Geschiedenis
De Kaapverdische Eilanden werden ontdekt
in de 15de eeuw door de Portugezen,
die er een basis van maakten voor hun
Afrikaanse handel, o.a. in slaven (na
de afschaffing van de slavenhandel verarmden
de eilanden sterk). Portugese geschiedkundigen
schrijven de ontdekking van de Kaapverdische
Eilanden toe aan Diogo Gomez, die in
dienst was van prins Hendrik de Zeevaarder.
In 1462 vestigden de eerste Portugezen
zich op Sao Tiago, waar ze Ribeira Grande
stichtten. In 1495 werd de eilandengroep
officieel Portugees kroondomein. In
1587 werd het een Portugese kolonie.
Tussen 1836 en 1879 werd de eilandengroep,
samen met Portugees Guinee, bestuurd
door een gouverneur-generaal. De afschaffing
van de slavernij (in 1876) had een verslechtering
van de Kaapverdische economie tot gevolg.
Het gebied werd regelmatig door ernstige
hongersnoden getroffen. Emigratie vormde
voor veel eilandbewoners de enige mogelijkheid
om aan de slechte bestaansmogelijkheden
te ontsnappen. Mede als reactie op de
toenemende onderdrukking door de Portugese
machthebbers (vooral na 1920) ontstond
een nationalistische beweging. In 1951
kreeg Kaapverdië de status van
overzeese provincie. De Kaapverdische
strijd tegen de koloniale machthebber
was nauw gekoppeld aan die van Guinee-Bissau.
De Portugese Anjerrevolutie, waarmee
het dekolonisatieproces in1974 in gang
werd gezet, maakte de weg vrij voor
verkiezingen op de Kaapverdische Eilanden.
In juni 1975 behaalde de PAIGC 92% van
de stemmen en op 5 juli 1975 werden
de Kaapverdische Eilanden volledig onafhankelijk.
Eerste president van de nieuwe staat
werd de socialist Aristides Pereira
(herkozen in 1981 en 1986). In 1981
werden alle plannen voor een vereniging
met Guinee-Bissau herroepen. Eind 1990
voerde Kaapverdië als eerste van
de vijf voormalige Portugese koloniën
in Afrika een meerpartijenstelsel in;
begin 1991 koos het land een nieuwe
president, de democraat Antonio M. Monteiro.
De parlementsverkiezingen van dec. 1995
leverden een ruime meerderheid op voor
de Movimento para Democracía
die voorstander is van economische liberalisering.
Bij de presidentsverkiezingen van febr.
1996 werd Monteiro herkozen voor een
nieuwe ambtstermijn van vijf jaar. De
oppositiepartij Paicv won de parlementsverkiezingen
van 14 januari 2001. Premier Gualbert
do Rosário gaf het verlies van
de al tien jaar regerende Beweging voor
Democratie (MPD) toe.
Planten
en dieren
De plantenwereld is vrij arm aan soorten;
bomen zijn erg zeldzaam, veel planten
zijn cactussen. Ook de dierenwereld
is zeer beperkt. Enkele landvogels en
hagedissen komen maar op één
of een paar van de eilanden voor. De
kusten zijn belangrijk als broedplaatsen
van zeevogels en zeeschildpadden. Soorten
zoogdieren blijven beperkt tot knaagdieren
en wilde geiten. De Kaapverdische Eilanden
worden wel omringd door visrijke wateren.
Economie
Kaapverdië behoort tot de armste
landen ter wereld. De werkloosheid onder
de beroepsbevolking bedraagt ca. 25%;
evenveel heeft te weinig werk. Door
de grote droogte gingen vele oogsten
verloren. Met voedselimport verbruikt
men waardevolle valuta. Om buitenlands
geld te verkrijgen is Kaapverdië
afhankelijk van de emigranten die overzee
leven en van ontwikkelingshulp. Hiermee
worden grote werkgelegenheidsprogramma's
gefinancierd: herbebossing, het maken
van terrassen van de voor de landbouw
bestemde berghellingen en wegenbouw
Alhoewel bijna 50% van de bevolking
werkzaam is in de landbouw, draagt deze
sector maar voor 12% bij in het bruto
nationaal product (bnp). Op de lange
duur zou Kaapverdië zijn afhankelijkheid
van de landbouw kunnen verkleinen door
zich meer te richten op de visserij,
die zich gunstig ontwikkelt, en vooral
op de dienstverlening en op de gespecialiseerde
industrie. In 1989 werd een wet aangenomen,
die investeringen ten behoeve van exportproducten
en daarmee het scheppen van arbeidsplaatsen
aanmoedigt, alsmede in een tien jaar
lange vrijstelling van belasting, een
tolvrije in- en uitvoer en in vrije
winstovermakingen voorziet. Voor energie
is men afhankelijk van geïmporteerde
aardolie en bijproducten. Er is een
mogelijkheid voor hydro-elektriciteit.
De mijnbouw en industrie beperken zich
tot de winning van zout en vulkanisch
materiaal, en een conservenfabriek.
Het bankwezen, dat verrassend efficiënt
werkt, wordt nog verder uitgebreid.
De centrale bank is de Banco de Cabo
Verde, die tevens de commerciële
bank is. Op Sal is een internationale
luchthaven. Portugal is zowel voor de
import (voedingsmiddelen en transportmateriaal)
als voor de export (vis en visconserven)
veruit de belangrijkste handelspartner
Sal
Het eiland Sal was net als de andere
eilanden oorspronkelijk vulkanisch,
maar daarvan is weinig meer te zien.
Het is nu nagenoeg vlak. Het hoogste
punt is Monte Vermelho, maar liefst
406 meter 'hoog'. De naam Sal heeft
het eiland te danken aan een lagune
waar zout gevonden werd. De lagune Pedra
do Lume ligt in een oude krater. Tot
er zout gevonden werd, was Sal eigenlijk
onbewoond. Het werd door de bewoners
van het buureiland Boavista gebruikt
als graasweide voor de dieren.
Santiago is het grootste eiland van
de groep. Het is het meest Afrikaanse
eiland van Kaapverdië. De markten
zijn kleurrijker en hopelijk maak je
een van de festivals mee. Muziek speelt
hierbij een grote rol. De hoofdstad
Praia ligt in het zuiden.
Op Santiago, ongeveer tien kilometer
ten westen van Praia ligt de oude hoofdstad
van Kaapverdië, Cidade Velha. Dit
was de eerste stad die door de Portugezen
werd gebouwd. Hier staat het oude fort
Real de Sao Felipe. Het is wel even
klimmen, maar dan heb je ook een mooi
uitzicht.
Op
Sal komen vooral in de regio rond Santa
Maria tegenwoordig veel toeristen. Mensen
komen er natuurlijk vooral voor de mooie
stranden en om aan watersport te doen.
De baai van Tarrafal op Santiago heeft
een zandstrand. Er liggen kleine kleurige
vissersbootjes. Het is een plek waar
de plaatselijke bevolking ook graag
komt om de vrije zondag te vieren. Praia
heeft ook twee stranden: Praia Mar en
Quebra-Canela, ten westen van het centrum
van de stad.
De meest pittoreske plek van Sal is
Pedra do Lume, de krater van de vroegere
vulkaan. In 1804 hebben ze een tunnel
gemaakt om erin te kunnen komen. De
krater ligt op zeeniveau en wordt, ondanks
dat de zee een kilometer verderop ligt,
steeds gevuld met zeewater. Buracona
is een natuurlijk zwembad dat met vloed
gevuld is en bij eb leegloopt.
Santiago is een bergachtig eiland met
groene valleien en bananenplantages.
In het noorden ligt de sprookjesachtige
baai van Tarrafal. De uitzichten op
het eiland zijn weids. Vooral vanaf
het hoogste punt van het eiland, de
top van de Santo Antonio. Vlakbij Assomada,
in het dorpje Boa Entrada, kun je een
boom zien met een gigantische omtrek.
In Espargos en Santa Maria op Ilha do
Sal moet je goed je best doen om geen
restaurant, terras of discotheek te
vinden.
De avonden op Santiago kun je lekker
lang maken, met eten en stappen. Di
Nos is dé nachtclub in Praia.
Langs de stranden vind je veel bars
en clubs, ook in Tarrafal
De zee is de grootste attractie van
Sal. De toeristencomplexen van Santa
Maria hebben veel faciliteiten om aan
watersport te kunnen doen. Ook zijn
er mogelijkheden om als beginner instructies
te krijgen. Je kunt hier windsurfen,
vissen en duiken
Je kunt een jeep huren om rond te trekken,
maar ook fietsen zijn te huur.
Op het schitterende eiland Santiago
met de mooie valleien en ruige rotsen
kun je je lekker uitleven. Mountainbiken
of een lange trektocht maken met 'n
jeep of te voet, en dan 's avonds een
etenje op een terras aan het strand!
Voor mensen die van volleybal, basketbal
of tennis houden zijn er in Santa Maria
op Sal genoeg mogelijkheden. Voor een
duik in zoet water kun je terecht in
een van de vele zwembaden.
Sao
Nicolau
Het
eiland Sao Nicolau ligt in het noordelijke
deel van de archipel. Het eiland werd
ontdekt op 6 december 1461, maar was
nog lange tijd onbewoond. In het midden
van de zeventiende eeuw begonnen ze
te bouwen aan het eerste dorp, Porto
da Lapa. Omdat het eiland geregeld piraten
op bezoek kreeg verhuisden de mensen
naar het binnenland. Zo is Ribeira Brava
ontstaan, een karakteristieke plaats
met smalle straatjes en kleurige huizen.
In de baai van Sao Jorge werd een fort
gebouwd dat de piraten moest afweren.
In Ribeira de Prata is de Rocha Escrita,
oftewel 'rots met inscriptie'. Op deze
rots staan een aantal ondefinieerbare
letters of woorden. Sommigen zeggen
dat ze geschreven zijn door de eerste
bewoners van het eiland, anderen beweren
dat het de piraten zijn geweest dit
ze erop gezet hebben.
Dichtbij Preguica is het strand van
Gales. De stranden van Tarrafal zijn
echt een bezoek waard. Ze bestaan uit
zwart lavazand, dat zelfs een genezende
werking schijnt te hebben.
Het bergachtige eiland is weliswaar
kaal, maar het heeft wel veel vergezichten.
Het vulkanische verleden van het eiland
zie je terug in de Monte Gord (1304
meter), het hoogste punt van het eiland.
Daar vandaan lopen twee bergketens:
van noord naar zuid en van oost naar
west. Ze eindigen in zee als steile
kliffen. Veel valleien zijn smal en
diep, behalve Vale de Fajá. Deze
is wijder en er wordt aan landbouw gedaan.
Een leuke trip, met de auto of wandelend,
is om vanuit het binnenland naar de
kust te gaan, naar Caleijao. Je komt
door een afwisselend landschap van valleien
en plantages. Vanaf de vulkaan Caldeira
(letterlijk 'kokende ketel') heb je
een mooi uitzicht.
Vissen is een populaire bezigheid en
het is goed mogelijk dat je een keer
een 'big one' vangt, zoals een 'blue
marlin' (een flinke jongen met speervormige
snuit).
Je kunt lekker trekken over dit eiland.
Je zult af en toe flink moeten klimmen,
maar het grandioze uitzicht beloont
je keer op keer.
Pasen wordt met processies en wedstrijden
gevierd in het dorpje Faja. Net als
op Sao Vicente wordt carnaval enthousiast
gevierd. De doop is heel belangrijk
voor de inwoners van Sao Nicolau. 'Guarda
cabeca' is een traditie en betekent
letterlijk 'het babyhoofdje beschermen
tegen de duivelse heksen'. Dit wordt
gedaan op de zesde en zevende dag na
de geboorte. Er wordt een hoop lawaai
gemaakt en veel gegeten en gedronken.
Fogo
Fogo
is een eilandje ten westen van Santiago.
Het heeft een vulkaan van 2829 meter
hoog, wat meteen de grootste attractie
van het eiland is en eigenlijk van de
hele archipel. Heel soms is er een eruptie.
Zijn naam heeft Fogo te danken aan deze
vulkaan. Fogo betekent immers 'vuur'.
Het historische centrum van de stad
Sao Filipe heeft lange lanen en prettige
pleinen. Er staan hier gebouwen die
nog herinneren aan de tijd van de slavernij.
Ten noorden van Sao Filipe ligt een
schitterend zwart strand van lavazand.
Er zijn een aantal grotten en riffen.
In Cha das Caldeiras, op de westhelling
van de vulkaan, ligt het mooie park
Monte Velho. Hier staat een aantal enorme
bomen, die raar contrasteren met het
voor de rest vrij kale landschap. De
vulkaan moet ooit een hoogte van 3500
meter hebben gehad. Hij was actief tot
in de achttiende eeuw. Héél
soms maakt hij z'n aanwezigheid even
duidelijk. De laatste eruptie was in
1995.
De omgeving van dit eiland nodigt uit
tot een mountainbike-tocht of een flinke
wandeling. Je kunt het jezelf ook wat
moeilijker maken door een klim te maken
naar de top van de vulkaan.
Het grootste culturele festival van
Fogo is het festival van 'Bandeira de
Sao Filipe', dat onder meer bestaat
uit dansen, een paardenrace, een kerkdienst
en een processie. Het wordt gehouden
in de laatste week van april en eindigt
op 1 mei.
Sao Vicente
Sao
Vicente is een klein eiland, maar bij
het stadje Mindelo ligt de grootste
haven van Kaapverdië. Mindelo heeft
een boulevard met uitzicht op de haven.
De sfeer op dit eiland is, in tegenstelling
tot Santiago, Europees.
Wanneer je in Mindelo aankomt merk je
direct de Europese invloed. In de straten
staan historische panden die je bij
wijze van spreken ook in Engeland kunt
aantreffen. Ook staan er monumenten
uit de koloniale tijd en er loopt een
mooie avenue door deze stad.
Er zijn wenig stranden in Sao Vicente,
in de buurt van het vliegveld ligt een
goed strand: Sao Pedro.
Mont Verde is het hoogste punt van dit
vrij vlakke eiland. Een andere 'berg'
is Monte Cara. Die heeft deze naam gekregen
vanwege de sterke gelijkenis met een
gezicht, wat vooral bij zonsopgang goed
te zien is. Baia das Gatas, een erg
mooie baai, ligt op tien minuten rijden
van Mindelo. De stad Porto do Calhau
kun je bereiken door het eiland te doorkruisen
van oost naar west. De weg loopt tussen
twee oude vulkanen door. De krater van
een derde is goed te herkennen. Onderweg
kom je langs grotten van Topim. Vlakbij
is een strand.
's Zomers zijn de discotheken op Sao
Vicente iedere avond geopend. Uit de
bars en clubs klinkt het swingende ritme
van de lokale muziek.
Als je van windsurfen houdt moet je
naar het strand van Sao Pedro. Hier
komen de kampioenen geregeld surfen.
De faciliteiten zijn dus goed. Er zijn
ook goede zeilscholen.
Biken en paardrijden zijn andere bezigheden
die je op het eiland Sao Vicente kunt
doen.
Het festival van Baia das Gatas wordt
gehouden in augustus wanneer het volle
maan is. Dat voorspelt wat... Op het
strand van Praia das Gatas beginnen
een paar vrienden wat muziek te maken
en de volgende ochtend is het uitgegroeid
tot een groot muzikaal festival. Mindelo
is een plek geworden waar veel zeilers
even aanmeren. In de bars en cafés
zitten allerlei buitenlandse bezoekers
elkaar sterke verhalen te vertellen
over hun reis op zee. Carnaval wordt
in Mindelo het heftigst gevierd. Het
lijkt erg op de manier waarop de Portugezen
hun feesten vieren, met kleurige optochten.
Soms heeft het ook flink wat weg van
een onvervalst Braziliaans carnaval.
Een balletje slaan kun je op golfbaan
met 18 holes. Ook dit heeft het eiland
te danken aan de Engelse invloeden.
|