vakantie Londen

Londen is een bruisende en constant veranderende stad. Sommige steden zijn voor hun grandeur afhankelijk van imposante oude gebouwen, andere van het feit dat ze het centrum van bestuur, cultuur of de financiële wereld zijn; weer andere zijn opwindend omdat ze modern zijn. Wat Londen uniek maakt, is dat het al deze kwaliteiten in één stad verenigt. Het is cultureel een van de meest rijke, stimulerende en dynamische steden ter wereld.

Er is hier altijd veel te doen, te zien of te bezoeken. Mensen die er eenmaal geweest zijn, komen bijna altijd terug om hun favoriete plekjes nog eens op te zoeken of nog meer te ontdekken. Iedere keer merken ze dat er in Londen meer te zien is dan ze dachten. En dus komen ze nog een keer, en nog een keer… Per jaar ontvangt de stad maar liefst 30 miljoen bezoekers.

De eerste uitdaging is altijd om je een idee te vormen van de globale indeling van de stad. Het hart van Londen ligt langs de noordoever van rivier de Theems, de kronkelende ruggengraat van de stad. Het oudste gedeelte, dat enigszins verwarrend de ‘City’ genoemd wordt, is het dichtbebouwde financiële centrum.

Ten oosten van de City vindt u, aan het water, de Tower of London en de Tower Bridge. Pal ten noorden van de City ligt Clerkenwell, met kloosterrestanten, en daarachter Islington met zijn elegante huizen, bloeiende alternatieve theaters en een keur aan restaurants. En ten westen van de City ligt Westminster, het politieke centrum waar tevens de koninklijke familie resideert.

Soms voelen bezoekers zich in Londen verstikt door de massa’s medetoeristen en zijn ze niet meer in staat datgene te zien waarvoor ze kwamen. Verlaat in dat geval de rij voor Madame Tussaud’s of the Tower en neem een bus of metro naar een van de meer kleurrijke delen van de stad. Bezoek Soho of Islington, of maak een wandeling langs de zuidoever van de Theems van Westminster naar Tower Bridge.

Bezienswaardigheden Londen

National Gallery
Dit is een van werelds meest indrukwekkende nationale musea. De collectie van 2000 schilderijen is dan ook een aaneenschakeling van meesterwerken, die het verhaal vertellen van de Europese schilderkunst van de 13e tot de 19e eeuw. Omdat de collectie relatief klein is, en de zalen compact, kan een bezoeker door alle zalen slenteren, een paar hoogtepunten bekijken en een andere dag terugkomen om bepaalde stukken beter te bestuderen.

George IV zag hoe in Parijs, Amsterdam, Wenen, Madrid en Berlijn, de verlichte vooruitgang zich manifesteerde in openbare musea. Hij spoorde de regering, die weigerde kunst te subsidiëren, aan een National Gallery of England te stichten. In 1824 wist de regering £ 57.000 op te hoesten, waarmee men de 38 schilderijen kocht die Julius Angerstein, een in Londen wonende financier van Russische afkomst, had nagelaten. De werken werden eerst tentoongesteld in zijn huis in Pall Mall. In 1838 verhuisden ze naar het klassieke gebouw van William Wilkins met uitzicht op het net door Nash aangelegde Trafalgar Square. De Sainsbury-vleugel ging in 1991 open. In de zestien extra zalen hangt de schitterende collectie vroeg-renaissancistische schilderijen uit Italië en Noord-Europa.

Elk schilderij uit de indrukwekkende collectie is te zien, mits het niet uitgeleend is of gerestaureerd wordt. Als een zaal dicht is, wordt de inhoud doorgaans elders opgehangen: vraag gewoon waar. De 66 zalen zijn verdeeld in vier secties: schilderijen uit de periode 1260-1510 in de Sainsbury-vleugel, 1510-1600 in de westvleugel, 1600-1700 in de opgeknapte noordvleugel en latere schilderijen in de oostvleugel. Kunst uit de 20e eeuw wordt tentoongesteld in de Tate Gallery of Modern Art op Bankside. De meeste Britse schilderijen hangen in de Tate Gallery of British Art in Pimlico.

British Museum
Het grootste Britse museum mag niet worden onderschat. Hier worden de nationale collectie archeologie en etnografie beheerd. Het museum beslaat bijna 55.000 vierkante meter, heeft 1200 mensen in dienst, trekt meer dan zes miljoen bezoekers per jaar en beheert meer dan vier miljoen objecten, variërend van prehistorische beenderen tot overblijfselen van het Atheense Parthenon en van Assyrische paleiskamers tot gouden sieraden. Het is een levendig museum; het verandert dagelijks omdat de geëxposeerde voorwerpen regelmatig worden vervangen, speciale tentoonstellingen worden gehouden en nieuwe ontdekkingen een andere mening over een voorwerp kunnen opleveren. Het groeit ook bijna dagelijks: de meeste Britse archeologische vondsten komen ernaartoe, er worden regelmatig schenkingen gedaan en het museum koopt zelf nieuwe objecten aan.

Het museum kampte echter nog steeds met ruimtegebrek. Tegen het einde van de 20e eeuw bleek een radicale oplossing nodig. De British Library kreeg zijn hoofdgebouw in St. Pancras ten noorden van Bloomsbury. Hierdoor kwam 40 procent van de ruimte vrij in het museum. Een grootschalig project van uitbreiding en vernieuwing ving aan en zal voltooid worden rond 2003, als het museum 250 jaar oud is. Het pronkstuk is de Great Court in het midden van het museum. Hier komen de leeszaal en een informatiecentrum voor de 100 zalen en de educatieve projecten. Ook zullen bezoekers er even kunnen rusten en kunnen winkelen. De zalen worden gereorganiseerd en de etnografische afdeling zal verhuizen naar nieuwe zalen voor de Afrikaanse, Amerikaanse, Europese, Aziatische en Oceanische collecties.

Tower of London
Achter de strakke City-flats gaat de meest volmaakte middeleeuwse vesting in Engeland schuil, vergeten door de meeste Londenaren maar geliefd bij toeristen. De Tower is meer dan een fort; hij bevat een paleis, cellen, executieterrein, kapellen en musea. Sinds Willem de Veroveraar hem na zijn landing in Engeland (1066) bouwde, heeft hij altijd de vorst gediend. Met 7 hectare is dit het kleinste dorp in Londen; er wonen achttien gezinnen.

Oorspronkelijk was de Tower een tijdelijk fort van Willem om de onbetrouwbare kooplui in de City in de gaten te houden. Het verrees tussen de Saksische en de hoge, toen nog bestaande Romeinse muren. Later bouwde hij wat nu de centrale White Tower is, voltooid door Willem II en Hendrik I. Deze donjon van natuursteen uit Caen, Frankrijk, heeft 30 m hoge en 5 m dikke muren, met ruimte voor drie waterputten, een eetzaal, een raadkamer, de kleine St. John’s Chapel, een gevangenis en een kerker. Hendrik bouwde nog een kerk, St. Peter ad Vincula. De laatste Normandische koning, Steven, was de eerste die in het fort woonde.

De Tower is erg populair. Wie vroeg is kan naar de kroonjuwelen snellen en die relatief rustig bekijken. De meest spannende manier om aan te komen is per rivierboot, maar dan bent u te laat voor rustige momenten. Er is veel te zien; met een re-entry-kaartje kunt u later voor een tweede keer binnen, bijvoorbeeld na de lunch in Tower Wharf of het nabije St. Katherine Dock. U kunt tussendoor ook de naburige kerk All Hallows by the Tower, Tower of St. Katherine Dock bezoeken of de pont van Tower Pier naar de HMS ‘Belfast’ nemen.

Westminster Abbey
Wie een bijzonder gebouw betreedt, doet er altijd goed aan het eerst van een afstand te bekijken. Dat geldt ook voor de Westminster Abbey. Tegenwoordig is er veel verbeeldingskracht voor nodig om te beseffen wat voor indruk dit enorme gebouw -het is de hoogste gotische kerk van het land -en zijn uitgebreide abdijgebouwen en terreinen gemaakt moeten hebben op het middeleeuwse Londen.

De kapel die Hendrik VII tussen 1503 en 1512 aan de oostzijde liet aanbouwen, is uitgevoerd in de slankst mogelijke gotiek. De kapel is een blik van buitenaf meer dan waard. De grote, geplooide en in vlakken verdeelde steunberen dragen de luchtbogen die het gewicht van het dak opvangen. Daardoor zijn extreem grote ramen mogelijk.

Het schip is net een museum, dat uitpuilt van de beelden en reliëfs uit de Renaissance tot en met de Victoriaanse tijd. Bij binnenkomst ziet u rechts voor u, bij het koorhek, het monument voor de grote natuurkundige Isaac Newton uit 1731. Michael Rysbrack maakte het beeld van Newton, even als die van Ben Johnson en John Milton, beide in de Poets’ Corner. Vlak bij de ingang ziet u rechts een portret van Richard II, gedateerd 1390. Vlak voor u bevindt zich de tombe van de Onbekende Soldaat. Deze soldaat uit de Eerste Wereldoorlog is de meest recent begravene in de kerk.

Tower Bridge
Dit is de enige brug ten oosten van de London Bridge en een van de nieuwste: de bouw begon in 1886. Ze moest de drukte op de andere bruggen verminderen en toch schepen kunnen doorlaten naar het hogere havenbekken.

Een speciale wet in 1885 gaf toestemming voor de bouw van een dubbele opklapbrug. De wet eiste een brug in gotische stijl om te harmoniëren met de nabije Tower, een overspanning van 65 meter en een doorvaarhoogte van 45 meter.

De prins van Wales opende de brug in 1894. Ze is 265 meter lang en kostte de destijds enorme som van 800.000 pond. Liften brengen de bezoekers tegenwoordig naar het Tower Bridge Museum. Hier is een tentoonstelling over de brug te zien. Hier bevindt zich ook de machinekamer, waarvan de kolenketels het hydraulische systeem aandreven tot de elektrificatie in 1976.

Portobello Road
Portobello Road ligt parallel aan en contrasteert met de grootsheid van Ladbroke Grove. Ooit was het een landweg die naar Porto Bello Farm leidde. Zigeuners verhandelden hier paarden en kruiden in 1870-1880 en in 1890-1900 kwamen hier zaterdagavondmarkten. De handelaars in antiek die de straat nu beroemd maken arriveerden voor het eerst in 1948, toen de Caledonian Market bij King’s Cross werd opgeheven.

Vandaag de dag is Portobello Road Market een van de Groot-Brittanië’s langste markten. Op zaterdag is de markt een en al geluid en kleur en kunt u er waarschijnlijk ook nog wel koopjes op de kop tikken. De antiekzaken en kramen tussen Chepstow Villas en Lonsdale Road, aan het einde van de Notting Hill, verkopen collectors items, maar er valt weinig te pingelen. Goede eethuisjes tussen Lonsdale Road en Lancaster Road sterken de mens.

Piccadilly Circus
Piccadilly Circus is het amusementscentrum van Soho. Het werd in 1819 gebouwd als onderdeel van de droom van George IV om Carlton
Foto: Brits Verkeersbureau
House met Regent’s Park te verbinden. Toen rond 1885 Shaftesbury Avenue gebouwd werd, veranderde het plein in een druk kruispunt. Eros werd in 1893 geplaatst -het naakte standbeeld wekte de woede van koningin Victoria. Het monument groeide echter al snel uit tot een Londens symbool. In werkelijkheid stelt de aluminium figuur Gilbert niet Eros voor, maar de Engel van de Christelijke Naastenliefde. Het beeld gedenkt Antony Ashley Cooper, de zevende graaf van Shaftesbury (1801-1885), een filantroop en staatsman die vocht voor een betere behandeling van fabrieksarbeiders, mijnwerkers, schoorsteenvegers en krankzinnigen.

De betekenis van Piccadilly Circus was zo groot dat rond 1895 de eerste lichtreclames van Londen -voor Bovril en Schweppes- hier werden aangebracht. Er kwamen meer theaters bij, zelfs één pal naast Eros: het Criterion. Dit theater (in de kelder) en zijn restaurant (op straatniveau) zijn met hun prachtige mozaïeken en tegels van Thomas Verity de moeite van het bekijken meer dan waard.

Buckingham Palace
Het relatief bescheiden buitenhuis van de hertog van Buckingham uit 1705 is nu vrijwel aan het oog onttrokken door de aanbouw van koninklijke vertrekken, schitterende kunst en een imposante façade. Buiten de hekken komen menigtes bijeen om de koningin en haar familieleden toe te juichen wanneer die op het balkon verschijnen tussen de twee grote centrale zuilen. Het Londense huis van de vorstin is een trefpunt in de stad.

Het beste uitzicht op Buckingham Palace heeft u vanaf de Mall, vlakbij het Queen Victoria Memorial van Aston Webb uit 1913. Het marmeren standbeeld van de koningin kijkt uit over de Mall, vergezeld van allegorische figuren als Liefdadigheid, Waarheid, Vooruitgang en Nijverheid; een victoriefiguur van bladgoud zweeft erboven. De ronde Memorial Gardens eromheen symboliseren het Rijk, met poorten geschonken door Canada, West- en Zuid-Afrika en Australië.

Recht tegenover de Gardens, aan de overkant van het paradeterrein waar het wisselen van de wacht plaatsvindt, ziet u de façade van het paleis. Deze werd in 1913 door Aston Webb in slechts drie maanden van portlandsteen gebouwd. Daarvoor was Buckingham Palace en omgeving een stuk minder indrukwekkend.

Het paleis telt 600 kamers, waaronder 19 staatsiezalen, 52 koninklijke slaapkamers, 188 personeelsslaapkamers en 78 badkamers. Er werken meer dan 400 mensen en elk jaar worden er meer dan 40.000 gasten ontvangen. Het paleis wordt gebruikt voor officiële plechtigheden en ontvangsten en tuinfeesten en is een van ’s werelds laatste functionerende koninklijke paleizen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>