Algerije

Algerije ligt tussen Marokko en Tunesië, en vormt samen met deze landen de Maghreb.

In het zuiden grenst het van west naar oost aan de Westelijke Sahara, Mauritanië, Mali, Niger en Libië. De Middellandse Zee vormt de noordgrens.

De hoofdstad en grootste stad van het land is Algiers. De meeste mensen wonen in de brede, bergachtige kuststrook. In het zuiden ligt een deel van de noordelijke Sahara. De overheersende godsdienst is de islam, maar het land telt ook een klein percentage christenen.

Algerije valt in twee belangrijke geografische gebieden uiteen: het noordelijke gebied en het veel grotere Sahara- of zuidelijke gebied.

Het noordelijke gebied, dat deel van de Magreb uitmaakt, is samengesteld uit vier parallelle streken

Van noord naar zuid zijn dit:

een smalle laaglandstrook (die met bergen wordt afgewisseld) langs de 970 km lange Mediterrane kustlijn;
het Atlasgebergte (hoogste punt: 2310 m) met een Mediterraan klimaat en een overvloedige vruchtbare grond;
het dunbevolkte, semi-aride Chotts Plateau (gemiddelde hoogte 1070 m), een aantal ondiepe zoute meren (chotts) is de leefomgeving van hoofdzakelijk schapen- en geitherders;
het Sahara Atlasgebergte, een reeks bergwaaiers (hoogste punt: 2330 m). Dit laatste deelgebied is een semi-aride gebied en wordt voornamelijk gebruikt voor het weiden van vee.
Noord-Algerije wordt regelmatig onderworpen aan aardbevingen, die, zoals in 1954, 1980 en 2003, verwoestend en dodelijk kunnen zijn voor duizenden mensen.

Het dorre en zeer dun bevolkte Saharagebied heeft een gemiddelde hoogte van 460 m, maar bereikt grotere hoogten in de Ahaggar. in het zuiden ligt het hoogste punt van Algerije: Tahat (2918 m). Het grootste deel van het gebied bestaat uit grint of rotsen en er is weinig vegetatie. Er zijn ook grote gebieden van zandduinen in het noorden en het oosten.

Geschiedenis
Algerije is een voormalige kolonie van Frankrijk, dat controle over Algerije verwierf in het midden van de negentiende eeuw. Daarvoor behoorde het gebied toe aan het Ottomaanse Rijk.

De Fransen ontwikkelden een economie, waarbij de lokale bevolking achtergesteld werd. In november 1954 verklaarde het Front de Libération Nationale (FLN) de oorlog aan de Franse machthebbers. Deze vaak bloedige onafhankelijkheidsoorlog duurde tot maart 1962.

Daarnaast lijdt het land onder werkloosheid, watertekorten en woningnood.

In 2003 werd het noorden door een zware aardbeving getroffen.

Klimaat
Algerije heeft een Subtropisch klimaat aan de kust (milde, natte winters en hete droge zomers).

Een steppeklimaat tot aan de Hoge Plateaus van de Sahara-Atlas.

Een woestijnklimaat ten zuiden daarvan. De woestijn is het heetst in de maand mei; de temperaturen kunnen dan oplopen tot 55 ºC.

Het klimaat is redelijk tot heel vochtig. In de zomer blaast de sirocco regelmatig over het land.

Bevolking
Het grootste deel van de bevolking is van Arabisch-Berberse oorsprong. Ongeveer 1% van de Algerijnse bevolking is uit Europa in Algerije komen wonen. Voor de onafhankelijkheid was echter nog 10% van de bevolking Europeaan.

Taal

De Berbers spraken Arabisch. Tegenwoordig is Arabisch nog steeds de belangrijkste taal. Ongeveer 35% van de bevolking spreekt ook nog een berbertaal, de taal van de Berbers, ook wel Tamazight genoemd. Deze oorspronkelijke inwoners leven meestal in de bergachtige gebieden in het noorden zoals Kabylië en de Aures en de Touareg in het zuiden van het land.

Er was veel spanning in Algerije, aangezien Arabisch de enige nationale taal werd in 1980. Dit beleid werd ongedaan gemaakt in 2002, toen de president het Tamazight (Berbers), ook als een nationale taal verklaarde. Het Frans wordt veel gesproken in Algerije.

Religie en godsdienstvrijheid
In Algerije is de islam de staatsgodsdienst. Bijna alle Algerijnen zijn aanhangers van het soennisme. Tijdens de Algerijnse burgeroorlog was het land sterk verscheurd tussen de aanhangers van het FIS en de door Frankrijk gesteunde seculiere partijen.

De katholieke gemeenschap is de belangrijkste religieuze minderheid. Ze heeft anno 2006 11.000 leden waarvan 110 priesters en 170 religieuzen. Tijdens de Franse bezetting van het land telde de katholieke gemeenschap meerdere honderdduizenden leden, maar deze kwamen sinds de onafhankelijkheid in de verdrukking. De ontvoering en moord van 7 trappisten van de gemeenschap van O.L. Vrouw van de Atlas in 1996 is hier een illustratie van. Algerije is tevens het land waar de Zalige Charles de Foucauld missioneerde in het begin van de 20e eeuw.

In Algerije bestaat er geen godsdienstvrijheid. Zo staan er bijvoorbeeld gevangenisstraffen van 2 tot 5 jaar en geldboetes van 500.000 tot 1.000.000 dinars (5.000 tot 10.000 euro) op pogingen om een moslim te bekeren tot een andere godsdienst.

Economie
Ongeveer een kwart van de arbeiders in Algerije is actief in de landbouw, maar de landbouw draagt minder bij tot het BBP van het land dan de mijnbouw en productie. De staat speelt een belangrijke rol in de planning van de economie en bezit vele belangrijke industriële instellingen, waaronder de mijnbouw en de financiële sectoren. In de late jaren ’90 vonden er wat privatiseringen plaats en kwam er meer openheid ten opzichte van buitenlandse investeringen.

De landbouw is geconcentreerd in de vruchtbare valleien en de bassins van het noorden en in de oasen van de Sahara. De belangrijkste gewassen zijn tarwe, gerst, haver, citrusvruchten, wijndruiven, olijven, tabak en vijgen. Algerije is ook een belangrijke producent van kurk. Er worden grote aantallen schapen, gevogelte, geiten en vee gefokt en er is een kleine visindustrie.

Aardolie en aardgas, die hoofdzakelijk in het oosten van de Sahara worden gevonden, zijn de belangrijkste natuurlijke rijkdommen van Algerije en zijn belangrijke uitvoerproducten. De productie was verminderd in de jaren ’80 als gevolg van de uitputting van middelen, maar nam opnieuw toe in de late jaren ’90.

Er zijn oliepijpleidingen in de zeehavens van Arzew in Algerije en Sukhayrah in Tunesië. In 1993 werd een aardgasleiding gelegd tussen Hassi r’Mel en Sevilla, Spanje.

Andere mineralen die in significante hoeveelheden worden gewonnen zijn ijzererts, lood, fosfaten, uranium, zink, zout en steenkool.

De belangrijkste vervaardigde producten van het land zijn verwerkt voedsel (in het bijzonder olijfolie), drank (vooral wijn), tabaksproducten, bouwmaterialen, chemische producten, metalen, textiel en kleding. Er is een beperkt spoor- en wegennetwerk, hoofdzakelijk het noordelijke gebied.

De laatste jaren zijn de jaarlijkse inkomens van de uitvoer van Algerije iets hoger dan de kosten van zijn invoer geweest. De belangrijkste invoerproducten waren voedsel en dranken, machines, ijzer en staal en vervoerapparatuur.

De belangrijkste handelspartners van Algerije zijn Frankrijk, Italië, de Verenigde Staten, Duitsland en Spanje. Het land heeft een zeer hoog werkloosheidscijfer. Meer dan een miljoen Algerijnen zijn sinds de onafhankelijkheid naar Frankrijk geëmigreerd; hun overschrijvingen vormen een belangrijk supplement voor de economie. Algerije is een lid van de Arabische Liga.

Politiek

Tegen de wens van de Fransen in Algerije in, verklaarde president Charles de Gaulle op 3 juli 1962 dat Algerije onafhankelijk mocht worden. Op 25 september 1962 werd officieel de republiek uitgeroepen.

Ahmed Ben Bella, de oprichter van het FLN, werd premier en een jaar later werd hij president.

Op 15 juni 1965 werd een staatsgreep gepleegd onder leiding van kolonel Houari Boumédienne en werd de democratie vervangen door een militaire dictatuur. Echter, na tien jaar geregeerd te hebben verklaarde Boumédienne dat er verkiezingen gehouden moesten worden. De nieuwe grondwet werd per referendum aangenomen in november 1976. Aangezien alleen FLN-leden mee mochten doen met de verkiezingen, werd Boumédienne eenvoudig tot president verkozen.

De verkiezingen van december 1991 werden gewonnen door het islamistische Front Islamique du Salut. De overwinning van het islamistische FIS kwam hard aan bij de gevestigde orde en bij Frankrijk, dat immers een seculiere staat is. Het leger pleegde een staatsgreep, waarna het FIS verboden werd en president Bendjedid, die hervormingen had toegezegd, werd afgezet. Zijn plaatsvervanger werd de onbuigzame Liamine Zéroual.

De Franse regering gaf haar steun aan het nieuwe bewind van Zeroual en in veel westerse media ging gejuich op omdat Algerije van het ‘islamitische gevaar’ gered was. Veel westerse media vonden dan ook dat ondanks de ondemocratische actie van het leger, Algerije voor de democratie gered was. De islamitische wereld reageerde geschokt op dit geval van dubbele moraal.

Verschillende aan deze partijen gelieerde groeperingen, zoals de Groupe Islamique Arme, grepen daarna naar de wapens waarmee een acht jaar durende guerrilla en terroristische oorlog tegen de staat begon. Vermoedelijk zijn bij deze oorlog rond de 120.000 personen om het leven gekomen.

Algerije wordt geregeerd conform de grondwet van 1976, die sindsdien talrijke herzieningen heeft ondergaan. De uitvoerende tak wordt geleid door de president, die algemeen voor een termijn van vijf jaar wordt gekozen. De eerste minister wordt benoemd door de president. Het tweekamerparlement bestaat uit de assemblage van 380 zetels en de 144 personen tellende zetelraad. Het rechtssysteem van Algerije is gebaseerd op Franse en islamitische wet.

Bevolkingsontwikkeling van AlgerijeAlgerije is een republiek. Het parlement bestaat uit een nationale verzameling van 389 leden die voor 5 jaar worden gekozen, en een raad van de natie met 96 indirect gekozen en 48 door de president benoemde leden; elke 3 jaar wordt de helft van de leden gekozen. De president wordt elke 5 jaar rechtstreeks gekozen.

Bezienswaardigheden

Sahara
De Sahara is de grootste woestijn op aarde. Hij is gelegen in Noord-Afrika en strekt zich uit van de Westelijke Sahara aan de Atlantische Oceaan tot aan Egypte aan de Rode Zee. Aan de noordzijde wordt hij begrensd door de Middellandse Zee en het Atlasgebergte. De zuidzijde wordt gevormd door de Sahel, een gebied dat enigszins begroeid is. De rode markering op de bijgaande kaart geeft slechts zeer globaal aan waar de Sahara zich bevindt; de grens is vaag.

Tassili n’Ajjer
Tassili n’Ajjer is een hoogplateau in Algerije waar men prehistorische grotkunst kan vinden. Meer dan 15.000 tekeningen en gravures laten zien dat hier ten minste tienduizend jaar geleden al menselijke cultuur was. Dit gebied, dat destijds een steppe-achtig landschap moet hebben gehad, bevat veel rotspartijen die een waar labyrint in het landschap vormen, dat weer bijdraagt aan de ontoegankelijkheid

De geologische formaties die men hier kan vinden zijn van grote landschappelijke waarde, met bijvoorbeeld geërodeerde zandstenen die ‘rotsbossen’ vormen.

De inhoud van de diverse rotstekeningen en -gravures geeft veel mensen aanleiding de geschiedenis van de mensheid in een ander (dan gebruikelijk) daglicht te bezien. Zo zijn er “paddenstoelensjamanen” gevonden die erop kunnen wijzen dat het rituele gebruik van van psychotrope paddenstoelen in dit gebied tot het culturele erfgoed hebben behoord. Andere tekeningen hebben geleid tot theorieën over contacten met buitenaardse wezens, waarbij waarschijnlijk gestileerde hoofden door moderne ogen bezien als helmen worden geïnterpreteerd.

De locatie staat sinds 1982 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Timgad
Timgad ligt op de noordelijke hellingen van het Aurèsgebergte in Algerije. De locatie was oorspronkelijk door de Romeinse keizer Trajanus in de 1e eeuw na Chr. opgericht als een militaire kolonie.

Met zijn orthogonale ontwerp van het stratenpatroon en de twee, loodrecht op elkaar staande routes door de stad, is het een goed voorbeeld van Romeinse stedenbouwkunde.

In 1982 werd de stad toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO.