergte is tevens een Nationaal
Park en overwegend begroeid met naaldbomen.
De bron van de rivier de Elbe (Labe)
is ook te vinden in het Reuzengebergte.
Ten westen hiervan ligt het Ertsgebergte
of Krušné hory (hoogste
top Klínovec, 1603 meter), dat
de noordwest- en noordgrens met Duitsland
markeert en rijk is aan delfstoffen,
o.a. bruinkool. Aan de voet hiervan
ligt het vulkanische Duppauergebergte
(Doupovské hory) met veel minerale
bronnen, die de aanleiding zijn geweest
tot het ontstaan van de Tsjechische
kuuroorden. Richting zuidoosten ligt
het Fichtelgebergte en het Boheemse
Woud, gemiddeld ca. 1150 meter hoog
met als hoogste top de Javor met 1330
meter.
De Boheemse laagvlakte bestaat in het
zuiden uit het lage massief van Zuid-Bohemen
en o.a. het Luschnitzer bekken. Door
de Boheemse laagvlakte stromen een aantal
rivieren, waarvan de Moldau (Vlava)
de bekendste is. Ten noordwesten hiervan
ligt het heuvellandschap van het Brdawoud
(tot 850 meter hoog) en de heuvellandschappen
van Noordwest-Bohemen. In het oosten
wordt Bohemen van Moravië gescheiden
door de Moravische hoogten (tot 660
meter hoog).
Aan de voet van Jizerské hory
ligt het Boheems Paradijs (Cesky raj),
een natuurgebied met grillige zandsteenrotsen.
Vlak bij Praag ligt de Tsjechische Karst
(Cesky kras), een gebied dat bekend
is om zijn druipsteengrotten.
De
Silezisch-Moravische corridor
Dit is een licht geaccidenteerd gebied
tussen het Boheemse en het Moravische
deel dat bestaat uit sedimenten en vulkanische
gesteenten.
Moravië is over het algemeen betrekkelijk
vlak met lage bergen en heuvels van
het Boheems-Moravisch Hoogland in het
westen.
De
bekkens en gebergten van het jongere
plooiingsgebergte in Moravië, deel
uitmakend van het westelijk deel van
de Karpaten.
De landschappen van Moravië vallen
samen met de Witte en Kleine Karpaten.
De rivier de Morava loopt van het noorden
naar het zuiden en mondt in de Donau
uit. Door de rivier is een breed dal
ontstaan.
Ten noorden van Brno ligt een bekend
kalksteengebied met veel druipsteengrotten,
onderaardse meertjes en rivieren, de
Moravische Karst (Moravsky kras)
Klimaat
Het klimaat van Tsjechië behoort
tot het Midden-Europese type waarin
het klimaat van west naar oost gaande
een steeds sterker continentaal karakter
krijgt. De gemiddelde temperatuur overdag
bedraagt in Praag in de maand januari
9,5°C en in de maanden juni, juli
en augustus respectievelijk 30,9, 32,7
en 31,8°C. Praag behoort daarmee
tot een van de warmste en droogste plekken
van Tsjechië (486 mm neerslag per
jaar).
Ook andere steden en streken in de dalen
van Bohemen hebben een laag neerslagcijfer.
Weer andere gebieden in Bohemen hebben
een onstabieler klimaat, dat wel wat
lijkt op het Nederlandse klimaat. Het
waait alleen wat minder hard en er valt
veel meer sneeuw.
De gemiddelde temperatuur in geheel
Tsjechië is in juli, de warmste
maand, 18 tot 21°C. De koudste maand
is januari met een gemiddelde van -5°C
tot -11°C. In januari is in Praag
de gemiddelde temperatuur overdag -0,9°C.
De neerslag varieert sterk per plaats,
een gevolg van de geaccidenteerdheid
van het land. In de drie zomermaanden
valt de meeste neerslag. De droogste
periode is van december tot en met februari
met een gemiddelde neerslag van 190-200
mm. De droogste gebieden zijn Midden-Bohemen
en Zuid-Moravië. De gemiddelde
neerslag is in de dalen 450 tot 650
mm per jaar en in de bergen 1000 tot
2000 mm.
In Moravië hebben de laagvlaktes
en dalen in het midden en zuiden een
droger klimaat en is het gemiddeld warmer
dan in Bohemen. De bergstreken in Moravië
kennen een vrij instabiel, vochtig weertype
met neerslaghoeveelheden tot 1550 mm
per jaar.
Cultuur
Tsjechië heeft heel veel historische
monumenten, die de eeuwen glansrijk
hebben overleefd. Na de val van het
Grote Moravisch Rijk in 905 - dat sterk
beïnvloed was door Byzantium -
ontwikkelde de Tsjechische kunst en
cultuur zich en staat het vol met gotische
kathedralen, gebouwen uit de renaissance
en barok en originele voorbeelden van
art nouveau en kubisme.
De beroemdste Praagse schrijver is natuurlijk
de Duits-joodse Frans Kafka, die in
fantastische romans en korte verhalen
een haarscherp beeld heeft geschetst
van de absurde moderne 20ste eeuwse
samenleving.
Andere Tsjechische schrijvers zijn Milan
Kundera ('de ondraaglijke lichtheid
van het bestaan') en de voormalige toneelschrijver
en huidige president Vaclav Havel.
De Tsjechische filmkunst geniet internationale
erkenning dankzij regisseurs als Milos
Forman (One Few over the Cuckook's Nest
en Amadeus) en Jiri Menzel (Ostre sledovane
vlaky/Closely Watched Trains). Last
but not least heeft het land ook grote
klassieke componisten voortgebracht,
met name Antonin Dvorak, Bedrich Smetana
en Leos Janacek.
Verder zijn er diverse kastelen en kloosters
te bezichtigen.
Daarnaast
kent Tsjechië veel andere attracties,
waaronder een groot aantal prachtige
kuuroorden - bijvoorbeeld Karlovy Vary,
Marianske Lazne en Lazne Luhacovice
- met heilzame warme bronnen, historische
stadjes en een fraaie natuurlijke omgeving.
Economie
De Tsjechische economie, tot dan toe
een socialistisch economisch stelsel,
werd sinds januari 1991 groetendeels
geprivatiseerd. Burgers werden in de
gelegenheid gesteld aandelen in bedrijven,
in de vorm van waarborgbiljetten, te
kopen (het zgn. voucher-systeem). Een
andere maatregel om de economie te veranderen
in een vrijemarkteconomie was het vrijgeven
van de prijzen.
Dit leidde al snel tot een hoge inflatie
(in 1991 52%), maar deze daalde echter
weer snel naar een niveau van onder
de 10%. Veel buitenlandse (m.n. westerse)
ondernemers hebben ondertussen in het
land geïnvesteerd. De nabijheid
van de Europese en vooral de Duitse
markt heeft hiertoe in belangrijke mate
bijgedragen. Het bruto nationale product
(bnp) bedroeg in 1995 bijna $148 miljard.
De werkloosheid bedroeg in 2001 8,5%.
In
2001 vertoonde de Tsjechische economie
nog groei, ondanks de wereldwijde stagnerende
economie. Het bruto binnenlandse product
(bbp) steeg in 2001 met 3,6%. Belangrijkste
oorzaak was de sterke particuliere consumptie
door o.a. een stijging van de reële
lonen. Ook het aantal consumptieve leningen
neemt steeds meer toe.
Negatief voor de concurrentiepositie
van de Tsjechische bedrijven is de verhouding
tussen de productiviteit en de groei
van de lonen. De lonen stegen harder
dan de productiviteit waardoor de Tsjechische
producten duurder worden. En dat is
weer slecht voor de export; de handelsbalans
verslechterde dan ook in 2001, de groei
van de import oversteeg die van de export.
Tsjechië
vormt samen met Slowakije, Polen en
Hongarije de zogenaamde Visegrad-groep.
Dit samenwerkingsverband heeft als voornaamste
doel de integratie in de Westerse structuren
te versnellen.
Eten
en drinken
Een typische Tsjechische maaltijd bevat
varkensvlees, met deegballen met zuurkool
of kool.
Zoete toetjes bestaan bijvoorbeeld uit
deegballen van fruit en pannekoeken
(hmm?). De nationale drank is bier en
wordt al sinds jaar en dag in Tsjechië
gebrouwd.
Specialiteiten Specialiteiten in Tjechië
op het gebied van eten zijn:
Knedliky - ronde deegballen gemaakt
van aardappelen
Houskove - brood
Smazeny syr - gefrituurde kaas
Knedliky s vejci - roereieren met deegballen
Tsjechië is een van de landen waar
het bier het eerst werd gebrouwen. Het
is dan ook de nationale drankje van
het land de bekendste merken zijn: Pilsner
Urquell, Budvar en Praagse Staropramen.
Zuid-Moravia produceert goede witte
wijn met de naam bile vino.
Geld
Door het hele land is een groot netwerk
van geldautomaten. Creditcards worden
algemeen geaccepteerd bij winkels, hotels
en restaurants.
Reischeques kunnen over het algemeen
makkelijk worden gewisseld bij de bank,
tegen een kleine commissie van 1 á
2 procent.
|