De gemiddelde hoogte bedraagt van dit
gebergte is ca. 700 meter. Het Donau-laagland
of Donau-Bulgarije ligt ten noorden
van het Balkan- gebergte en is een naar
het noorden afhellend, zeer vruchtbaar
lössplateau, dat tegen de Donau
met een steile oever afbreekt. In het
noordoosten ligt het heuvelachtige woudengebied
van Deli Orman, dat de overgang vormt
naar de Dobroedsja. Ten zuiden van het
Balkan-gebergte ligt de Thracische Laagvlakte
en daarna komen drie belangrijke massieven:
het Rila-gebergte, het Pirin-gebergte
en het Rodopi-massief, dat tot ver in
Griekenland doorloopt. De hoogste top
van Bulgarije ligt in het Pirin-gebergte
en is de Musala (2925 meter).
Bulgarije telt honderden rivieren en
enkele daarvan spelen een grote rol
bij de afwatering en bevloeiing van
het Donau-laagland en de Thracische
Laagvlakte, met name de Donau (Bulgaars:
Dunav), de Iskâr en de Jantra.
Andere belangrijke rivieren zijn de
Tunda, de Marica, de Struma en
de Mesta. Bulgarije kent geen natuurlijke
grote meren, wel enkele grote stuwmeren.
Klimaat
Het typische Midden-Europese landklimaat
met warme zomers en koude winters wordt
in Bulgarije sterk beïnvloed door
de Zwarte Zee en het Balkan-gebergte.
Noord-Bulgarije heeft een uitgesproken
landklimaat, met hete zomers en strenge
winters. Ten zuiden van het Balkan-gebergte,
dat een klimaatscheiding vormt, heerst
een zachter klimaat en vertoond dichter
bij Griekenland steeds meer mediterrane
trekjes.
De gemiddelde dagtemperaturen liggen
in het binnenland rond de 24°C en
juli en augustus is duidelijk de warmste
periode van het jaar. Het is dan gemiddeld
ca. 27°C en langs de Zwarte Zeekust
lopen de temperaturen dan tegen de 30°C.
De zeewind zorgt gelukkig voor wat verkoeling.
Doordat de Zwarte Zee via de Bosporus
in verbinding staat met de Egeïsche
Zee loopt de watertemperatuur van de
Zwarte Zee op tot ca. 23°C in september.
In het Rila-gebergte en de Rodopi kan
’s winters geskied worden.
De neerslag bedraagt gemiddeld 600 mm
per jaar, maar in de bergen valt vaak
meer dan 1000 mm per jaar, vaak in de
vorm van sneeuw. Op de hoogste toppen
blijft de sneeuw tot juni liggen. In
de lagere streken van Bulgarije valt
maar weinig sneeuw. De hoofdregentijd
is de zomer, in het zuiden de herfst.
Het aantal zonuren per dag varieert
van 2 uur in januari en tot 10 uur hartje
zomer.
Bevolking
In juli 2000 telde Bulgarije ca. 8,3
miljoen inwoners. Dit betekent dat Bulgarije
gemiddeld ongeveer 75 inwoners per km2
telt. In 2000 was de bevolkingsgroei
–1,16%. Ongeveer 70% van de bevolking
woont in de steden, waarvan de grootste
zijn Sofia (1,2 miljoen inwoners), Plovdiv
(380.000), Varna (315.000), Boergas
(198.000), Roese (172.000), en Stara
Zagora (153.000). De rest van de bevolking
woont op het dunbevolkte platteland.
De bevolking bestaat voornamelijk uit
Bulgaren (85,5%). De grootste minderheidsgroep
is Turks (9,7%) gevolgd door de Roma
(zigeuners; 2,6%) Verder wonen er o.a.
nog kleine groepen Macedoniërs,
Armeniërs, Roemenen, Russen, joden
en Tataren in Bulgarije. De situatie
van de Turkse minderheid verslechterde
in de loop van de jaren tachtig. In
1984 werden de Turken verplicht een
Slavische naam aan te nemen. In 1988
werd begonnen met grootscheepse intimidatietechnieken
als gevolg waarvan honderdduizenden
Turkse Bulgaren het land verlieten en
naar Turkije vluchtten. Het aantal Roma
is waarschijnlijk veel groter, maar
uit angst voor discriminatie verhelen
veel Roma hun etnische afkomst.
De Russen zijn vooral Russische mannen
en vrouwen die na de Tweede Wereldoorlog
trouwden met Bulgaarse burgers. De Armeniërs
leven vooral in de hoofdstad Sofia en
in Plovdiv. De Macedoniërs worden
officieel niet als een minderheidsgroep
erkend door de Bulgaarse regering. Tot
de Tweede Wereldoorlog woonden er nog
ruim 50.000 joden in Bulgarije. Doordat
er in Bulgarije nauwelijks enig antisemitisme
bestond werd er uiteindelijk niet één
Bulgaarse jood gedeporteerd naar de
Duitse kampen. Dat er nu nog maar ongeveer
4.000 joden in Bulgarije wonen komt
door de massale emigratie naar Israël
die na de tweede wereldoorlog op gang
kwam.
De bevolkingsopbouw doet vrij westers
aan. Het aantal inwoners tussen 0-14
jaar bedraagt 16%, tussen 15-64 jaar
68%, en 65 jaar en ouder 16%. De zuigelingensterfte
is vrij hoog met ca. 15 per 1000 levend
geborenen. De gemiddelde levensverwachting
is voor vrouwen ca. 74 jaar en voor
mannen ca. 68 jaar.
Taal
Bulgaars wordt gesproken door de overgrote
meerderheid van de bevolking en is de
officiële taal van het land. Het
Bulgaars is een Zuid-Slavische taal
die gesproken wordt door de ca. 7,8
miljoen inwoners van Bulgarije en door
minderheden in het Griekse Thracië,
het Roemeense deel van Dobroedsja en
in Moldavië.
Het Slavische alfabet werd in 863 door
de monniken Cyrillus en Methodius geïntroduceerd.
Het eerste alfabet telde aanvankelijk
44 hoofdletters en 48 gewone letters
maar was zo ingewikkeld dat leerlingen
van deze twee monniken een nieuw alfabet
construeerden gebaseerd op het Griekse
cursief.
Waarschijnlijk onder invloed van andere
Balkanvolken is het Slavische systeem
van verbuigingsuitgangen bij de naamwoorden
voor een groot deel verloren gegaan,
terwijl een achter het naamwoord geplaatst
bepaald lidwoord is ontstaan. Tezamen
met de overgang van de combinaties tj,
dj, in št en "d zijn dit de
opvallendste kenmerken van het Bulgaars
ten opzichte van de overige Slavische
talen.
Er zijn twee dialectgroepen, de westelijke
en de oostelijke. De oostelijke dialectgroep
is nog te verdelen in een noord- en
een zuidoostelijke groep. Het voornaamste
verschil ligt in de uitspraak van de
Oud-Slavische è. Het algemeen
beschaafd Bulgaars sluit hierin aan
bij het noordoostelijke dialect. Het
Oud- Bulgaars is de Slavisch-orthodoxe
kerktaal geworden, het Kerk-Slavisch.
Sinds de 12e eeuw wordt de taal Middel-Bulgaars
genoemd, het Nieuw-Bulgaars kwam al
op in de 16e en 17e eeuw, maar verdrong
pas in de 19de eeuw de traditionele
(Kerk-Slavische) schrijftaal. Als schrift
was tot in de 11de eeuw het Glagolitisch
in gebruik en daarna het Cyrillisch,
net als in Rusland, Servië en Macedonië.
Voor de massale uittocht in 1989 was
voor 10% van de bevolking Turks de moedertaal.
Ook veel Roma spreken Turks. Een deel
van de bevolking in de kuststeden spreekt
Grieks en langs de Donau wordt nog wat
Roemeens gesproken.
Geloof
Van het gelovige volksdeel (ca. 40%)
behoort 83,5% tot de Bulgaars- orthodoxe
Kerk, met aan het hoofd een patriarch,
die tevens metropoliet van Sofia is.
Verder is 13% van de gelovigen islamiet,
voornamelijk Turken en Pomaken (moslim
geworden Bulgaren), 1,5% rooms-katholiek
en ieder 1% protestant en jood. De rooms-katholieke
kerk telt twee bisdommen.
De grondwet van 1947 drong de macht
van de kerk sterk terug. Er kwam een
volledige scheiding van kerk en staat,
een verbod voor de kerk op onderwijs
en organisatie van de jeugd en een bepaling
dat geestelijken door de staat worden
betaald. Formeel is de vrijheid van
godsdienst gewaarborgd, maar tevens
bepaalt de grondwet dat de staat toezicht
houdt op de kerkgenootschappen.
Nu het communistische atheïsme
voorbij is er een zeer grote belangstelling
ontstaan voor alles wat te maken heeft
met o.a. bijgeloof, parapsychologische
verschijnselen, occultisme, geesten
en buitenaardse wezens
Het bogomilisme was een ketterse christelijke
beweging uit het middeleeuwse Bulgarije,
afkomstig uit het Byzantijnse Rijk.
De aanhangers geloofden dat de geschiedenis
van het heelal bepaald werd door zowel
God als Satan. Ze gehoorzaamden daardoor
zowel niet aan het wereldse als aan
het kerkelijke gezag waardoor ze door
de kerk in de ban gedaan werden en door
de tsaren vervolgd werden.
Een ander religieus verschijnsel is
de “Witte Broederschap”,
door Peter Dunov tussen de twee wereldoorlogen
opgericht. Dunovs leer is een mengsel
van christelijke en hindoeïstische
elementen die een volmaakte, helderziende
mens zou moeten opleveren. Deze sekte
wordt steeds populairder.
Economie
De economie van de Bulgaarse volksdemocratie
behoorde na de Tweede Wereldoorlog samen
met Albanië tot de armste landen
op de Balkan. Het Oost-Europees herstelplan
(Comecon) zorgde voor grote sociaal-economische
veranderingen. Industrie, transportbedrijven
en banken werden genationaliseerd en
er werden landbouwcoöperaties opgericht.
Alle productiemiddelen waren op een
gegeven moment in handen van de staat
en het eerste vijfjarenplan werd geïntroduceerd.
De nadruk bij dit alles lag op de zware
industrie en de modernisering van de
landbouw. De productie van consumptiegoederen
kwam pas veel later op gang. Werkloosheid
kwam in die tijd nauwelijks voor; voor
iedereen kon een baantje gecreëerd
worden. Er was vaak zelfs een tekort
aan werkkrachten die met duizenden tegelijk
gehaald werden uit landen als Cuba,
Nicaragua en Vietnam.
Het einde van het communisme liet duidelijk
zien hoe kwetsbaar de economie van Bulgarije
was. Zo was de industrie voornamelijk
op de export naar de Sovjet- Unie en
andere Oost-Europese landen gericht.
Deze traditionele afzetmarkt verdween
ineens na de val van de Berlijnse muur
en het Sovjet-rijk. Westerse concurrentie
nam toe en de kwaliteitseisen van de
exportproducten werden opgeschroefd.
De economische hervormingen die nodig
waren om mee te kunnen blijven doen
in de vrije markteconomie, kwamen maar
langzaam op gang. Het Internationaal
Monetair Fonds en Wereldbank stelden
meer dan 1,5 miljard dollar ter beschikking
om de hervormingsplannen te ondersteunen.
De maatregelen zorgden ervoor dat de
aanvankelijke torenhoge inflatie werd
enigszins beteugeld, de staatsuitgaven
werden verminderd, er werd een geleide
loonpolitiek gevoerd en staatsbedrijven
werden verkocht. Nadeel was dat de levensstandaard
van de meeste Bulgaren onder het sociale
minimum belandde. De overgang van een
geleide economie naar de vrije markt
bracht een logische recessie met zich
mee, die in 1994 evenwel bedwongen leek.
De prijzen daalden langzaam, de export
naar het westen nam geweldig toe als
gevolg van de zeer lage lonen, de privatisering
loopt goed en de betalingsbalans is
weer enigszins hersteld.
Verkeer
De belangrijkste verkeersaders zijn
wegen en spoorwegen; er is een net van
ruim 6000 km, waarvan de helft geëlektrificeerd.
Verschillende grote internationale routes
lopen door Bulgarije.
Het wegennet is dicht (37.000 km) en
kent diverse autosnelwegen, die tegen
2000 door een grote ringweg verbonden
zullen zijn. De aanleg van autowegen
heeft prioriteit, mede door de toename
van het aantal personenauto's en het
toeristenverkeer.
De belangrijkste havens aan de Zwarte
Zee zijn Varna en Boergas; er is een
lijndienst naar de Middellandse Zee,
alsmede verbindingen met havens in de
Perzische Golf en India. De Donau is
de enige waterweg in Bulgarije die van
belang is voor de economie, zowel voor
de binnenlandse als de buitenlandse
scheepvaart. De Vriendschapsbrug is
de langste brug over de Donau en verbindt
Ruse met het Roemeense Giurgiu.
Het luchtverkeer wordt op dit moment
geprivatiseerd en is nog in opbouw.
Er zijn elf luchthavens voor binnen-
en buitenlandse vluchten. Het belangrijkste
vliegveld is Vrazjdebna bij Sofia; andere
belangrijke internationale vliegvelden
liggen bij Varna en Burgas.
|