DE
NOORSE REGIO'S
Noorwegen
wordt vaak in vijf kernregio's
onderverdeeld, elk met hun eigen
kenmerken en charme. Hier vindt
u meer informatie over iedere
afzonderlijke regio.
Midden-Noorwegen
Midden-Noorwegen
begint vanuit het zuiden ruwweg
gezien in de streek waar zich
twee van de bekendste Noorse nationale
parken bevinden, te weten Rondane
en Dovre. Rondane is een middelhoog
gebergte dat bekend staat om zijn
buitengewoon goede wandelmogelijkheden,
terwijl Dovre de enige streek
in Noorwegen is waar muskusossen
te bewonderen zijn. Verder oostwaarts
ligt Røros, een prachtig
bewaard gebleven mijnstadje dat
voorkomt op de UNESCO-lijst van
culturele erfgoederen.
Het cultureel en economisch centrum
van deze streek is de oude pelgrimsstad
Trondheim met zijn imposante,
middeleeuwse Nidaros-kathedraal.
Al vroeg in de Middeleeuwen begonnen
de inwoners het land te cultiveren
en het vruchtbare gebied rond
de Trondheimfjord werd de 'graanschuur'
van Noorwegen genoemd. Ook nu
nog zijn in deze regio de meest
vruchtbare gebieden van het land
te vinden. Uitgestrekte akkers
worden er doorsneden met snelstromende,
visrijke rivieren. Langs de gevarieerde
kust met fjorden, scheren en eilanden
liggen overal idyllische vissersdorpjes,
vuurtorens en haventjes. Het bergachtige
en waterrijke binnenland van Midden-Noorwegen
is niet erg toeristisch, maar
leent zich buitengewoon goed voor
bijvoorbeeld een visvakantie,
of om te kanoën en te raften.
Verder is hanggliden er populair,
kunnen grottentochten worden ondernomen
en staat de streek bekend bij
geologen. De provincies van Midden-Noorwegen
zijn Sør-Trøndelag
en Nord-Trøndelag met als
belangrijkste steden Trondheim,
Røros en Namsos.
Noord-Noorwegen
Noord-Noorwegen
is onderverdeeld in de provincies
Nordland, Troms en Finnmark. Het
grootste deel van dit dunbevolkte
gebied ligt boven de poolcirkel.
Kenmerkend zijn de uitgestrektheid
van de ?vidda? (toendra), de Noordkaap
en het gebied van de Samen met
hun rendierkudden. Verder valt
het extreme contrast op tussen
zomer en winter.
Tijdens de winterse 'donkere periode'
baadt het land wekenlang in een
schemerig blauw licht. Boven het
met sneeuw bedekte landschap kan
dan een fascinerend kleurenspel
ontstaan. Nauwelijks vier maanden
later heerst de middernachtzon
met zijn lichte zomernachten.
Het weer en het licht veranderen
voortdurend in het noorden. Je
weet zelden wat de dag zal brengen.
Ook het landschap is gevarieerd.
Ronde heuvels, spitse bergtoppen
en uitgestrekte plateaus. Daartussen
rivieren en watervallen, vredige
dalen, grote bossen en eindeloze
vlakten. Fjorden dringen diep
het land binnen. De warme golfstroom
zorgt voor ijsvrije havens, zelfs
in de wintertijd, waar anders
alleen maar toendra's en permafrost-gebieden
zouden zijn geweest.
Voor
de hele Noord-Noorse kust ligt
een machtig eilandenrijk, met
de Lofoten en de Vesterålen
als de meest aansprekende eilandengroepen.
Deze verstilde, bergachtige eilanden
worden vaak met recht de mooiste
van Noorwegen genoemd. De opvallend
moderne en levendige studentenstad
Tromsø (provincie Troms)
staat, naast zijn ijskathedraal
en Poolmuseum, vooral bekend als
'The Gateway to the Arctic', mede
door de vele Noordpoolexpedities
die er vanuit deze stad zijn begonnen.
De belangrijkste steden van Noord-Noorwegen
zijn Bodø, Tromsø
en Hammerfest.
Fjord-Noorwegen
Bijna
nergens anders ter wereld zijn zulke
imposante fjordenkusten te vinden
als in West-Noorwegen. De diverse
ijstijden hebben ervoor gezorgd
dat Noorwegen dit unieke stuk natuur
heeft verkregen. Gletsjerarmen hebben
in vroeger tijden diepe inhammen
in het kustgebergte uitgeslepen,
met als resultaat dat ze vandaag
de dag tot wel 200 kilometer ver
landinwaarts reiken. De bekendste
fjord is de Geirangerfjord. Deze
is ingeklemd door steile bergwanden
die tot 1000 meter hoogte reiken.
Ook de Nordfjord, de weidse Hardangerfjord
en de Lysefjord met zijn befaamde
600 meter hoge rots "Prekestolen"
zijn sprekende voorbeelden van het
Noorse fjordenlandschap. Het hooggebergte
is een tweede aantrekkelijk kenmerk
van dit gebied. Met een aantal toppen
hoger dan 2000 meter, waaronder
de in Jotunheimen gelegen Galdhoppigen
(2469 meter) als hoogste bergtop
van Scandinavië, is het Noorse
berggebied een must voor de liefhebber
van bergwandelen, bergsport en natuurschoon.
Het gebied Jostedalsbreen kent bovendien
een aantal grote en bereikbare gletsjers,
zoals de Briksdalgletsjer en de
Nigardsgletsjer. Maar Fjord-Noorwegen
bestaat uit meer dan bergen, fjorden
en ongerepte natuur. De kustcultuur
weerspiegelt zich in de kunst van
het botenbouwen en in de geschiedenis
van de handelsplaatsjes en vissersdorpjes.
En
in de Noorse bouwkunst zijn de
houten staafkerken een bijzonder
fenomeen. De staafkerk van Urnes
staat op de werelderfgoedlijst
van UNESCO, evenals de oude koophuizen
('Bryggen') in Bergen. In cultureel
opzicht is deze stad het belangrijkste
knooppunt in het West-Noorse fjordengebied.
De belangrijkste plaatsen van
Fjord-Noorwegen zijn Bergen, Stavanger
en Ålesund. De volgende
provincies maken deel uit van
Fjord-Noorwegen: Hordaland, Rogaland,
Sogn og Fjordane, Møre
og Romsdal.
Zuid-Noorwegen
Zuid-Noorwegen
wordt gevormd door de provincies
Telemark, Oost-Agder en West-Agder,
en is gevarieerd en afwisselend.
De scherenkust met zijn mooie stranden
nodigt met name uit tot watersport.
De gemeenschappelijke noemer van
alle stadjes langs de zuidkust is
dan ook de scheepvaart. Vooral in
de tijd van de grote zeilschepen
maakte de Noorse zuidkust een bloeiperiode
door.
De talrijke herenhuizen in het gebied
getuigen van deze periode. Vlak
achter de kust beginnen de bossen
en de bergen van het Zuid-Noorse
binnenland, ook wel het ‘Rijk
van de elanden’ genoemd. Dit
gebied heeft dan ook de grootste
elandendichtheid ter wereld. Tussen
het Setesdal in het westen en het
Drangedal in het oosten zijn door
de bijzondere geologische omstandigheden
bovendien veel verschillende mineralen
te vinden. Maar er is meer te zien
en te ondernemen in Zuid-Noorwegen.
Het zijn met name folkloristische
en culturele tradities - zoals bijvoorbeeld
volksmuziek en zilversmeedkunst
- die een meerwaarde geven aan dit
vakantiegebied bij uitstek. De belangrijkste
steden in Zuid-Noorwegen zijn Kristiansand,
Arendal en Risør.
Oost-Noorwegen
Oost-Noorwegen
bestaat uit de provincies Oslo,
Akershus, Østfold, Vestfold,
Telemark, Buskerud, Hedmark en Oppland.
In het hart van Oost-Noorwegen ligt
de hoofdstad Oslo, aan de kop van
de Oslofjord, omgeven door groene
heuvels en het natuurgebied Oslomarka.
Oslo is een springlevende stad met
veel vertier op straat, langs de
haven, op terrassen, in parken en
in winkelstraten.
Oost-Noorwegen draagt op cultuur-historisch
gebied een enorme erfenis met zich
mee. Het gebied rond de Oslofjord
behoort tot de oudst bewoonde gebieden
van Noorwegen. Hier heeft men van
oudsher geleefd van de handel en
zeevaart, zoals onder meer blijkt
uit de vele rotstekeningen die hier
zijn teruggevonden. Langs de Oslofjord
en de kust in zuidelijke richting
zijn ook veel overblijfselen uit
de vikingtijd teruggevonden. De
belangrijkste vondsten zijn de vikingschepen
geweest, onder andere bij Oseberg
en Gokstad. Deze zijn tegenwoordig
te bezichtigen in het Vikingschepenmuseum
in Oslo. In
de dalen van Oost-Noorwegen zijn
landbouw, veeteelt, bosbouw en
jacht altijd de belangrijkste
middelen van bestaan geweest.
Men heeft er altijd veel waarde
gehecht aan tradities zoals volksmuziek
en volksdansen, maar ook de volksschilderkunst
"rosemaling" is er tot
cultureel erfgoed verheven. Aan
de volksarchitectuur wordt ruim
aandacht besteed in de vele openluchtmusea
in Oost-Noorwegen, bijvoorbeeld
in Oslo, Lillehammer en Fagernes.
De belangrijkste steden in Oost-Noorwegen
zijn Oslo, Hamar en Lillehammer.
BRON:
www.visitnorway.com
|