De
Eeuwige Stad is al generaties lang een
ontmoetingspunt geweest van grote geesten
uit de hele wereld. De Duitse schrijver
én dichter Goethe heeft in Rome
aardig wat tijd doorgebracht. Hier heeft
hij onder andere inspiratie opgedaan
voor het boek 'Italiaanse reis'. Misschien
leuk om te lezen als je van plan bent
om naar Rome af te reizen!
Sommige gebouwen zijn vervallen tot
ruïnes, zoals bijvoorbeeld tempels
en markthallen op het Forum Romanum,
de oude markt. Maar er zijn ook gebouwen
die hun grootsheid bewaard hebben, zoals
het Colosseum, waar vroeger gladiatoren
en wilde dieren vochten, en de Pantheontempel.
Enkele monumenten uit deze tijd zijn
nog steeds in gebruik: een paar bruggen
over de rivier de Tiber dateren nog
van vóór Christus.
Toen reden er paarden en karren, nu
zijn het zenuwachtige Italiaanse automobilisten.
Veel kerken verschenen in Rome, gekenmerkt
door een overdadige versiering en koepels.
Een bekend Godshuis is de hoofdkerk
van de kloosterorde der Jezuïeten,
de Gesù. Andere bekende bouwwerken
uit deze tijd zijn de Spaanse trappen
en de fonteinen die de stad kent.
Een bekende gast die een tijdje in Rome
heeft gewoond is Goethe. Zijn sporen
zijn nog steeds in Rome te vinden. Om
precies te zijn vind je die aan het
begin van het Corso, bij het Piazza
del Popolo. Op deze plaats is nu het
Casa di Goethe gevestigd. Dit is het
huis waar hij tijdens zijn anderhalf
jaar durende verblijf onderdak vond.
Tegenwoordig is het een museumpje. Daar
kun je verschillende voorwerpen bezichtigen,
zoals een reisgids van ene Volkmann
die Goethe als zijn reisbijbel beschouwde,
kleine deeltjes van zijn verzamelde
werken die hij hier samenstelde, prenten
die hij kocht, brieven en aquarellen
die hij zelf heeft gemaakt.
In een wereldstad is natuur zeldzaam,
maar gelukkig kun je wat door parkjes
lopen als je groen-ontwenningsverschijnselen
hebt.
Villa Borghese is een groot park met
lange lanen waar je hier en daar kleine
villa's tegen kunt komen. Jaloerse gevoelens
hoef je niet te krijgen, want in deze
villa's wonen geen mensen. Tegenwoordig
hebben ze de functie van gallerie of
museum.
Heb je helemaal geen tijd om rustige
wandelingen te maken, ga dan in ieder
geval even naar Pincio, dat je uitzicht
geeft op Piazza del Popolo.
Villa Torlonia is een villa met een
hele mooie lap grond er omheen. Deze
tuin barst van exotische planten en
grote oude bomen. Het was vroeger 'thuis'
voor de familie Mussolini. Om de een
of andere reden heeft het Romeinse stadsbestuur
het huis een beetje verwaarloosd, maar
het wordt inmiddels gerestaureerd.
Gianicolo is geen villa, pizza of een
ijsje, maar een heuvel die je een goed
uitzicht geeft over verschillende monumenten
van Rome. Het gerucht gaat dat daar
een oud kanon staat dat nog elke middag
rond 12 uur af gaat.
Priorato
di Malta wordt in de volksmond ook wel
'het sleutelgat' genoemd. Het waarom
van deze naam wordt je vrij snel duidelijk
als je in de deur van het park (Giardino
degli Aranci) een klein rond sleutelgat
ontdekt. Als je het aandurft om er doorheen
te kijken zul je een mooi zicht hebben
op de St. Pieterkerk.
Naast urenlang tafelen kun je op kroegentocht
in de verschillende buurten van Rome.
Monte Testaccio is een gebied waar het
stikt van de pubs, bars of discotheken.
Een ander deel waar heel wat te beleven
valt is het uitgaansleven dat zich in
het universitaire deel van Rome bevindt.
St. Lorenzo heeft veel typisch Italiaandse
kroegen waar bijvoorbeeld de echte Romaan
met gladgekamd haar zijn entree zal
maken.
In juni en juli is er een soort festival
dat Expo Tevere heet. Je kunt overal
door de stad de lokale Italiaanse ambachten,
stands met pasta's, olijven, wijnen
en likeuren bewonderen en eventueel
uitproberen.
In
Rome is het niet alleen lekker uit eten
gaan, ook degene die zelf zijn kostje
wil bereiden, komt aan zijn trekken.
Rome heeft aardig wat markten zoals
de Campo de' Fiori, Piazza Vittorio
Emanuele of Via della Croce, maar er
zijn ook vlooienmarkten en galerijen.
In het plaatsje Tivoli, net buiten Rome,
ligt Villa D'Este en het geinige van
dit park is dat honderden fonteinen
een belangrijk onderdeel ervan vormen.
Buiten al die klaterende bouwsels is
er een villa waar een bizar mooie tuin
omheen ligt. In vroeger tijden was het
een populaire plek voor de rijke Romanen.
Het is een leuke dagtrip als je tenminste
van klaterend water houdt.
Heb je het helemaal gehad met entree
betalen, dan kun je op deze plaatsen
ook 'Rome' beleven. Waarom? Om de doodeenvoudige
reden dat het gratis is (en dat is altijd
fijn); het Forum Romanum (oude markt),
Largo Romolo e Remo en de Spaanse trappen.
Die trappen zijn trouwens een populaire
hangspot voor jongeren. Kleine bijkomstigheid
is wel dat je daar niet in het openbaar
mag eten of drinken. Ook al mag je er
gewoon op zitten, het is en blijft een
monument.
De
Trevi-fonteinen zijn ook leuk om gezien
te hebben. Gooi een muntje over je schouder
om een snelle terugkeer naar Rome te
bewerkstelligen. Alleen maar doen op
de laatse dag van je verblijf natuurlijk!
Heb je meer losgeld, dan kun je de volgende
opties ook eens proberen: gooi 2 muntjes
in de fontein als je een Italiaanse
vakantieliefde wilt en gooi er 3 in
als je met alle geweld zo'n Casanova
wilt trouwen.
Je
kunt bij de plaatselijke VVV's verschillende
stadsroutes opvragen waar je mee aan
de slag kunt. Je kunt bijvoorbeeld kiezen
uit fiets- of wandelroutes.
Reizigers
die op zoek zijn naar meer cultuur en
het bovengronds allemaal al gezien hebben,
kunnen het altijd nog ondergronds zoeken.
In Rome bevinden zich meer dan zestig
catacomben. Hun galerijen strekken zich
uit over honderden kilometers en bevatten
duizenden graven.
Openbaar vervoer
De oranje bussen en trams van de ATAC
zijn goedkoop en rijden zeer frequent.
De blauwe regionale bussen en bussen
naar de buitenwijken zijn van COTRAL.
De bussen zijn vaak overvol en door
de drukke verkeerssituaties kan de rit
lang duren.
Foto: Harm van Hees
U moet eerst een kaartje kopen, verkrijgbaar
bij de ATAC-kiosken, winkels en krantenkiosken
met een ATAC-sticker (een witte ‘T’
op een blauwe achtergrond). Het kaartje
moet achterin de bus of tram worden
afgestempeld. Binnen 90 minuten kunt
u op iedere andere bus of tram overstappen.
Denk eraan achterin in te stappen en
via de middelste deur uit te stappen
(als u een abonnement of een nog geldig
kaartje hebt, kunt u ook voorin instappen).
De
ondergrondse van Rome (la Metropolitana,
of Metro) heeft slechts twee verbindingen.
Deze worden A en B genoemd en komen
samen op het Stazione Termini. De metro
wordt voornamelijk door forenzen gebruikt
en is niet erg geschikt binnen het stadscentrum.
Hij is echter wel handig als u snel
van het ene uiteinde van de stad naar
het andere wilt. De ingang van een metrostation
staat aangegeven met een grote, rode
M en bij ieder station vindt u een kaart
van het netwerk. De kaartjes zijn geldig
voor één rit en zijn verkrijgbaar
bij tabakswinkels (tabacchi), bars en
winkels met stickers van ATAC en COTRAL
of bij de kaartjesautomaten bij het
station (alleen gepast geld).
Taxi’s
Taxi’s met vergunning: de officiële
taxi’s in Rome zijn geel (soms
wit) en hebben een bordje met ‘Taxi’
op het dak. Neem alleen deze taxi’s
en weiger de aanbiedingen van sjacheraars
bij Termini of waar dan ook.
Luchthaven
Lijnvluchten komen aan op het vliegveld
Leonardo da Vinci, beter bekend als
Fiumicino. Chartervluchten komen op
Ciampino aan een militair vliegveld
ten zuiden van Rome. Vanaf Ciampino
kunt u het beste per bus naar Anagnina
of Subaugusta gaan en vervolgens met
de metrolijn A naar het Stazione Termini.
Colosseum
De bouw van het Colosseum begon in 72
v.C. onder keizer Vespasianus en werd
in 80 v.C. door zijn zoon Titus ingewijd
met een gala waarbij op één
dag 5000 dieren werden geslacht (gevolgd
door 100 dagen spelen). Domitiaan legde
de laatste hand aan het 55 000 plaatsen
tellende stadion. De muren van baksteen
en vulkanisch tufsteen zijn afgewerkt
met travertijn-marmeren blokken die
met metalen klemmen aan elkaar werden
vastgemaakt en de arcades werden ondersteund
door zuilen. Het verval van het Colosseum
begon in de middeleeuwen, toen de stenen
werden geplunderd voor kerken en paleizen.
De schending eindigde in 1744, toen
het werd ingezegend ter herinnering
aan de christenen die daar zouden zijn
gemarteld. Aan het eind van de 19e eeuw
werd een begin gemaakt met de opgravingen
en in de 20e eeuw werd met de restauratie
begonnen.
Het
martelen van de christenen was een uitzondering,
in tegenstelling tot de gladiatorengevechten
die ongeveer 500 jaar doorgingen. Criminelen,
slaven, gladiatoren en wilde dieren
vochten over het algemeen tot de dood
erop volgde. Vrouwen en dwergen worstelden
met elkaar en er werden zeeslagen nagespeeld,
waarbij de arena via ondergrondse drainages
volliep. De toeschouwers hadden de macht
over leven of dood door met een zakdoek
te zwaaien of de duim naar beneden te
richten. Overlevenden werd vaak toch
de keel doorgesneden en de doden werden
zelfs met hete poken gepord om er zeker
van te zijn dat ze dood waren.
Pantheon
Het huidige Pantheon werd in 119-128
door keizer Hadrianus gebouwd en verving
een tempel die in 27 voor Christus door
Marcus Agrippa, schoonzoon van Augustus,
werd gebouwd (de originele inscriptie
van Agrippa bevindt zich nog steeds
in brons op de façade). In 609
werd het een kerk en kreeg de naam Santa
Maria ad Martyres (de beenderen van
de martelaren werden uit de catacomben
naar de kerk overgebracht). Nu is het
een schrijn voor de ‘onsterfelijken’
van Italië, onder wie de kunstenaar
Raphael en de eerste twee koningen,
Vittore Emanuele II en Umberto I.
Hoewel
massief en eenvoudig aan de buitenkant
is het Pantheon van binnen adembenemend.
Vooral de schaalverdeling, de harmonie
en de symmetrie van de koepel is opvallend.
Tot 1960 was de koepel, met een diameter
van 43 meter (gelijk aan de hoogte vanaf
de vloer), de grootste ter wereld. Het
gewicht en de spanningen worden opgevangen
door rijen verzonken plafondpanelen
en door van de basis tot aan de kroon
steeds lichtere materialen te gebruiken.
Het raam in het midden van de koepel
(met een diameter van 9 meter) laat
de marmeren lambrisering op de muur
en de vloer overstromen met licht.
|