vakantie Curacao

Curaçao is het grootste eiland van de Nederlandse Antillen, het middelste van de Benedenwindse Eilanden. Het heeft een oppervlakte van 472 km2, met 152.000 inwoners. Het ligt op 60 kilometer van het Zuid-Amerikaanse vasteland in het zuidelijke deel van de Caribische Zee. Ten zuidoosten van Curaçao ligt Klein-Curaçao, een klein onbewoond eilandje.

Curaçao is ongeveer 100 miljoen jaar geleden onder de zee ontstaan. De oudste rotsformaties bestaan voor het grootste deel uit vulkanische gesteenten. Deze oude gesteenten werden 60 miljoen jaar geleden boven zeeniveau getild en daarna omgeven door koraalkalksteen.

Het landschap is voornamelijk vlak met hier en daar wat heuvels, met name in het noordwesten. Het hoogste punt op Curaçao is de St.-Christoffelberg (372 m). De noordkust is steil en rotsachtig, en daardoor voor de scheepvaart niet toegankelijk. De zuidkust kenmerkt zich door veel baaien en ondiepe inhammen. De belangrijkste binnenbaai is het Schottegat. Er zijn geen permanente riviertjes, maar beddingen die zich alleen vullen als het heel hard heeft geregend. Aan de zuidwestkust komen veel kleine koraalzandstrandjes voor. Curaçao heeft geen kilometerslange witte zandstranden.

Klimaat
Het eiland heeft een semi-aride (=droog en dor) tropisch klimaat dat wordt gematigd door de noordoostpassaat die aangenaam verkoelend werkt. Dit betekent veel zon en weinig regen. De gemiddelde jaartemperatuur is 27,5°C en het verschil tussen zomer en winter is maar 2,5 graden. Ook het verschil tussen dag en nacht is maar klein, namelijk 5,6 graden. De zeewatertemperatuur is erg warm met gemiddeld 26,8°C. Gemiddeld valt er tussen de 50 en 75 cm regen per jaar. Het regent meestal ‘s morgens in de vorm van korte hevige buien die verspreid over het eiland vallen. De meeste regen valt in de maanden oktober, november en december. De warmste maanden zijn augustus, september en oktober. De “koelste” (29°C !) maanden zijn januari en februari.

Geschiedenis
Over de oorspronkelijke bewoners is weinig bekend. Opgravingen geven aan dat Curaçao al honderden jaren bewoond moet zijn geweest. Deze indianen, Arawakken, waren afkomstig van het vasteland van Zuid-Amerika. Bewijs hiervoor is het feit dat ze dezelfde voorwerpen gebruikten en op dezelfde manier werkten, leefden en woonden als de indianen op het Zuid-Amerikaanse vasteland. Het waren primitieve, nog in het stenen tijdperk levende indianen die leefden van de visvangst en plantaardig voedsel. Historici zijn het er niet over eens wie Curaçao heeft ontdekt. Wel bekend is dat het in 1499 ontdekt werd, ofwel door Alonso de Ojeda, ofwel door Amerigo Vespucci, naar wie het Amerikaanse continent is genoemd. Van Vespucci is bekend dat hij Curaçao heeft bezocht. Van een bezoek aan Curaçao door Alonso de Ojeda is geen enkel schriftelijk bewijs bekend. De Spanjaarden noemden de eilanden “Islas de los Gigantes” (Eilanden van de reuzen) omdat de indiaanse bevolking met kop en schouders boven de Spanjaarden uitstak. In 1513 verklaarden de Spanjaarden de ABC-eilanden tot “Islas Inutiles” (nutteloze eilanden) omdat er geen goud en natuurlijke rijkdommen te vinden waren. Daarop werden de indianen als slaven afgevoerd naar het eiland Hispaniola. Tegen het eind van de 16e eeuw kwamen de Hollanders in beeld. Voor de haringvisserij hadden ze veel zout nodig en door de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) besloten de Spanjaarden en de Portugezen geen zout meer aan de Hollanders te leveren. Hun oog viel toen op de rijkgevulde zoutpannen van het Caribische gebied en tevens probeerde men een militair steunpunt in het Caribische gebied te vestigen. In 1633 stichtte de West-Indische Compagnie (WIC) een steunpunt op Sint Maarten en in 1634 veroverde men Curaçao. Dit ging vrij gemakkelijk omdat de Spanjaarden het eiland nauwelijks verdedigden.

Men gebruikte het eiland dus als uitvalshaven, maar door de natuurlijk haven, het Schottegat, ontwikkelde het zich al snel tot een belangrijk handelscentrum. Het werd een stapelplaats van textiel, meubelen en koloniale producten voor de schepen die op doorreis waren naar Amerika en Europa. Van 1673 tot 1800 werd Curaçao door de Fransen verschillende keren aangevallen. Het lukte de Fransen echter niet om Curaçao te veroveren. In 1804, 1805 en in 1807 vielen de Engelsen Curaçao aan. De tegenstand in 1807 was erg gering en de Engelsen namen het eiland in. In 1814 werd Curaçao tijdens de Conventie van Londen aan Nederland teruggegeven. Tegen het einde van de negentiende eeuw bevond Curaçao zich in een diepe crisis. De handel ging sterk achteruit en oogsten mislukten. In 1914 begon de Shell men met de exploitatie van aardolie in Venezuela en dat zou voor Curaçao een ingrijpende gebeurtenis worden. De olie werd namelijk geraffineerd (gezuiverd) op Curaçao, en de bedrijvigheid en de werkgelegenheid namen explosief toe. Een ander gevolg was dat de raffinaderij en andere bedrijven die zich gingen vestigen op Curaçao duizenden buitenlandse werknemers aantrokken. De afhankelijkheid van de raffinaderij hield ook een groot risico in. In 1929 bijvoorbeeld liep de aanvoer en de olieprijs sterk terug met als gevolg dat van de 11.000 mensen die in de olieindustrie werkten er maar 3400 overbleven. In de Tweede Wereldoorlog werd Curaçao eerst door de Engelsen en later door de Amerikanen bezet om het eiland te verdedigen tegen de Duitsers. De raffinaderij leverde een groot aandeel in de brandstofvoorziening voor de legers van de geallieerden en was daarom strategisch van grote waarde. De schade bleef echter zeer beperkt. Grote veranderingen bracht het “Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden” in 1954. Dit was een verdrag waarin Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen een vrijwel volledige zelfstandigheid van bestuur gaf. Dat betekende autonomie op alle terreinen behalve op defensie en buitenlandse zaken. Op 25 november 1975 werd dit statuut gewijzigd; Suriname werd een geheel onafhankelijke republiek. Op 1 januari kwam daar opnieuw verandering in. Aruba kreeg de “Status Aparte” en sinds die datum bestaan de Nederlandse Antillen uit Curaçao, Bonaire, Sint-Maarten, Sint-Eustatius en Saba. Op Curaçao vond in november 1993 een referendum plaats waarin de kiesgerechtigden zich konden uitspreken over de verhouding met Nederland of volledige onafhankelijkheid. Een overgrote meerderheid sprak zich uit voor het handhaven van de band met Nederland. In 1994 werd ook besloten dat de vijf eilanden binnen één constitutioneel verband zouden blijven samenwerken. Daardoor ziet de toekomst voor de eilanden en dus ook voor Curaçao er een stuk zekerder uit.
Bij de eilandraadsverkiezingen van mei 2003 won de omstreden arbeiderspartij Frente Obrero (FOL) van Anthony Goddett op Curaçao de ruime meerderheid. De partij sleepte acht van de 21 zetels in de wacht, een verdubbeling ten opzichte van 1999. De regeringspartij PAR behield vijf zetels en de Vakbondspartij van Errol Cova behaalde drie zetels. De Nationale Volkspartij PNP daalde van vijf naar twee zetels, de sociale partij MAN behield twee zetels en nieuwkomer LNPA (Geen Stap Achteruit) behaalde één zetel. Godett werd kort voor de verkiezingen vrijgelaten uit de gevangenis, waar hij vastzat op verdenking van het aannemen van smeergeld.

Planten en dieren
In het droge klimaat van Curaçao komen ongeveer 500 soorten planten en bomen voor. Vergeleken met het Zuid-Amerikaanse vasteland is dat niet veel. Bomen komen bijna niet voor, cactussen daarentegen heel veel, en grote gebieden zijn nauwelijks begroeid. Door de grondwaterwinning zijn grote gebieden verdord en verzilt. Een voorbeeld hiervan is de hele kuststrook van de noordkust De meeste vegetatie vindt men op die plaatsen waar het watervasthoudende kalksteen bedekt is met een laagje basaltstof, dat rijk aan mineralen is. Aan de oevers van de baaien komen verschillende soorten mangroves voor. Deze bomen staan met hun wortels in het water en “ademen” door luchtwortels die van de takken naar beneden hangen. De bekendste boom van de ABC-eilanden (Aruba, Bonaire en Curaçao) is de divi-divi of waaiboom. Kenmerkend voor Curaçao zijn de cactussen die soms hele wouden vormen. Ook palmbomen komen op Curaçao voor maar zijn vermoedelijk door de Spanjaarden geïmporteerd en vooral bij de hotels en stranden te zien. Met de dierenwereld is het wat beter gesteld, maar ook hier is het vergeleken met bijvoorbeeld Venezuela maar behelpen. Uniek voor Curaçao is het Curaçaose hertje ofwel witstaarthert.

De lokale bevolking noemt het “bina”. Sinds 1931 zijn ze wettelijk beschermd en het huidige aantal wordt op 400 geschat. Op Curaçao komen verder zo’n zestien soorten hagedissen voor waarvan de plantenetende leguaan de bekendste is. Geiten komen in groten getale voor en in mindere mate ezels. De geiten lopen veelal los rond en berokkenen grote schade aan de plantenwereld op Curaçao. De meeste vogels die op Curaçao voorkomen overwinteren alleen maar of zijn op doortocht naar een broedplaats.
Prachtige vogels zijn de West-Indische parkieten, rode en groene kolibries en het feloranje suikerdiefje. Ook de Caribische flamingo komt af en toe langs, vooral in het broedseizoen op zoek naar voedsel. De broedplaats van deze vogel is op Bonaire.

In de zee rondom Curaçao komen prachtige koraalriffen voor (koraal bestaat uit levende organismen) en het aantal vissoorten is zeer gevarieerd. Enkele bijzondere vissen zijn de barracuda, een snoeksoort die een lengte van twee meter kan bereiken, en de murene, een aalsoort die ook twee meter lang kan worden. Ook haaien komen vrij veel voor. Het water is echter zo voedselrijk dat ze geen gevaar voor de mens opleveren.

Taal
Hoewel er in het Nederlands wordt lesgegeven, is het Papiaments voor de meeste mensen de moedertaal. De naam Papiamento is waarschijnlijk ontstaan uit het Portugese “papear” wat “gepraat’ betekent. Het Papiaments is een typische mengtaal met Portugese en Spaanse grammatica en met veel woorden uit het Engels en het Nederlands. Het is waarschijnlijk in de zeventiende eeuw ontstaan, om de communicatie mogelijk te maken tussen slaven en meesters en tussen slaven onderling. Het wordt door alle sociale klassen gesproken en het is een onderdeel geworden van de eigen identiteit. De eerste basisschool waar de voertaal het Papiaments is, is inmiddels een feit. De oprichter van deze school is Frank Martinus Arion, een bekende Curaçaose schrijver. De meeste mensen op Curaçao spreken naast Nederlands en Papiaments ook nog vloeiend Spaans en Engels.

Bevolking
De Hollanders deporteerden in de 17e eeuw de Spanjaarden en de meeste indianen. Begin 19e eeuw waren de laatste indianen verdwenen. Twintig jaar na de Hollanders vestigden zich Portugese (Sefardische) joden op Curaçao. Dit gebeurde na de val van de Hollandse kolonie in Brazilië in 1654. Een andere groep die zich op het eiland vestigde na de afschaffing van de slavernij, waren afstammelingen van de Afrikaanse slaven. Deze drie cultureel sterk verschillende bevolkingsgroepen hielden tot de komst van de raffinaderij begin 20e eeuw een bepaald bevolkingspatroon in stand. De vestiging van de Shell-raffinaderij in de jaren twintig van deze eeuw leidde tot een bevolkingsexplosie door immigratie uit de omliggende (ei)landen, Nederland, Portugal en het Midden-Oosten. De bevolking groeide van 37.000 in 1915 tot 91.000 in 1947. Daarvan waren er 25.000 van niet-Antilliaanse afkomst. Volgens de volkstelling van 1992 heeft Curaçao 144.000 inwoners. Illegalen meegerekend wonen er waarschijnlijk rond de 160.000 inwoners. Vijfentachtig procent daarvan is van Nederlands-Antilliaanse afkomst. Tien procent bestaat uit Nederlanders en de rest bestaat uit een veelheid aan nationaliteiten waarvan de meeste Portugezen, Fransen en Engelsen zijn, afkomstig van andere Caribische eilanden.

Economie
Vergeleken met Latijns-Amerikaanse landen is Curaçao rijk en welvarend. Het inkomen per hoofd van de bevolking bedraagt gemiddeld 10.850 dollar per persoon per jaar. De welvaart blijkt ook de lage kindersterfte, de hoge levensverwachting en zelfs uit het hoge aantal auto’s, koelkasten en videoapparatuur per inwoner. Curaçao heeft de meeste verschillende economische activiteiten met de olieraffinaderij, de dokken en een groot scheepsreparatiebedrijf, heel veel banken en financiële offshore-bedrijven. Ook de handel, met uitgebreide taxfree-zones, neemt een grote plaats in. Ook is er toerisme op Curaçao, alleen veel minder dan op Aruba of Sint-Maarten. In 1997 kwamen er 420.000 toeristen naar Curaçao. De industrie biedt plaats aan ongeveer twaalf procent van de werkende bevolking. Tien procent van de bevolking werkt voor financiële instellingen en weer tien procent werkt in de bouwnijverheid. Verder is er een zeer groot ambtenarenapparaat; zeventig procent van de overheidsinkomsten gaat op aan ambtenarensalarissen. Volgens de officiële instanties is op Curaçao achttien procent van de bevolking werkloos en in sommige achterstandswijken is de helft van de jongeren werkloos! Deze cijfers moeten echter met een grote korrel zout genomen worden omdat het vaak verouderde cijfers zijn en op Curaçao hebben veel werklozen regelmatig losse baantjes. Nederland steunt Aruba en de Nederlandse Antillen jaarlijks met ongeveer 275 miljoen gulden. Deze afhankelijkheid van Nederlandse hulp wordt steeds meer als negatief ervaren maar het lijkt een illusie dat met name Curaçao op korte termijn zonder Nederlandse hulp kan. Uit een armoedeonderzoek in 1999 blijkt dat één op de zes mensen denkt het eiland te verlaten, omdat zij geen uitzicht hebben op een betere toekomst. Ook bleek dat één op de zes Curacaoënaars onder de armoedegrens leeft.Een recordaantal van 7868 Curacaoënaars is in 2000 geëmigreerd naar Nederland. Een jaar eerder was dat nog 7006, in 1998 6033.

Beziensvaardigheden

Fort Amsterdam
Dit is het oudste nog bestaande bouwwerk van Curaçao. Men vindt er nu de Staten en de Ministerraad van de Nederlandse Antillen. Ook de ambtswoning van de gouverneur bevindt zich in het fort.

Grotten van Hato
De Grotten van Hato beslaan een oppervlakte van 4.900 m2 en men kan er o.a. mooie druipsteenvormen en indiaanse muurschilderingen zien. Onder begeleiding van een gids kunnen de grotten bezocht worden.

Curaçao Sea Aquarium
In 46 aquaria en een aantal buitenbassins zijn meer dan 400 soorten Caribische vissen en schelpdieren te zien. Men kan snorkel- en duikapparatuur huren om de vissen, haaien en schildpadden onderwater te bekijken. Het is ook mogelijk om al het moois via een glasbodemboot te bekijken. Verder is er elke dag een zeeleeuwenshow.

Curaçaosch museum
Historisch museum gevestigd in een voormalig militair hospitaal. In de museumtuin zijn oude straatlantaarns, standbeelden en oude scheepskanonnen te vinden. Er zijn drie stijlkamers met 19e-eeuws Curaçaos meubilair en schilderijen van lokale en Nederlandse schilders. Verder is er een archeologisch-geologische afdeling.

Christoffelpark
Dit is een 3500 ha groot heuvelachtig natuurgebied in het westen van Curaçao. Alle wilde dieren die op Curaçao voorkomen zijn hier te vinden. In het park zijn drie autoroutes uitgezet. Vanaf de top van de Christoffelberg heeft men een schitterend uitzicht over Curaçao

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>