Klimaat
Het eiland heeft een semi-aride (=droog
en dor) tropisch klimaat dat wordt gematigd
door de noordoostpassaat die aangenaam
verkoelend werkt. Dit betekent veel
zon en weinig regen. De gemiddelde jaartemperatuur
is 27,5°C en het verschil tussen
zomer en winter is maar 2,5 graden.
Ook het verschil tussen dag en nacht
is maar klein, namelijk 5,6 graden.
De zeewatertemperatuur is erg warm met
gemiddeld 26,8°C. Gemiddeld valt
er tussen de 50 en 75 cm regen per jaar.
Het regent meestal 's morgens in de
vorm van korte hevige buien die verspreid
over het eiland vallen. De meeste regen
valt in de maanden oktober, november
en december. De warmste maanden zijn
augustus, september en oktober. De "koelste"
(29°C !) maanden zijn januari en
februari.
Geschiedenis
Over
de oorspronkelijke bewoners is weinig
bekend. Opgravingen geven aan dat Curaçao
al honderden jaren bewoond moet zijn
geweest. Deze indianen, Arawakken, waren
afkomstig van het vasteland van Zuid-Amerika.
Bewijs hiervoor is het feit dat ze dezelfde
voorwerpen gebruikten en op dezelfde
manier werkten, leefden en woonden als
de indianen op het Zuid-Amerikaanse
vasteland. Het waren primitieve, nog
in het stenen tijdperk levende indianen
die leefden van de visvangst en plantaardig
voedsel. Historici zijn het er niet
over eens wie Curaçao heeft ontdekt.
Wel bekend is dat het in 1499 ontdekt
werd, ofwel door Alonso de Ojeda, ofwel
door Amerigo Vespucci, naar wie het
Amerikaanse continent is genoemd. Van
Vespucci is bekend dat hij Curaçao
heeft bezocht. Van een bezoek aan Curaçao
door Alonso de Ojeda is geen enkel schriftelijk
bewijs bekend. De Spanjaarden noemden
de eilanden "Islas de los Gigantes"
(Eilanden van de reuzen) omdat de indiaanse
bevolking met kop en schouders boven
de Spanjaarden uitstak. In 1513 verklaarden
de Spanjaarden de ABC-eilanden tot "Islas
Inutiles" (nutteloze eilanden)
omdat er geen goud en natuurlijke rijkdommen
te vinden waren. Daarop werden de indianen
als slaven afgevoerd naar het eiland
Hispaniola. Tegen het eind van de 16e
eeuw kwamen de Hollanders in beeld.
Voor de haringvisserij hadden ze veel
zout nodig en door de Tachtigjarige
Oorlog (1568-1648) besloten de Spanjaarden
en de Portugezen geen zout meer aan
de Hollanders te leveren. Hun oog viel
toen op de rijkgevulde zoutpannen van
het Caribische gebied en tevens probeerde
men een militair steunpunt in het Caribische
gebied te vestigen. In 1633 stichtte
de West-Indische Compagnie (WIC) een
steunpunt op Sint Maarten en in 1634
veroverde men Curaçao. Dit ging
vrij gemakkelijk omdat de Spanjaarden
het eiland nauwelijks verdedigden.
Men gebruikte het eiland dus als uitvalshaven,
maar door de natuurlijk haven, het Schottegat,
ontwikkelde het zich al snel tot een
belangrijk handelscentrum. Het werd
een stapelplaats van textiel, meubelen
en koloniale producten voor de schepen
die op doorreis waren naar Amerika en
Europa. Van 1673 tot 1800 werd Curaçao
door de Fransen verschillende keren
aangevallen. Het lukte de Fransen echter
niet om Curaçao te veroveren.
In 1804, 1805 en in 1807 vielen de Engelsen
Curaçao aan. De tegenstand in
1807 was erg gering en de Engelsen namen
het eiland in. In 1814 werd Curaçao
tijdens de Conventie van Londen aan
Nederland teruggegeven. Tegen het einde
van de negentiende eeuw bevond Curaçao
zich in een diepe crisis. De handel
ging sterk achteruit en oogsten mislukten.
In 1914 begon de Shell men met de exploitatie
van aardolie in Venezuela en dat zou
voor Curaçao een ingrijpende
gebeurtenis worden. De olie werd namelijk
geraffineerd (gezuiverd) op Curaçao,
en de bedrijvigheid en de werkgelegenheid
namen explosief toe. Een ander gevolg
was dat de raffinaderij en andere bedrijven
die zich gingen vestigen op Curaçao
duizenden buitenlandse werknemers aantrokken.
De afhankelijkheid van de raffinaderij
hield ook een groot risico in. In 1929
bijvoorbeeld liep de aanvoer en de olieprijs
sterk terug met als gevolg dat van de
11.000 mensen die in de olieindustrie
werkten er maar 3400 overbleven. In
de Tweede Wereldoorlog werd Curaçao
eerst door de Engelsen en later door
de Amerikanen bezet om het eiland te
verdedigen tegen de Duitsers. De raffinaderij
leverde een groot aandeel in de brandstofvoorziening
voor de legers van de geallieerden en
was daarom strategisch van grote waarde.
De schade bleef echter zeer beperkt.
Grote veranderingen bracht het "Statuut
voor het Koninkrijk der Nederlanden"
in 1954. Dit was een verdrag waarin
Nederland, Suriname en de Nederlandse
Antillen een vrijwel volledige zelfstandigheid
van bestuur gaf. Dat betekende autonomie
op alle terreinen behalve op defensie
en buitenlandse zaken. Op 25 november
1975 werd dit statuut gewijzigd; Suriname
werd een geheel onafhankelijke republiek.
Op 1 januari kwam daar opnieuw verandering
in. Aruba kreeg de "Status Aparte"
en sinds die datum bestaan de Nederlandse
Antillen uit Curaçao, Bonaire,
Sint-Maarten, Sint-Eustatius en Saba.
Op Curaçao vond in november 1993
een referendum plaats waarin de kiesgerechtigden
zich konden uitspreken over de verhouding
met Nederland of volledige onafhankelijkheid.
Een overgrote meerderheid sprak zich
uit voor het handhaven van de band met
Nederland. In 1994 werd ook besloten
dat de vijf eilanden binnen één
constitutioneel verband zouden blijven
samenwerken. Daardoor ziet de toekomst
voor de eilanden en dus ook voor Curaçao
er een stuk zekerder uit.
Bij de eilandraadsverkiezingen van mei
2003 won de omstreden arbeiderspartij
Frente Obrero (FOL) van Anthony Goddett
op Curaçao de ruime meerderheid.
De partij sleepte acht van de 21 zetels
in de wacht, een verdubbeling ten opzichte
van 1999. De regeringspartij PAR behield
vijf zetels en de Vakbondspartij van
Errol Cova behaalde drie zetels. De
Nationale Volkspartij PNP daalde van
vijf naar twee zetels, de sociale partij
MAN behield twee zetels en nieuwkomer
LNPA (Geen Stap Achteruit) behaalde
één zetel. Godett werd
kort voor de verkiezingen vrijgelaten
uit de gevangenis, waar hij vastzat
op verdenking van het aannemen van smeergeld.
Planten en dieren
In
het droge klimaat van Curaçao
komen ongeveer 500 soorten planten en
bomen voor. Vergeleken met het Zuid-Amerikaanse
vasteland is dat niet veel. Bomen komen
bijna niet voor, cactussen daarentegen
heel veel, en grote gebieden zijn nauwelijks
begroeid. Door de grondwaterwinning
zijn grote gebieden verdord en verzilt.
Een voorbeeld hiervan is de hele kuststrook
van de noordkust De meeste vegetatie
vindt men op die plaatsen waar het watervasthoudende
kalksteen bedekt is met een laagje basaltstof,
dat rijk aan mineralen is. Aan de oevers
van de baaien komen verschillende soorten
mangroves voor. Deze bomen staan met
hun wortels in het water en "ademen"
door luchtwortels die van de takken
naar beneden hangen. De bekendste boom
van de ABC-eilanden (Aruba, Bonaire
en Curaçao) is de divi-divi of
waaiboom. Kenmerkend voor Curaçao
zijn de cactussen die soms hele wouden
vormen. Ook palmbomen komen op Curaçao
voor maar zijn vermoedelijk door de
Spanjaarden geïmporteerd en vooral
bij de hotels en stranden te zien. Met
de dierenwereld is het wat beter gesteld,
maar ook hier is het vergeleken met
bijvoorbeeld Venezuela maar behelpen.
Uniek voor Curaçao is het Curaçaose
hertje ofwel witstaarthert.
De
lokale bevolking noemt het "bina".
Sinds 1931 zijn ze wettelijk beschermd
en het huidige aantal wordt op 400 geschat.
Op Curaçao komen verder zo'n
zestien soorten hagedissen voor waarvan
de plantenetende leguaan de bekendste
is. Geiten komen in groten getale voor
en in mindere mate ezels. De geiten
lopen veelal los rond en berokkenen
grote schade aan de plantenwereld op
Curaçao. De meeste vogels die
op Curaçao voorkomen overwinteren
alleen maar of zijn op doortocht naar
een broedplaats.
Prachtige vogels zijn de West-Indische
parkieten, rode en groene kolibries
en het feloranje suikerdiefje. Ook de
Caribische flamingo komt af en toe langs,
vooral in het broedseizoen op zoek naar
voedsel. De broedplaats van deze vogel
is op Bonaire.
In
de zee rondom Curaçao komen prachtige
koraalriffen voor (koraal bestaat uit
levende organismen) en het aantal vissoorten
is zeer gevarieerd. Enkele bijzondere
vissen zijn de barracuda, een snoeksoort
die een lengte van twee meter kan bereiken,
en de murene, een aalsoort die ook twee
meter lang kan worden. Ook haaien komen
vrij veel voor. Het water is echter
zo voedselrijk dat ze geen gevaar voor
de mens opleveren.
Taal
Hoewel
er in het Nederlands wordt lesgegeven,
is het Papiaments voor de meeste mensen
de moedertaal. De naam Papiamento is
waarschijnlijk ontstaan uit het Portugese
"papear" wat "gepraat'
betekent. Het Papiaments is een typische
mengtaal met Portugese en Spaanse grammatica
en met veel woorden uit het Engels en
het Nederlands. Het is waarschijnlijk
in de zeventiende eeuw ontstaan, om
de communicatie mogelijk te maken tussen
slaven en meesters en tussen slaven
onderling. Het wordt door alle sociale
klassen gesproken en het is een onderdeel
geworden van de eigen identiteit. De
eerste basisschool waar de voertaal
het Papiaments is, is inmiddels een
feit. De oprichter van deze school is
Frank Martinus Arion, een bekende Curaçaose
schrijver. De meeste mensen op Curaçao
spreken naast Nederlands en Papiaments
ook nog vloeiend Spaans en Engels.
Bevolking
De
Hollanders deporteerden in de 17e eeuw
de Spanjaarden en de meeste indianen.
Begin 19e eeuw waren de laatste indianen
verdwenen. Twintig jaar na de Hollanders
vestigden zich Portugese (Sefardische)
joden op Curaçao. Dit gebeurde
na de val van de Hollandse kolonie in
Brazilië in 1654. Een andere groep
die zich op het eiland vestigde na de
afschaffing van de slavernij, waren
afstammelingen van de Afrikaanse slaven.
Deze drie cultureel sterk verschillende
bevolkingsgroepen hielden tot de komst
van de raffinaderij begin 20e eeuw een
bepaald bevolkingspatroon in stand.
De vestiging van de Shell-raffinaderij
in de jaren twintig van deze eeuw leidde
tot een bevolkingsexplosie door immigratie
uit de omliggende (ei)landen, Nederland,
Portugal en het Midden-Oosten. De bevolking
groeide van 37.000 in 1915 tot 91.000
in 1947. Daarvan waren er 25.000 van
niet-Antilliaanse afkomst. Volgens de
volkstelling van 1992 heeft Curaçao
144.000 inwoners. Illegalen meegerekend
wonen er waarschijnlijk rond de 160.000
inwoners. Vijfentachtig procent daarvan
is van Nederlands-Antilliaanse afkomst.
Tien procent bestaat uit Nederlanders
en de rest bestaat uit een veelheid
aan nationaliteiten waarvan de meeste
Portugezen, Fransen en Engelsen zijn,
afkomstig van andere Caribische eilanden.
Economie
Vergeleken
met Latijns-Amerikaanse landen is Curaçao
rijk en welvarend. Het inkomen per hoofd
van de bevolking bedraagt gemiddeld
10.850 dollar per persoon per jaar.
De welvaart blijkt ook de lage kindersterfte,
de hoge levensverwachting en zelfs uit
het hoge aantal auto's, koelkasten en
videoapparatuur per inwoner. Curaçao
heeft de meeste verschillende economische
activiteiten met de olieraffinaderij,
de dokken en een groot scheepsreparatiebedrijf,
heel veel banken en financiële
offshore-bedrijven. Ook de handel, met
uitgebreide taxfree-zones, neemt een
grote plaats in. Ook is er toerisme
op Curaçao, alleen veel minder
dan op Aruba of Sint-Maarten. In 1997
kwamen er 420.000 toeristen naar Curaçao.
De industrie biedt plaats aan ongeveer
twaalf procent van de werkende bevolking.
Tien procent van de bevolking werkt
voor financiële instellingen en
weer tien procent werkt in de bouwnijverheid.
Verder is er een zeer groot ambtenarenapparaat;
zeventig procent van de overheidsinkomsten
gaat op aan ambtenarensalarissen. Volgens
de officiële instanties is op Curaçao
achttien procent van de bevolking werkloos
en in sommige achterstandswijken is
de helft van de jongeren werkloos! Deze
cijfers moeten echter met een grote
korrel zout genomen worden omdat het
vaak verouderde cijfers zijn en op Curaçao
hebben veel werklozen regelmatig losse
baantjes. Nederland steunt Aruba en
de Nederlandse Antillen jaarlijks met
ongeveer 275 miljoen gulden. Deze afhankelijkheid
van Nederlandse hulp wordt steeds meer
als negatief ervaren maar het lijkt
een illusie dat met name Curaçao
op korte termijn zonder Nederlandse
hulp kan. Uit een armoedeonderzoek in
1999 blijkt dat één op
de zes mensen denkt het eiland te verlaten,
omdat zij geen uitzicht hebben op een
betere toekomst. Ook bleek dat één
op de zes Curacaoënaars onder de
armoedegrens leeft.Een recordaantal
van 7868 Curacaoënaars is in 2000
geëmigreerd naar Nederland. Een
jaar eerder was dat nog 7006, in 1998
6033.
Beziensvaardigheden
Fort Amsterdam
Dit is het oudste nog bestaande bouwwerk
van Curaçao. Men vindt er nu
de Staten en de Ministerraad van de
Nederlandse Antillen. Ook de ambtswoning
van de gouverneur bevindt zich in het
fort.
Grotten
van Hato
De
Grotten van Hato beslaan een oppervlakte
van 4.900 m2 en men kan er o.a. mooie
druipsteenvormen en indiaanse muurschilderingen
zien. Onder begeleiding van een gids
kunnen de grotten bezocht worden.
Curaçao
Sea Aquarium
In
46 aquaria en een aantal buitenbassins
zijn meer dan 400 soorten Caribische
vissen en schelpdieren te zien. Men
kan snorkel- en duikapparatuur huren
om de vissen, haaien en schildpadden
onderwater te bekijken. Het is ook mogelijk
om al het moois via een glasbodemboot
te bekijken. Verder is er elke dag een
zeeleeuwenshow.
Curaçaosch
museum
Historisch
museum gevestigd in een voormalig militair
hospitaal. In de museumtuin zijn oude
straatlantaarns, standbeelden en oude
scheepskanonnen te vinden. Er zijn drie
stijlkamers met 19e-eeuws Curaçaos
meubilair en schilderijen van lokale
en Nederlandse schilders. Verder is
er een archeologisch-geologische afdeling.
Christoffelpark
Dit
is een 3500 ha groot heuvelachtig natuurgebied
in het westen van Curaçao. Alle
wilde dieren die op Curaçao voorkomen
zijn hier te vinden. In het park zijn
drie autoroutes uitgezet. Vanaf de top
van de Christoffelberg heeft men een
schitterend uitzicht over Curaçao
|