Na
het vallen van het Oostblok en hiermee
de economische hulp van zijn bondgenoten,
werden alsnog de grenzen opengesteld
voor westerse (rijke) toeristen.
Klimaat
Het klimaat op Cuba is bijna het hele
jaar ideaal. De gemiddelde temperatuur
is 25 °C; in de koudste maand, januari,
is de temperatuur gemiddeld 21 °C.
Juli en augustus zijn de warmste en
vochtigste maanden; dan kan de temperatuur
hier en daar (vooral in het oosten)
oplopen tot 40 graden. Gelukkig zorgt
de noordoostpassaat voor een verfrissend
windje.
De
natte periode loopt van mei tot september.
Dan valt er dagelijks wel een bui, maar
het regent zelden een hele dag. Het
gemiddelde aantal dagen met zon is 330!
Het zeewater is het
Natuur
Overal op het eiland staan palmen, meer
dan 70 miljoen, zegt men. Ze staan langs
de wegen en de velden, tussen de tabaksplantages
en aan de rand van de weilanden. Aan
het strand staan ze, en op stille patios,
langs drukke boulevards, rondom monumenten,
of in dichte bossen tussen de bergen.
Muggen
zijn de onaangenaamste beesten op Cuba,
en niet eens malariamuggen, want die
zijn uitgeroeid. Wilde of giftige dieren
zijn er niet. Zelfs de mensen zijn er
ongevaarlijk. Een ander prikbeestje
is een iets minder gemeen soort paardenvliegje
dan de Hollandse, genaamd jején.
Behalve deze twee zijn er nòg
zo’n 6998 soorten insecten!
Taal
Het Spaans dat op Cuba wordt gesproken,
is in het begin moeilijk te verstaan.
De Cubanen spreken razendsnel en ze
slikken de helft van de woorden in;
ze spreken de eind-s niet uit, ook niet
aan het eind van een lettergreep, terwijl
ze de z en de c als s uitspreken. ‘Tot
straks’ of ‘tot ziens’
wordt ‘ta luego, in plaats van
hasta luego. ‘Voor mij’
wordt pa’ mi. Volgens henzelf
komt dat doordat het een aangeleerde
taal is. De uit Afrika geïmporteerde
slaven, de basis van de bevolking, leerden
de taal van hun meesters, door imitatie.
Cubanen
gebruiken veel bijnamen die de boel
verduidelijken: een bus met geledingen
is een acordeón, een Suzuki-busje
noemen ze een huevo, een ei, omdat het
ding zo slecht op de weg ligt. Omdat
er voor de Cubanen bijna geen vlees
is en iedereen maar een paar keer per
week een ei krijgt, net genoeg om in
leven te blijven, heten eieren salvavidas,
reddingsboeien
Eten
Voor een uiterst verfijnde keuken moet
u niet naar Cuba gaan. Het Cubaanse
eten is weinig gevarieerd, nogal vet,
rijk aan koolhydraten en niet erg gekruid.
De Spanjaarden introduceerden indertijd
rijst, citrusvruchten en varkens- en
rundvlees op het eiland, de Afrikanen
brachten van hun geboorteland de broodvrucht
mee, en gebruikten de inlandse knolgewassen
(tubercules). Langzamerhand vermengden
de twee invloeden zich tot de typisch
creoolse keuken zoals die nu nog op
Cuba te proeven valt.
Het
traditionele basisvoedsel is moros y
cristianos: rijst (arroz) met zwarte
bonen (frijoles negros); of congrís:
rijst met rode bonen (frijoles colorados).
Puré africana is zwarte-bonensoep,
witte-bonensoep heet puré bretoña,
San Germán is erwtensoep en San
Cristóbal is soep van rode bonen.
Crema aurora is een soep, bestaande
uit een witte roux met tomatensaus,
crema de queso is dezelfde roux met
kaas erop, crema a la reina een roux
met kip.
De
boniato (zoete aardappel) wordt veel
gegeten. Yuca (in het Afrikaans maniok)
is een populaire groente, bleek-geel
en een beetje melig. Er wordt cassavebrood
van gemaakt, zoals de Indianen al deden.
Malanga is net zo’n soort populaire
knol. Viandas is de verzamelnaam voor
knolgroenten en groene bananen (plátanos
verdes). Deze laatste worden ook veel
gebruikt als groente -in plakken gebakken
(plátanos fritos) of als chips
(mariquitas). In het oostelijk deel
van Cuba, in Santiago de Cuba, worden
ze geprakt, fufú. Het is een
melig hapje, maar daar horen dan knapperig
uitgebakken stukjes varkenszwoerd (chicharrones)
doorheen, en dan is het heel lekker.
Het moet het hoofdbestanddeel van het
voedsel geweest zijn van de guerrilleros
in de Sierra Maestra.
Dranken
Café cubano of café criollo
is een klein kopje sterke koffie, soms
met de suiker er al in. Met café
americano wordt een grote kop slappe
koffie bedoeld. Bij het ontbijt drinken
de Cubanen meestal café con leche,
drie kwart hete melk, een kwart koffie.
In
verschillende provincies zijn verschillende
merken bier (cerveza) te koop: in Pinar
del Río Princesa en in Holguín
Mayabe. Wijn is niet erg populair en
over het algemeen vrij duur. Rum is
een edel bijproduct van het suikerriet
en is er in verschillende soorten: aguardiente,
de traditionele brandewijn van de boeren
en suikerrietsnijders; carta blanca,
lichte drie jaar oude droge rum, geschikt
voor cocktails, maar wat slap voor gewone
consumptie; carta oro, goudgeel, vijf
jaar oud en een stuk lekkerder; en añejo,
zeven jaar oud, op fust gelagerd, goudbruin
en een beetje cognacachtig. Kenners
drinken deze laatste a la roca, met
ijsblokjes.
Accommodaties
De
hotels in Cuba, vooral die voor het
internationale toerisme, bieden totale
verzorging en vermaak. Behalve de restaurants,
bars en cafeteria’s, zijn er winkels
(tiendas) en toeristenbureaus, vaak
is er een postkantoor en een disco,
meestal is er een zwembad. De ruimte
om het zwembad wordt altijd gebruikt
voor veel animación, letterlijk
vrolijkheid, in de vorm van shows, muziek
en dansspelletjes.
Sommige
hotels met twee sterren of minder zijn
weinig comfortabel en verwaarloosd.
Hoewel dat snel kan veranderen: er wordt
veel gebouwd en gerestaureerd. Wel zijn
het vaak mooie jugendstil-gebouwen,
in het centrum van de steden, in tegenstelling
tot de nieuwe, luxueuzere hotels die
buiten het centrum gebouwd zijn.
Openbaar
vervoer
De trein is langzamerhand het belangrijkste
en meest frequent rijdend vervoermiddel.
Maar daar moet de reiziger voorbereid
zijn vertragingen en oponthoud vanwege
panne blijmoedig ondergaan. Gelukkig
altijd in gezelschap van vriendelijke
en vrolijke Cubanen. Ongeveer alle delen
van het eiland zijn per trein te bereiken,
en dat doen bijna 14 miljoen Cubanen
per jaar.
Van
het openbaar vervoer in de stad is op
het ogenblik erg weinig te zeggen. De
bus heet guagua (uitspreken als whawha),
maar de Cubanen hebben hem de bijnaam
aspirina gegeven: de bus verlicht de
pijn van het wachten. In de uitgestrekte
stad Havana is een groot aantal lijnen
tijdelijk opgeheven en er zijn een paar
nieuwe ingezet met andere routes.
Wachttijden
zijn heel lang, en áls de bus
eindelijk komt, is hij afgeladen. Armen
steken aan alle kanten uit de raampjes
en als er een lege auto langsrijdt,
met alleen de chauffeur erin, maken
alle armen de grappige beweging waarmee
Cubanen je gebaren dichterbij te komen.
Plaatselijk vervoer
In de steden bestaan de collectivos
nog steeds: het systeem waarbij een
aantal mensen samen een taxi neemt.
Maar de wegen van een lokale taxi zijn
wonderbaar: het is de taxichauffeur
die bepaalt waar hij heengaat en niet
de klant.
Bij
de meeste hotels staan turisttaxi's.
Het is beter die te nemen: u kunt ze
vragen u weer op te komen halen op een
bepaalde tijd. Want dat is de grote
moeilijkheid: er is geen lokale taxi
meer te vinden als u na genoten plezier
in het hartje van de stad weer terug
wilt naar uw afgelegen hotel. Om een
indicatie van de prijs te geven: buiten
de bebouwde kom kost een taxi ongeveer
0,85 dollarcent per km. In Havana kost
de taxirit van het Comodoro-hotel naar
het oude centrum, een rit van ruim een
kwartier, zeven à acht dollar.
Praktische zaken
Douane
en grensformaliteiten
U hebt een geldig paspoort nodig, uw
terug- of doorreisticket, plus een toeristenkaart.
Als u langer dan een maand op Cuba wilt
verblijven, moet u zich na een maand
melden bij de vreemdelingenpolitie op
Cuba voor een visum.
Voor
een zakenreis hebt u een visum nodig.
Daar moet u langer op wachten: ongeveer
zes weken. Om Cuba binnen te mogen,
moet u ten minste twee overnachtingen
in een hotel geboekt hebben.
U
mag zo veel dollars en andere valuta
(behalve de Cubaanse) invoeren als u
maar wilt. Etenswaren mag u niet meenemen,
dus geen vlees, vis, groenten, kaas
of fruit. U mag drie flessen drank meebrengen
en een slof sigaretten. Dieren zijn
welkom als ze de nodige papieren hebben
en ze moeten 14 dagen in quarantaine.
De
Cubaanse peso, die u trouwens nauwelijks
nodig hebt, mag u niet uitvoeren. Verder
mag u geen inheemse natuurproducten
uitvoeren, zoals schelpen en slakkenhuizen;
en zeker geen producten van beschermde
planten- en diersoorten, dus geen zwart
koraal, schildpadschild, vlinders, ivoor
of reptielenhuid. Om krokodillenproducten
uit een Cubaans broedgebied mee te nemen,
moet u papieren hebben die aantonen
dat u ze op wettelijke wijze hebt aangeschaft.
Gezondheid
De medische verzorging is goed en kosteloos.
Voor iedere 120 Cubaanse gezinnen is
er één huisdokter. Iedere
provincie heeft een Aids-ziekenhuis.
Negen miljoen mensen zijn getest op
Aids en er zijn ongeveer 700 gevallen
van Aids op het eiland bekend. Het beleid
is erop gericht, de patiënten te
isoleren.
Sinds
kort zijn er kleine klinieken voor buitenlanders;
daar moet u dus betalen, minimaal 15
dollar. En ieder hotel heeft een medische
hulppost (posta medica of cruz roja).
Mocht u onverhoopt in een normaal ziekenhuis
terechtkomen, dan is de behandeling
gratis. Waarschijnlijk moet u dan wel
uw medicijnen betalen, maar die zijn
over het algemeen goedkoop.
Er
zijn veel apotheken, ook in de provincie.
Sommige zijn erg mooi. Op de apotheken
die 24 uur open zijn, staat turno permanente;
apotheken zijn ook te herkennen aan
de afwezigheid van een rij.
Het
water is drinkbaar, hoewel het niet
overal even lekker smaakt. Al het eten
is schoon; alles is trouwens schoon.
Geldzaken
De Cubaanse peso bestaat uit 100 centavos
in munten van 5, 20 en 40 centavos.
De peso bestaat als munt en als biljet.
Het biljet van 1 peso is olijfgroen,
met aan de ene kant een plaatje van
José Martí en aan de andere
kant een afbeelding van de triomfantelijke
entree van Castro en zijn leger in Havana
op 8 januari 1959.
Het 3 peso-biljet is rood, met aan de
ene kant een portret van Che Guevara
en aan de andere kant een plaatje van
hem als machetero aan het werk, met
de tekst ‘Che -stuwende kracht
van het vrijwilligerswerk’.
Omdat
in Cuba alles schaars en op de bon is,
zijn de gewone winkels zo ongeveer leeg.
Buitenlanders kunnen bijna niets kopen,
niet omdat het niet mag, maar omdat
het er niet is. Alleen in de diplomaten-
en dollarwinkels is van alles te koop.
Sinds kort kunnen de Cubanen daar ook
terecht, hoewel ze zich soms moeten
legitimeren.
Dan
zijn er nog de certificados de devisa
ofwel de B-certificaten. Die zijn net
zo veel waard als de dollar. Dit geld
is enkele jaren geleden speciaal vervaardigd
voor de toeristenindustrie, om de schaarste
aan dollars enigszins te overbruggen.
Wisselgeld in B-certificaten moet u
weer snel uitgeven, want dat is buiten
Cuba niet te gebruiken. Uw wisselbon
voor pesos moet u ook goed bewaren,
want als u het land verlaat, kunt u
tot een maximum van 10 pesos uw overgebleven
geld inwisselen voor dollars, als u
tenminste kunt bewijzen dat u er legaal
aan bent gekomen.
Behalve
met dollars en certificaten, kunt u
ook met travellers cheques of met credit
cards, als die niet uitgegeven zijn
in Amerika. Uw American Express-kaartje
kunt u beter thuis laten, daar kunt
u niets mee in Cuba. Als u travellers
cheques wilt inwisselen, moet u er rekening
mee houden dat de deviezenvoorraad van
de hotels, en soms ook van de banken,
beperkt is. U kunt beter cheques meenemen
in kleine coupures.
Tijdsverschil
In Cuba noteert men de tijd op de Amerikaanse
manier: van middernacht tot 12 uur in
de ochtend is het AM, van 12 uur tot
middernacht PM. Dus 15.30 uur is 3.30
PM. Het is in Cuba zes uur vroeger dan
in Nederland en België.
|