Van het zachte, in vele tinten groen
gekleurde landschap langs de Donau tot
het vredig kabbelende heuvelland in
het zuidwesten van Hongarije. Hongarije
telt 4 grote nationale parken, en 28
beschermde natuurgebieden en natuurreservaten.
Het grootste is het Nationaal Park Hortobágy,
op zo’n 200 km ten oosten van
Budapest. Het werd als eerste nationale
park van Hongarije in 1973 geopend.
Het heeft veel veen- en moerasgebieden
en een groot aantal bossen. Het park
is erg belangrijk voor vogels. Zo leven
er grote kolonies eenden en wilde ganzen.
Kenmerkend voor de Laagvlakte is het
bekende witgrijze rund met zijn grote,
gedraaide horens. U kunt bepaalde gedeelten
van het nationale park onder begeleiding
bezoeken, wat zeker de moeite waard
is.
Ten zuiden van de hoofdstad ligt het
Nationaal Park Kiskunság, een
prachtig, uitgestrekt gebied waar wilde
paarden over de poesta’s draven.
Het park beslaat een langgerekt gebied
op de linkeroever van de Donau. Kiskunság
kent een zeer gevarieerd landschap met
vele zand -en graspoesta’s, moerasgebieden,
rietvelden en bossen en met vele draslanden
is het park het paradijs voor de nationale
vogel van Hongarije, de trapgans. Uniek
hier zijn de zogenaamde "wandelende
duinen", enig in hun soort in Europa.
Door de wind die hier voortdurend over
de vlakte waait, verplaatsen de duinen
van rivierzand zich regelmatig, waardoor
u ook telkens andere landschappen voorgeschoteld
krijgt.
Een volstrekt ander beeld krijgt u in
het Nationaal Park Bükk, een uitgestrekt
karstlandschap in het noordoosten van
Hongarije en één van de
mooiste streken van het land. Er bestaan
verschillende toeristische wandelroutes
door dit nationale park, en het belooft
gegarandeerd een magistrale belevenis
te worden.
Als u er ter plekke nog niet genoeg
kunt van krijgen, is er ook nog het
Mátra-reservaat in hetzelfde
berggebied. Noordelijker, tegen de Slowaakse
grens aan, ligt het Nationaal Park Aggtelek.
Hier bevinden zich de langste druipsteengrotten
van Europa.
Hongarije
ligt in Centraal-Europa, in het Karpaten-bekken.
Het heeft zeven buurlanden: Slowakije,
waarmee het ruim 500 km grens deelt,
Oekraïne, Roemenië, Servië,
Kroatië, Slovenië en tenslotte
Oostenrijk. Het land kan in feite geografisch
worden opgedeeld in drie verschillende
delen. Er is de Kleine Laagvlakte in
het westen van het land, een gevarieerd
gebied met groene heuvels, dalen en
beboste berghellingen. Ten zuiden daarvan
ligt Transdanubië, de meest vruchtbare
streek van Hongarije, een heuvelachtig,
groen gebied. Tenslotte is er de Grote
Laagvlakte, een gebied dat ruim de helft
van het land beslaat. Hier vinden we
niet alleen de diepzwarte aarde van
de akkers –er wordt veel aan landbouw
en veeteelt gedaan- maar ook de bekende
grassteppen of poesta’s. In het
noorden liggen de haast ongerepte bossen
tegen de uitlopers van de Karpaten aan,
richting Roemenië is het klimaat
het droogst en vinden we vele zoutvlaktes.
Hoge bergen zijn er niet in Hongarije:
de hoogste toppen liggen in de grensstreek
met Slowakije, in de gebergten Mátra
en Bükk. Het grootste gedeelte
van het laaggebergte is bedekt met uitgestrekte
bossen. Dit is nog een land waar u ongestoord
en onbegrensd van de natuur kunt genieten,
van dagenlange trektochten door de bossen
tot paardrijden in de poesta, van veengebieden
vol vogels in de natuurparken tot een
heerlijke boottocht op één
van de vele rivieren.
Van
water gesproken: de beroemdste rivier
is natuurlijk de Donau, de op één
na langste rivier van Europa die Hongarije
van noord naar zuid doormidden snijdt.
Ze komt in het noordwesten het land
binnen en stroomt langs de grens met
Slowakije vóór ze één
van de grote attracties van de hoofdstad
Budapest vormt. Daarna stroomt ze pal
naar het zuiden en verlaat het land
via de grens met Kroatië. Een andere
grote rivier is de Tisza, met 579 km
de langste rivier van Hongarije. Het
grootste meer van het land –en
na het Zwitserse Bodenmeer het grootste
meer van Europa- is het Balatonmeer,
dat zich over bijna 600 km2 uitstrekt.
Omdat het zo ondiep is –op vele
plaatsen gemiddeld 1,5 meter- ligt de
watertemperatuur hoger dan elders, wat
één van de verklaringen
is voor de grote aantrekkingskracht
die het meer op de toeristen uitoefent.
Dat en de mooie streek waarin het ligt,
natuurlijk…
Wie
van lange boswandelingen houdt, vindt
volop zijn gading in Hongarije. Uitgestrekte
eiken- en beukenbossen in overvloed,
een garantie voor uren van onbekommerde
rust en gezonde lucht. De verre einders
vindt u dan weer op de zanderige steppen
en in de poesta’s, de grassteppen
met de vele paarden en met de csiko’s,
de Hongaarse cowboys. In het dunbevolkte
noorden van het land, aan de voet van
de Karpaten, leven herten, reeën,
wilde zwijnen en moeflonschapen. In
het Transdanubische centrale middelgebergte
vindt u vooral lage heuvels met een
ware lappendeken van aantrekkelijke
wijngaarden, landbouwgebieden en weiden,
door kleine paadjes of karrensporen
van elkaar gescheiden. Ideale wandelgebieden
zijn er bijvoorbeeld langs de noordelijke
oever van het Balatonmeer en het dichtbeboste
Bakony-gebergte dat er achter ligt.
Het is een landschap dat door zijn slechts
lichte hellingen vriendelijk is voor
de niet zo getrainde vrijetijdssporter.
Bovendien is het een goed bevolkt gebied
en vindt u er overal wel een gelegenheid
om bij particulieren te logeren, midden
in de prachtige natuur. De bergstreek
in het noorden en noordoosten van Hongarije
is ruiger en onherbergzamer, maar wel
een ideaal gebied voor kampeerders.
U vindt er prachtige plekjes om uw tenten
op te slaan en er is altijd wel een
zeer helder beekje of riviertje vlakbij.
Als u van fietsen houdt, dan is het
aangenaam om weten dat een "landweg"
in Hongarije nog altijd een landweg
is: rustig, mooi, te midden van de jubelende
natuur. Fietsen is in Hongarije de laatste
jaren trouwens aan een spectaculaire
opgang bezig.
De
vlakte van de Midden-Donau is een waar
paradijs voor vogels. De kluut is hier
kind aan huis, net als vele Noord-Europese
trekvogels die hier massaal komen overwinteren.
De grote wateroppervlakken van het Balatonmeer
en het Velencemeer trekken dan weer
grote kolonies witte reigers aan. Ze
komen er om te broeden, net als de zwanen,
de lepelaars en de aalscholvers en om
zich te goed te doen aan het uitgebreide
visbestand, natuurlijk: beide meren
puilen uit van de karpers, snoeken,
meervallen, witvissen en brasems.
klimaat
Hongarije heeft een gematigd landklimaat.
Het land heeft over het algemeen koude,
natte winters en warme zomers. De gemiddelde
januari temperatuur ligt rond net onder
het vriespunt. De gemiddelde temperatuur
in juli ligt rond de 28°C. Hongarije
heeft Europees gezien vrij veel zonne-uren,
namelijk gemiddeld 2000 uur per jaar.
De jaarlijkse gemiddelde neerslag (500
mm per jaar) is vrij laag. De droogste
maand is september met een gemiddelde
neerslag van 33mm, en is daarom de beste
maand om het land te bezoeken. De natste
maand is mei met een neerslag van gemiddeld
72 mm. In de winter is het land vaak
bedekt met een dik sneeuwtapijt.
Vervoer
Dagelijkse vluchten tussen Schiphol
en de luchthaven van Boedapest Ferihegy
worden onderhouden door KLM en Málev.
De vliegtijd is bijna twee uur. De afstand
tussen Nederland en Hongarije over de
weg bedraagt zo'n 1.350 kilometer. Per
auto verloopt de rit het snelst via
Keulen, Frankfurt, Passau, Wenen, Györ,
Boedapest. Gedurende de vakantieweken
in de zomermaanden moet men rekening
houden met wachttijden aan de grens
tussen Oostenrijk en Hongarije. Door
de toetreding van Hongarije tot de EU,
in mei 2004, zijn deze wachttijden aanzienlijk
verminderd.
Volk & Cultuur
In totaal leven er op dit moment ca.
10.170.000 miljoen mensen in Hongarije,
wat neerkomt op ongeveer 109 inwoners/km2.
De bevolking bestaat voor 98,5% uit
Hongaren of Magyaren. De voornaamste
minderheidsgroepen zijn Duitsers, Slowaken,
Serven, Kroaten, Roemenen en ongeveer
143.000 zigeuners (1,5% van de bevolking).
De
bevolking neemt langzaam af door een
laag geboortecijfer, een hoog sterftecijfer
en een emigratieoverschot: in de periode
1980-1990 een daling van 0,32%, in de
periode 1990-1993 een daling van 0,23%,
2002 0,3% (2002: geboorte- en sterftecijfer
9,34, respectievelijk 13,09). Positief
zijn de kleine daling van het sterftecijfer
in de laatste jaren en de zeer snelle
afname van de zuigelingensterfte. Jaarlijks
neemt de bevolking nog steeds met enkele
tienduizenden mensen af, ook al omdat
er nauwelijks mensen naar Hongarije
immigreren...
De levensverwachting bij geboorte bedraagt
voor vrouwen 74 jaar en voor mannen
67 jaar.
Dit betekend voor de samenstelling van
de bevolking het volgende:
0-14 jaar 16,4%
15-64 jaar 68,8%
65+ 14,8%
65%
van de bevolking woont in de steden,
43% in de overige steden en 37% op het
platteland. 20% van de bevolking (ca.
2 miljoen inw.) woont in de hoofdstad
Boedapest, en daar wonen ca. 4000 mensen
per km2!. Andere grote agglomeraties
zijn die van Debrecen (204.000), Miskolc
(172.000), Szeged (157.000), Pécs
(156.000) en Gyor (128.000).
Het dichtst bevolkt zijn de provincies
Komárom en Pest (rond Boedapest),
Borsod-Abaúj-Zemplén in
het noorden en Csongrád in het
zuidoosten. Het dunst bevolkt zijn de
provincies Somogy, en Bács-Kiskun
met respectievelijk 58 en 67 inwoners
per km2.
Door
grenswijzigingen na de Eerste Wereldoorlog,
bij het verdrag van Trianon, verloor
Hongarije 70% van het oorspronkelijke
grondgebied en tweederde van de toenmalige
bevolking. Daardoor wonen er in de buurstaten
van Hongarije veel Hongaren: in Roemenië
zijn meer dan 2 miljoen mensen van Hongaarse
afkomst, in Slowakije ca. 700.000, in
Servië ca. 400.000, in Oekraïne
ca. 200.000 en in Kroatië en Slovenië
enkele tienduizenden. Bovendien is Hongarije,
samen met Rusland, het Europese land
met de meeste staatsburgers die buiten
hun land verblijven, ongeveer 1,5 miljoen
in Europa en in Noord- en Zuid-Amerika
Taal
Hongaars is de voertaal die door 98,5
procent van de bevolking wordt gesproken.
Het Hongaars is geen Slavische taal.
Het behoort tot de Fins-Oegrische taalgroep
en heeft in het verleden Turkse, Duitse
en Slavische woorden overgenomen. De
taal is nauwelijks verwant met andere
talen in Europa. Hongaars is moeilijk
te leren en op hun beurt hebben Hongaren
vaak moeite met buitenlandse talen.
Toch leren steeds meer mensen de Engelse
en Duitse taal. Juist omdat het Hongaars
zo'n op zichzelf staande taal is, stellen
de Hongaren het zeer op prijs als een
buitenlander zijn best doet een paar
woorden te spreken.
Vervoer
Het openbaar vervoer in Hongarije is
goed te noemen. Vrijwel alle grote plaatsen
worden per (intercity)trein aangedaan.
Kleinere plaatsen zijn met overstappen
ook te bereiken. Bovendien is er een
uitstekend netwerk van bussen die grote
en hele kleine plaatsen aandoet. Op
interlokaal busverkeer koopt u het kaartje
in de bus. Bij stadsvervoer koopt u
de kaartjes vooraf bij o.a. traffik
kiosken en de metro stations.
Elektriciteit
Hetzelfde als in Nederland / België.
U heeft geen verloopstekker nodig.
|