Hoe
komt dat? Ten eerste door de langgerekte
vorm van het land. Het spreekt
voor zich dat er een groot verschil
bestaat tussen het klimaat in
Oslo en dat op de Noordkaap, twee
plaatsen die meer dan 2000 kilometer
van elkaar verwijderd zijn. Verder
is er de invloed van de bergen.
Zo heeft het oosten van Noorwegen,
dat als het ware ‘achter
de bergen’ ligt, in de zomer
een vrij droog en zonnig landklimaat,
terwijl in het westelijk fjordengebied
een zeeklimaat heerst met meer
neerslag. In de winter is het
net andersom: dan is er langs
de kust meestal sprake van zachte
winters met relatief weinig sneeuwval,
terwijl de temperaturen in het
binnenland vaak tot ver onder
nul kunnen zakken en er de hele
winter lang sneeuw ligt.
Maar de belangrijkste factor voor
het Noorse klimaat is toch wel
de invloed van de warme golfstroom.
Deze zorgt voor een matigende
invloed op het klimaat, waardoor
het in Noorwegen veel warmer kan
worden dan men op deze noordelijke
breedtegraden zou verwachten.
In de zomer kunnen de temperaturen,
ook in het noorden, oplopen tot
25-32 graden Celsius. Doordat
de golfstroom warm zeewater langs
de Noorse kust voert, blijven
ook in de winter de Noorse havens
ijsvrij. Het (korte) voorjaar
kenmerkt zich vaak door mooi weer,
waarbij de natuur in korte tijd
uitbundig tot bloei komt. Het
najaar kent ook vaak mooi weer,
hoewel de temperaturen dan met
name in het binnenland al dalen.
Ook dit seizoen is kort, waarbij
de natuur zich weer van haar beste
kant laat zien: in enkele dagen
tijd is heel de natuur getekend
met de mooiste herfstkleuren.
Middernachtzon en Noorderlicht:
In de winter, met name
in het gebied ten noorden van
de poolcirkel, is bij helder weer
het noorderlicht, ofwel ‘Aurora
Borealis’ te zien. Dit fascinerende
natuurfenomeen wordt vaak verward
met de middernachtzon, maar het
zijn twee totaal verschillende
verschijnselen. Terwijl gedurende
de middernachtzon de zon 's nachts
niet onder gaat (op de Noordkaap:
van 13 mei tot 29 juli, in Bodø:
van 4 juni tot 8 juli) komt het
noorderlicht juist voornamelijk
voor in de winter als de zon gedurende
een bepaalde periode niet boven
de horizon verschijnt. Deze ‘mørkeperiode’
(donkere tijd), in welke het noorden
gehuld gaat in een continue schemering,
duurt in Tromsø van eind
november tot half januari en op
de Noordkaap zelfs van half november
tot eind januari! Het noorderlicht
ontstaat doordat elektrisch geladen
deeltjes, met grote snelheden
uitgestoten door de zon, in de
hoogste lagen van de dampkring
terechtkomen en daar gassen doen
oplichten. Resultaat: een wonderlijk
kleurenspel aan de heldere poolhemel.
Flora en Fauna
Noorwegen is mooi en ongerept.
Het Noorse landschap is vol afwisseling
en telkens weer verrassend.
Noorwegen is bedekt met uitgestrekte
wouden, vooral naaldbossen. Aan
de Hardangerfjord kan men in het
late voorjaar ook genieten van
de bloesempracht omdat in dit
gebied veel fruitbomen groeien.
Afhankelijk van het landschap
is er een grote variëteit
aan planten en mossen te vinden.
Naar het noorden toe wordt het
landschap ruiger en nemen bomen-
en plantengroei af. Slechts de
berk weet zich daar te handhaven.
Rendiermos en lage struiken zijn
hier de enigen die de ?strijd?
met het ruige klimaat aankunnen.
De Noorse dierenwereld is minstens
zo bijzonder, onder aanvoering
van de eland. Deze ietwat plompe
viervoeter is met name 's avonds
laat of 's ochtends vroeg te bewonderen
en komt het meest voor in Zuid-,
Oost- en Fjell-Noorwegen. In sommige
schaars bevolkte gebieden van
Noorwegen (met name in het oostelijk
grensgebied tussen Noorwegen en
Zweden en in het Noors-Russische
grensgebied) komt de bruine beer
nog voor. Dat geldt ook voor andere
roofdieren zoals de wolf, de veelvraat
en de lynx. Vooral in het noorden
wordt de reiziger geconfronteerd
met rendieren. Soms alleen, vaak
in kuddes trekken ze vrijelijk
rond. En dat betekent dat ze ook
op de weg kunnen liggen, staan
of rondlopen.
In
een land met zoveel water is het
niet verwonderlijk dat ook de
bever in grote getale voorkomt,
net zoals vele vissoorten. De
zalm en de bergforel zijn hiervan
de meest sprekende voorbeelden.
Bijzonder is ook het voorkomen
van potvissen ten noorden van
de Lofoten en in het Tysfjord.
In de fjorden en langs de uitgestrekte
kustlijn van Noorwegen komen verder
zeehonden en bruinvissen voor.
Noorwegen is ook rijk aan vogels,
met name aan watervogels: allerlei
soorten meeuwen, alken, eenden,
zeekoeten en papegaaiduikers komen
in grote aantallen voor. In het
kustgebied bij Bodø komt
de zeearend nog voor. De ruige
rotskust en talloze vogeleilanden,
zoals Runde (bij Ålesund)
en Røst (op de Lofoten)
vormen een ideale verblijfplaats
voor de miljoenen vogels.
Nationale
Parken:
Ter bescherming en tot
behoud van karakteristieke landschappen
zijn er in geheel Noorwegen zogeheten
Nationale Parken aangewezen. Deze
parken zijn niet omheind door
hekwerken en altijd vrij toegankelijk.
Tegenwoordig zijn er in totaal
21 van deze parken in Noorwegen.
De bekendste zijn:
Hardangervidda
- In het park leven ca. 12.000
wilde rendieren, de grootste kudde
ter wereld. Saltfjellet/Svartisen
- In Nordland, direct ten noorden
van de poolcirkel.
Jostedalsbreen - In Sogn og Fjordane.
Het park ligt tussen de Sognefjord
en de Nordfjord. De Jostedalsgletsjer
is de grootste gletsjer van het
Europese vasteland: 80 kilometer
lang.
Jotunheimen - Dit hooggebergte
strekt zich uit over delen van
de provincies Oppland en Sogn
og Fjordane. Rondane- Tussen het
Gudbrandsdal en het Østerdal/Atnedal
(Oppland).
Dovrefjell- Tussen bekende dalen
zoals het Gudbrandsdal, het Romsdal,
het Dividal, het Folldal en het
Østerdal.
Bevolking
en cultuur
Noorwegen is een dunbevolkt land.
Met een bevolkingsdichtheid van
ongeveer 13 inw/km2 kun je zeggen
dat de Noren alle ruimte hebben.
Het noorden van Noorwegen –
met name de provincie Finnmark
-is het woongebied van de ‘Samen’.
De Samen vormen een aparte bevolkingsgroep
met een eigen taal en cultuur.
In heel Noorwegen wonen ongeveer
24.000 Samen die vooral leven
van de rendierteelt.
Noorwegen is rijk aan cultuur.
Talloze overblijfselen uit het
vikingtijdperk zijn in Noorwegen
terug te vinden, bijvoorbeeld
vikingschepen op het museumschiereiland
Bygdøy bij Oslo. Opvallend
in het Noorse landschap is de
middeleeuwse houten kerk, de zogeheten
staafkerk. Talloze openluchtmusea,
waar oude gebouwen, klederdrachten
en folklore bewaard zijn gebleven,
laten weer andere aspecten zien
van het Noorse verleden. De mooiste
openluchtmusea zijn te bewonderen
in Oslo en Lillehammer.
Verder zijn er tal van steden
waarvan de historische kern goed
bewaard is gebleven. Bijvoorbeeld
Gamle Stavanger, het oude centrum
van de havenstad Stavanger met
zijn witte huisjes. Of Ålesund,
waar het in het begin van de 20e
eeuw afgebrande centrum geheel
in Jugendstil werd herbouwd.
Noorwegen
heeft een groot aantal kunstenaars
van naam voortgebracht: Knut Hamsun,
een schrijver met een omvangrijk
oeuvre en internationale uitstraling;
Sigrid Undset met haar prachtige
historische romans en Henrik Ibsen,
een befaamd toneelschrijver. En
niet te vergeten Edvard Munch,
een belangrijke schilder, waar
in Oslo zelfs een apart museum
aan is gewijd. Ook op muziekgebied
heeft Noorwegen een grootheid
voortgebracht. Edvard Grieg -
componist van o.m. de Peer Gynt
Suite- wist de Noorse volksmuziek
met zijn prachtige composities
tot een hoog artistiek niveau
te verheffen. Bekende Noorse namen
van vandaag zijn onder meer Jostein
Gaarder, filosoof en schrijver
van ‘De wereld van Sofie’,
actrice/regisseuse Liv Ullmann,
echtgenote van de Zweedse cineast
Ingmar Bergman en ex-schaatser
en gouden medaillewinnaar Johan
Olav Koss.
Staat en politiek
Op
17 mei 1814 kreeg Noorwegen in
het plaatsje Eidsvoll zijn grondwet.
Als
voorbeeld voor de Noorse grondwet
gold de grondwet van de Verenigde
Staten van Amerika. Pas in 1905
werd de Unie met Zweden opgeheven
en werd Noorwegen een autonome,
constitutionele monarchie. Het
koningschap heeft in Noorwegen
een symbolische functie, maar
dankzij de vroegere koningen Haakon
en Olav en de huidige koning Harald
is het koningshuis heel populair
bij de Noorse bevolking. Het parlement
– genaamd ‘Storting’
- omvat 165 zetels. De afgevaardigden
van het parlement worden om de
vier jaar gekozen. De belangrijkste
partijen in Noorwegen worden gevormd
door de sociaal-democraten (AP),
de christen-democraten (KRF),
de liberalen (Høyre, FRP)en
de linkse partijen. (SV, Venstre)
Economie
Noorwegen
is een moderne welvaartsstaat
met een hoge levensstandaard.
De
belangrijkste industrieën
zijn de olie-industrie, de visserij,
de scheepvaart, land- en bosbouw,
veeteelt en toerisme. Noorwegen
is - dankzij grote voorraden in
de Noordzee - een belangrijke
leverancier van aardolie en aardgas.
Daardoor is ook de chemische en
petrochemische industrie voor
Noorwegen steeds belangrijker
geworden. Stavanger is het centrum
van de olie-industrie. De visvangst
is daarnaast nog altijd van groot
belang voor de Noorse economie.
Overal langs de westkust vormen
de plaatsen aan het water een
uitvalsbasis voor de talrijke
vissersschepen. De export van
vis en visproducten zoals kabeljauw,
garnalen, zalm en stokvis levert
de staatskas jaarlijks miljarden
Kronen op. Met name de eilandengroep
Lofoten is afhankelijk van de
visvangst. Hier vindt men ook
de enorme rekken waaraan in het
voorjaar de stokvis wordt gedroogd.
De landbouw was in Noorwegen al
vroeg ontwikkeld en dankzij het
relatief gunstige klimaat konden
en kunnen er veel producten worden
verbouwd. De regio rond de Hardangerfjord
wordt wel de ?Tuin van Noorwegen?
genoemd. Daar waar mogelijk wordt
ook veeteelt uitgeoefend. Schapen
en geiten lopen bijvoorbeeld vaak
vrij rond. Een befaamd Noors product
is de geitenkaas: geitost.
Eten
en drinken
De Noren zijn trots op hun culinaire
tradities. Er bestaan dan ook
diverse typisch Noorse specialiteiten.
In de eerste plaats is Noorwegen
natuurlijk het land van de vis.
Qua visgerechten heeft men dan
ook keus in overvloed: haring,
forel, kabeljauw, makreel, kreeft,
garnalen, en natuurlijk zalm in
allerlei variëteiten: gerookt,
gekookt, gestoofd en gemarineerd.
Maar ook vlees heeft een prominente
plaats in de Noorse keuken. Typisch
Noorse gerechten zijn rendier-,
eland- en lamsvleesgerechten,
en natuurlijk het nationale gerecht:
‘kjøttkaker’(voor
de Nederlanders te vergelijken
met de vertrouwde gehaktbal).
Daarnaast kan men vaak ‘flatbrød’
op tafel aantreffen: een flinterdunne
broodsoort, gebakken van ongezuurd
deeg. Veel hotels serveren 's
avonds een ‘koldtbord’,
waarbij in buffetvorm een keur
van koude en warme gerechten staat
opgesteld. Soms wordt hierbij
ook ‘rømmegrøt’
geserveerd, een pap gekookt van
dikke, zure room, en opgediend
met suiker en kaneel. Dit is overigens
geen dessert, maar een hoofdgerecht.
Bijna alle restaurants hebben
een vergunning voor wijn en bier,
grotere hotels hebben een volledige
vergunning. De prijzen voor sterke
dranken liggen in Noorwegen beduidend
hoger dan in de rest van Europa.
Alcohol kan uitsluitend worden
gekocht in de door de staat geëxploiteerde
winkels. Deze ‘vinmonopols’
zijn in steden en de meeste grotere
plaatsen te vinden. Bier is in
de meeste supermarkten in Noorwegen
verkrijgbaar.
|