aardbeibomen, johannesbroodbomen en
wilde olijfbomen. Op extreem droge plaatsen
floreert de frygana, een altijd groene
lagere begroeiing. Hiertoe behoren tal
van stekelige struiken en geurige kruiden,
zoals tijm en lavendel.
Veel
voorkomend zijn aleppodennen en andere
pijnbomen, waaronder cipressen. In de
hoger gelegen gebieden van het binnenland
groeien bomen die ’s winters hun
loof verliezen: eiken, beuken, essen
en andere soorten.
Een
zeer algemeen voorkomend lid van de
Griekse fauna is de geit. Dit nietsontziende
dier richt veel schade aan door vraat
aan de jonge vegetatie. Ezels, muilezels
en paarden, oorspronkelijk in gebruik
als lastdieren, maken steeds meer plaats
voor gemechaniseerd vervoer.
De
wildstand van Griekenland loopt sterk
achteruit. Dit komt door de rigoureuze
ingrepen in de vegetatie. Alleen de
vogels zijn er nog in tal van soorten.
Zo kun je er nog uilen, arenden, lammergieren
en een groot aantal bekendere vogelsoorten
waarnemen. Herten en wilde zwijnen leven
nog steeds in de bergen en af en toe
worden er in het noorden beren en wolven
gesignaleerd die vanuit de Balkan naar
Griekenland zijn gekomen. Voorts zijn
er veel slangen en schildpadden.
Klimaat
Een
groot gedeelte van Griekenland heeft
een mediterraan klimaat met hete, droge
zomers en zachte, regenrijke winters.
De door bergruggen afgesloten vlakten
hebben meer een land- of Balkanklimaat.
Verder zijn er vrij aanzienlijke verschillen
tussen noord en zuid, de oost- en westkust,
het vasteland en de eilanden.
Een
mooie tijd om Griekenland te bezoeken
is de lente, die in maart begint en
tot half mei duurt. De zomer is gewoonlijk
heet en droog en duurt lang; ongemerkt
gaat hij, zonder eigenlijke herfst,
in oktober over in de winter. De heftige
regenbuien van de winter zijn meestal
van korte duur; het moet al gek gaan,
wil de zon zich in die tijd niet elke
dag even laten zien.
In
het algemeen zijn het voor- en najaar
in heel Griekenland voor reizen geschikt.
De Egeïsche eilanden hebben een
hogere wintertemperatuur dan het vasteland,
terwijl de zomerhitte er gematigd wordt
door de zee. Rodos en Kreta zijn ook
voor een wintervakantie geschikt, al
kan het er dan fris zijn.
De
lente, van maart tot half mei, wordt
aangeprezen als de beste reistijd, maar
het kan dan vaak heel wat kouder zijn
dan u wellicht had gehoopt en de folders
wel eens beweren. De tijd van eind april
tot begin juni biedt betere waarborgen:
de bomen zijn groen, weelderig bloeien
de bloemen langs de wegen, de felrode
klaprozen omlijsten de antieke ruïnes
en in het zuiden is het water al warm
genoeg om te zwemmen. De Griekse meimaand
heeft echter zijn kuren. In de schaduw
kan het erg fris zijn. Soms vertrekt
de zon al om vier uur en wordt de lucht
erg grijs.
Het
volgende overzicht geeft de gemiddelde
jaartemperaturen in graden Celsius van
Korinthe in het noordoosten van de Peloponnesos,
Nafplion aan de Golf van Argolis, Sparta
in het zuiden van de Peloponnesos en
van Thessaloniki in het noorden.
Cultuur
De traditionele cultuur van Griekenland
verliest in rap tempo terrein. De televisie
is inmiddels overal doorgedrongen en
daardoor wordt men geconfronteerd met
de moderne cultuur. De klederdrachten
zijn zo goed als verdwenen uit het dagelijks
leven. Alleen tijdens folkloristische
feesten kun je nog wel eens een groter
aantal in traditionele kleding gestoken
Grieken tegenkomen. In het algemeen
geldt dat, naarmate een gebied geïsoleerder
is gelegen, de kans groter wordt dat
je iemand in klederdracht tegenkomt.
Dat gaat ook op voor traditionele dansen,
die oorspronkelijk een integraal onderdeel
van feesten op het platteland uitmaakten.
Nu worden ze vaak speciaal voor toeristen
uitgevoerd.
De
volksmuziek klinkt West-Europeanen in
eerste instantie vreemd in de oren.
De bouzouki, een snaarinstrument dat
enigszins op een mandoline lijkt, wordt
vaak gehanteerd. Enige Griekse volksdansen
zijn dankzij goed aangeslagen Griekse
films bekend geworden over de hele wereld.
Dat geldt zeker voor de sirtaki. Wanneer
je de volksmuziek en volksdans niet
meer kunt ondergaan in een authentieke
omgeving, dan is er altijd nog de Atheense
wijk Plaka, waar in tal van nachtclubs
en eetgelegenheden muzikanten en dansers
optreden, die de traditionele kunst
in een op toeristen toegesneden entourage
en met een modern sausje overgoten in
ere houden.
Taal
De Grieken zullen het zeker waarderen
wanneer u de moeite doet een enkel woordje
Grieks te spreken. Met ‘goedemorgen’,
‘alstublieft’ en ‘dank
u wel’ maakt u al gauw een goede
beurt en dat maakt verder contact makkelijker.
Iets wat in de dagelijkse omgang met
Grieken soms voor de nodige verwarring
kan zorgen, is het Griekse woordje nè,
dat in het Nederlands ‘ja’
betekent. Bovendien schudt degene die
het zegt, met zijn hoofd. Ochi is Grieks
voor ‘nee’ en gaat gepaard
met een knikkende hoofdbeweging...
Eten
Het Griekse menu is tamelijk sober.
De kok werkt graag met lams- en schapenvlees,
vis, rijst, olijven, tomaten, komkommer,
paprika, knoflook, uien, artisjokken,
aubergines, kruiden en witte schapenkaas
(feta). De olijfolie in de keuken is
prima; toeristenhotels gaan steeds minder
olijfolie gebruiken bij de bereiding
van de spijzen, maar het staat altijd
wel op tafel. De meeste hotels en grote
restaurants serveren naast Griekse ook
‘Europese’ gerechten.
Als
voorgerecht wordt gewoonlijk een dunne
of gebonden tomaten-, asperge-, selderij-
of champignonsoep opgediend, soms ook
een bouillonsoep met rijst of een soep
met veel grote bonen erin.
Als
voorgerecht verschijnt ook vaak macaroni
of spaghetti op tafel: pastitsiomakaroni
is een pasteitje met macaroni en gehakt
vlees en een saus. Andere voorgerechten
zijn tiropita (kaassoufflé),
taramosalata (pasteitje met viskuit),
saganaki (een gebakken ei met kaas),
spanakopita (deegvierkantjes als ravioli
met een dikke laag spinazie ertussen),
domates (met rijst en vlees gevulde
gebakken tomaten), dolmadakia (rijst
met gehakt schapenvlees, wat kruiden
en gesnipperde uitjes, gerold in een
mals groen kool- of
Foto: Reiskrant.nl
druivenblad; de rolletjes worden warm
of koud opgediend en zijn overgoten
met een iets zurig sausje) en tsadziki
(dikke yoghurt met geraspte komkommer
en knoflook).
Er
wordt in de Griekse keuken vooral lams-
en schapenvlees verwerkt; ook wel wat
varkens- en kalfsvlees, maar weinig
rundvlees. Ook verschijnt er vaak kip
op tafel. Veel voorkomende gerechten
zijn moussaka (een zware schotel –
soms in een vuurvast schaaltje –
van gekruid gehakt, stukjes omelet,
aardappelen, tomaten, aubergines, augurken,
schijfjes ei, overgoten met een dikke
gele bechamelsaus of olijfolie), pilafi
(een Turks gerecht van rijst en schapenvlees),
keftedes (sterk gekruide vleesballetjes),
kokoretsi (stukjes lever, nier, milt
en hart van lam of schaap, opgeborgen
in darmen, aan het spit geregen en boven
gloeiend houtskool geroosterd), arnaki
souvlas (geroosterd schapenvlees), gounoropoulo
(geroosterd speenvarken met een krokant
korstje), souzo-kakia (vleesballetjes,
in tomatensaus gekookt), stifado (met
veel uien en komijn op een zacht vuurtje
gaar gestoofde haas of konijn) en kotopita
(een met gevogelte gevuld pasteitje).
Restaurants
Grieken eten vaak buitenshuis. De steden
en dorpen en wegen zijn bezaaid met
eethuisjes. Aan de rand van een flinke
plaats bevinden zich steeds enkele specialiteitenrestaurants.
De eethuisjes zijn dikwijls opgesierd
met vogelkooitjes en namaakwijnranken.
Het is geen bezwaar dat je moeilijk
wijs kunt worden uit het menu. Je wordt
dan door de patroon vriendelijk uitgenodigd
in de keuken of uit de koelkast aan
te wijzen waarvan je een portie wilt
verorberen. Het is leuk om pottenkijker
te spelen.
Het
is vaak moeilijk een keus te maken:
gebakken ingewanden van een schaap,
een portie aubergines in hete olijfolie,
witte bonen in tomatensaus, een stuk
lamsbout of een van de talrijke andere
gerechten die er drijven en sudderen
in bakken, pannen en ketels. De koelkast
bevat een uitstalling van vis, vlees,
kaas en fruit. Op de tafel staat altijd
een mandje met brood.
De
bediening is altijd in de prijs begrepen,
maar een fooitje voor een extra bewezen
dienst of een betoonde vriendelijkheid
wordt op prijs gesteld. In sommige tavernes
wordt bouzouki-muziek gespeeld. Voor
de begeleiding van zang en dans is de
bouzouki – een soort gitaar met
zes snaren en een lange hals –
bij het publiek geliefd om zijn wat
melancholisch klinkende tonen. Vaak
treden bouzouki-spelers op tijdens de
avondmaaltijden in de duurdere tavernes
en restaurants; in volkscafés
klinkt de bouzouki ook via platen of
radio.
Dranken
Water (nero) wordt heel veel gedronken.
Koud water (krio nero) wordt geserveerd
bij wijn, koffie, ijs, ouzo, gebak en
soms zelfs thee en limonade. In elk
café is altijd een glas koud
water beschikbaar. Enkele goede merken
tafelwater (metalliko nero) zijn ‘negrita’,
‘loutraki’ en ‘saritsa’.
De thee (tsaï) is goed; gewoonlijk
hangt er een zakje van een goed buitenlands
merk in de pot.
Als
frisdrank wordt veel portokalada (sinas)
gedronken. Goede cafés hebben
de lekkere katalaba, een mengsel van
uitgeperst sinaasappel- en citroensap.
‘Fix’ is het veel gedronken
Griekse bier (bira), dat best smaakt,
hoewel sommigen een selderijsmaak bespeuren.
Enkele andere Griekse bieren zijn: ‘Attika’,
‘Hellas’, ‘Alfa’
en ‘Gorona’.
De
nationale borrel is de ouzo, een anijsbrandewijn
met een flink alcoholgehalte. Grieken
drinken de ouzo meestal met koud water
of blokjes ijs in het hoge glas, waardoor
de drank troebel wit wordt. Raki is
eveneens sterk en scherp van smaak,
hij is getrokken van druivendroesem
en verschilt wezenlijk van de Turkse,
die veel meer op ouzo lijkt. Eigen sherry
heeft Griekenland niet, wel vermout,
die echter van mindere kwaliteit is
dan de Franse of Italiaanse. Beter is
de eigen brandy of cognac (koniak),
waarvan ‘Metaxa’ de beste
is. Hij smaakt bijna zoet en is verkrijgbaar
in drie soorten: met drie, vijf of zeven
sterren. Elke behoorlijke bar schenkt
ook buitenlandse dranken, maar die zijn
heel wat duurder dan die van eigen bodem.
De
typisch Griekse, geharste wijn heet
retsina. De eerste glazen, met de iets
wrange, harsachtige smaak, vallen vaak
tegen, maar de kenners zeggen dat hij
steeds beter gaat smaken naarmate men
er meer van drinkt. In elk geval is
de retsina aangepast aan het klimaat
en zeer geschikt om de dorst te lessen.
Naar verluidt compenseert hij bovendien
de olijfolie en is daardoor een uitstekend
middel tegen zekere darm- en maagstoornissen.
vakantie
kreta
|