In
dit land vindt men uiteenlopende landschaps-,
klimaat-, en vegetatievormen. Het Oostenrijkse
landschap omvat gebieden met hoog- en
middelgebergte, heuvellandschap en vlakte.
Het
Alpen- en Karpatenvoorland, het Weense
bekken en het Oostenrijkse gedeelte
van het Pannonische laagland in het
oosten zijn de belangrijkste vestigings-en
economische gebieden. De hoogste berg
is de Grossglockner (3.797m), de belangrijkste
rivier is de Donau die over een lengte
van 350 km door Oostenrijk stroomt.
Oostenrijk ligt in de gematigde zone.
Het klimaat heeft een overgangskarakter:
van het gematigde, Atlantische beïnvloedde
westen resp. noordwesten naar het continentale
oosten.
Wat het klimaat betreft kan Oostenijk
in 3 zones ingedeeld worden:
Het oosten met een Pannonisch landklimaat
(doorsnee neerslag per jaat minder dan
800 mm), het eigenlijke alpine gebied
met een typisch alpine klimaat (veel
neerslag, korte zomers, lange winters),
tenslotte het overige bondsgebied met
een vochtig gematigd Middeleuropees
overgangsklimaat (doorsnee temperaturen
in juli 14 tot 19 graden, neerslag per
jaar 700 tot 2.000 mm afhankelijk van
ligging en hoogte). In het westen is
de neerslag aanzienlijk hoger dan in
het oosten en in de hoge gebieden hoger
dan in de laagvlakten.
Het verschil in de hoogte en klimaat
heeft een grote verscheidenheid in de
flora en fauna voortgebracht. Oostenrijk
is één van de bosrijkste
landen van Europa.
Milieu
Milieubescherming is in Oostenrijk op
maatschappelijk en economisch terrein
steeds belangrijker geworden.
Om
redenen van de complexiteit van de daarbij
optredende problemen van milieuverontreiniging
en van de historische gegroeide taakverdeling
van de overheid over diverse publiekrechtelijke
lichamen, worden maatregelen ter bescherming
van het milieu zowel door landelijke
als provinciale en gemeentelijke instanties
getroffen.
De investeringen voor de milieubescherming
in Oostenrijk zijn aanzienlijk en bedroegen
in 1999 bijna 3% van het BBP.
In vergelijking met andere landen in
Europa gelden in Oostenrijk bovendien
zeer strenge bepalingen op het gebied
van afvalstoffen, chemicaliën en
de luchtzuivering bij ketelinstallaties.
Ook de grenswaarde voor luchtverontreinigende
stoffen ligt binnen de marge van die
in de VS, Japan, Duitsland en Zwitserland.
In de landbouw wordt bovendien steeds
meer op ecologische criteria gelet:
er bestaan zeer strenge voorschriften
voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen
en meststoffen.
Met de milieu-informatie-wet wil men
in Oostenrijk ook voor meer duidelijkheid
op het gebied van milieuinformatie,
beschikbaarheid van milieugegevens,
zorg dragen. Door de wet over de toezicht
van de overheid op milieubelastbaarheid
zal meer rekening worden gehouden met
de wensen van de bevolking met betrekking
tot gezondheid en milieu.
Door adequate maatregelen kon de waterkwaliteit
van de Oostenrijkse meren op een uitstekend
niveau worden gebracht. Ook werd de
beveiliging en verbetering van het beschermend
effect van de bossen dat voor het bergland
uiterst belangrijk is voortdurend verbeterd.
Het ministerie van landbouw heeft in
samenwerking met de bondslanden een
nationaal concept voor de sanering van
beschermde bossen uitgewerkt. Het staatsbosbeheer
vult dit concept aan met omvangrijke
maatregelen.
Cultuur
Oostenrijk
is een land met een rijk cultureel heden
en verleden, dat door iedereen als grote
mogendheid op cultureel gebied wordt
erkend.
Het
brede spectrum van Oostenrijkse cultuur
omvat niet alleen beroemde bouwwerken
en een eeuwenoude geschiedenis maar
is ook nu nog actief in de beeldende
kunst, in concerten, theaters, festivals
en ook folklore. Oostenrijk heeft wereldberoemde
orkesten (Wiener Philharmoniker, Mozarteum
Orchester Salzburg, Wiener Symphoniker)
en koren (Wiener Männergesangsverein,
Wiener Sängerknaben). Oude kamermuziek
wordt hier evenzeer beoefend als moderne
hedendaagse muziek.
De Oostenrijkse literatuur omvat een
tijdperk van negen eeuwen en bereikte
al omstreeks 1200 met het "Nibelungenlied"
een eerste hoogtepunt. Tot de grote
klassieke toneelschrijvers uit de 19e
eeuw die ook nu nog in het Burgtheater
in Wenen opgevoerd worden behoren Franz
Grillparzer en de twee volksdichters
Ferdinand Raimund en Johann Nestroy.
Auteurs van internationale rang uit
de laatste generatie zijn Arthur Schnitzler,
Hugo von Hoffmansthal,Stefan Zweig,
Robert Musil, Ödön von Horváth,
Heimito von Doderer en Thomas Bernhard.
Onder de nog levende dichters is Peter
Handke internationaal wel de bekendste.
Een grote periode voor de Oostenrijkse
muziek was de klassieke. In Wenen woonden
en werkten Joseph Haydn, Wolfgang Amadeus
Mozart, Ludwig van Beethoven, Franz
Schubert, Johannes Brahms en Anton Bruckner.
Gustav Mahler doorbrak in zijn symfoniën
alle grenzen van de tonaliteit. De "Tweede
Weense School" werd gevormd door
Arnold Alban Berg en Anton Webern. Ook
Johannes Strauss, de "Walskoning"
componeerde in Wenen zijn operettes
evenals Karl Millöcker, Karl Zeller
en Franz Lehár.
De Weense staatsopera is evenzeer verantwoordelijk
voor de reputatie van Oostenrijk als
muziekland evenals de talrijke festivals
in alle bondslanden, van de Bodensee
in het uiterste westen (Bregenzer Festspiele)
tot de Neusiedler See in het oosten
(Seefestspiele Mörbisch). Een hoogtepunt
van de culturele presentatie blijft
echter het wereldberoemde festival in
Salzburg (Salzburger Festspiele) dat
al vanaf 1920 plaatsvindt. Rond de eeuwwisseling
beleefde Wenen een periode van grote
bloei van de Jugendstil met zijn belangrijke
representant Gustav Klimt. Andere belangrijke
moderne kunstenaars waren Egon Schiele
en Oskar Kokoschka. Na de Tweede Wereldoorlog
ontstond in Wenen, gesticht door Albert
Paris Gütersloh, de "Wiener
Schule des phantastischen Realismus".
Max Weiler is tegenwoordig een van de
belangrijkste schilders. Internationale
bekendheid verwierven de beeldhouwers
Fritz Woturba, Wander Bertoni en Alfred
Hrdlicka.
Geschiedenis
Het gebied van het huidige Oostenrijk,
al sinds prehistorische tijden bewoond,
werd aan het begin van de christelijke
jaartelling door de Romeinen in hun
wereldrijk opgenomen dat in de stormachtige
tijd van de volksverhuizingen uit elkaar
is gebroken.
Omstreeks
800 na Chr. richtte Karel de Grote tussen
de rivieren Donau en Drau, als bolwerk
tegen de Awaren, de zogenaamde Karolingische
Mark op. In 976 werden de Babenbergers
met delen van dit gebied begiftigd dat
in 1156 tot hertogdom werd verheven.
Na het uitsterven van de Babenbergers
viel het hertogdom Oostenrijk in 1282
in handen van de uit Zwaben stammende
Habsburgers. Deze bouwden d.m.v. een
geschikte huwelijks- en alliantiepolitiek
een wereldrijk op. Vanaf het midden
van de 15e eeuw droegen bijna ononderbroken
Habsburgers de keizerkroon van het "Heilige
Romeinse Rijk".
In 1522 vond de deling van het huis
Habsburg in een Spaanse en een Oostenrijkse
lijn plaats. De Oostenrijkse lijn verwierf
in 1526, door het in werking treden
van een erfovereenkomst, Bohemië
en Hongarije. Hiermee werd de grondslag
gelegd voor de latere multinationale
staat. Als gevolg van het afweren van
de Turken in de 16e eeuw en de overwinningen
aan het einde van de 17e eeuw kwam de
doorbraak van Oostenrijk tot grote mogendheid.
In de 18e eeuw schiepen keizerin Maria
Theresia en haar zoon Joseph II met
hun hervormingen de basis voor een moderne
staat (centraal bestuur, leerplicht,
afschaffing van de lijfeigenschap).
Keizer Frans I stichte in 1804 het keizerrijk
Oostenrijk en deed in 1806 afstand van
de Romeins-Duitse keizerkroon die inmiddels
haar betekenis had verloren. Ten gevolge
van de "Ausgleich" ontstond
in 1867 de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije
die na de Eerste Wereldoorlog uiteen
viel.
De in 1918 opgerichte Republiek Oostenrijk,
nu een kleinstaat, werd in 1938 als
eerste land het slachtoffer van Hitler's
veroveringspolitiek. In 1945 verklaarde
Oostenrijk weer zijn politieke zelfstandigheid,
maar bleef nog tien jaar door de troepen
van de vier grote mogendheden Frankrijk,
Groot-Brittannië, de Sowjetunie
en de Verenigde Staten bezet. In 1955
kreeg Oostenrijk zijn souvereiniteit
terug. In hetzelfde jaar nam het parlement
de wet over de eeuwig durende neutraliteit
van Oostenrijk aan.
Economie
Oostenrijk is sinds begin 1995 lid van
de Europese Unie. Het economische aanpassingsproces
dat reeds door de deelname aan de EER
(Europese Economische Ruimte) in januari
1994 was begonnen, werd door de toetreding
tot de EU nog bespoedigd.
Het
EU-lidmaatschap biedt Oostenrijk nu
ook perspectieven voor een ontwikkeling
van integratie buiten het economische
terrein. De nieuwe uitdaging zal voor
Oostenrijk in de toekomst vooral zijn,
een overeenstemming te vinden van economisch
beleid met het "gemeenschapsbeleid"
van de Europese Unie, dit vooral in
de sectoren handel-, landbouw-, regionaal,
belastings- en financiëel beleid.
Oostenrijk heeft daarvoor de beste voorwaarden:
het is een van de rijkste en stabielste
EU-lidstaten. Het Oostenrijks economische
systeem van markteconomie, met benadrukking
van sociale elementen ten voordele van
economische zwakken, zal ook binnen
de EU blijven bestaan.
Ook het probate middel van economische
en sociale samenwerking, dat in het
kader van de loon- en prijspolitiek
traditioneel een sterke en voor het
vermijden van conflicten belangrijke
rol speelt, zal blijven bestaan.
Oostenrijk behoort op grond van de bereikte
convergentiestatus tot de elf EU-landen
die sinds het begin van het jaar 1999
tot de trap 3 van de Economische en
Monetaire Unie (EMU) zijn toegetreden.
De Oostenrijkse nationale economie werd
vanuit een sterke positie goed voorbereid
de Euro-valutaruimte binnengeleid.
Oostenrijk is een hoog ontwikkeld industrieland
met een beduidende dienstverlenende
sector. De belangrijkste takken van
de industrie zijn machine- en staalbouw,
voedings- en genotmiddelen, chemie en
voertuigen. Binnen de voertuigsector
is de motoren- en transmissieproductie
het belangrijkste deelgebied met een
exportvolume van ruim 90%. Per jaar
worden ongeveer 900.000 motoren voor
vele bekende automerken vervaardigd.
In de elektronische industrie maakt
Oostenrijk vooral naam met op maat gemaakte
elektronica-producten zoals, chips en
geïntegreerde schakelschema's (ontwikkeling
van chips voor o.a. Airbags, ABS-remsystemen,
onderdelen voor de Airbus of hoge-snelheids-treinen).
Slechts 2,4% van het bruto binnenlands
product (BBP) kwam in 1999 uit de primaire
sector (land-en bosbouw), terwijl 29,8%
uit de secundaire sector kwam (productie
van goederen en energie en mijnbouw).
Uit de tertiaire sector was 67,8% van
het BBP afkomstig (dienstverlening,
geldeconomie, openbare diensten, handel,
verkeer en toerisme).
Van de totale oppervlakte van Oostenrijk
is 18% akkerland, 27% groenland en 47%
bos. De landbouwgrond omvat 41% van
het Oostenrijkse staatsgebied. 5% van
alle werkenden in Oostenrijk zijn in
de land- en bosbouw werkzaam. Met 20.000
bio-boeren speelt Oostenrijk in Europa
een voortrekkersrol.
Op het gebied van grondstoffen- en energiewinning
beschikt de Alpenrepubliek over aanzienlijke
hulpbronnen zoals ijzererts, non-ferrometalen,
zeldzame stenen en aarde, maar de steeds
expanderende industrie maakt in steeds
hogere mate extra importen noodzakelijk.
Dit geldt ook voor brandstoffen, energie
en elektriciteit. Oostenrijk beschikt
over eigen aardolie- en aardgasvelden.
Het waterkrachtpotentieel wordt doorlopend
uitgebreid. Oostenrijk is het leidinggevende
waterkrachtland in de Europese Unie.
De Oostenrijkse industrie bestaat voor
een groot deel uit middelgrote bedrijven.
Zij dekt praktisch alle bedrijfstakken
van winning van grondstoffen tot arbeidsintensieve
eindproducten. Steeds meer betekenis
krijgen constructiebedrijven, die planning,
levering en montage van complete productie-installaties,
inclusief know-how, uitvoeren: zij hebben
een groot aandeel aan de export; maar
ook de sector elektronica zoals de productie
van geïntegreerde schakelschema's.
De Oostenrijkse kunstnijverheid heeft
een wereldreputatie, speciaal op het
gebied van fijne handenarbeid, mode-bijouterie,
keramiek en glaswerk.
Het toerisme is één van
de essentiële zuilen van de Oostenrijkse
Economie. Oostenrijk is een bergland
en één van de natuurlandschap-reserves
in Midden-Europa. In 1999 bezochten
17,4 miljoen buitenlandse gasten Oostenrijk.
In totaal waren er 112,6 miljoen overnachtingen,
waarvan het aandeel aan buitenlanders
81,6 miljoen bedroeg.
Oostenrijk is een op export georiënteerd
land dat zijn buitenlandse handel in
alle richtingen en sectoren met rond
150 landen heeft uitgebouwd. Tweederde
van de buitenlandse handel vindt met
landen van de Europese Unie plaats.
Sinds de opening van het Oostblok in
1989 zijn Oostenrijkse exporten naar
het Oosten duidelijk sneller gestegen
dan de totale Oostenrijkse uitvoeren.
In 1999 hadden de exporten naar deze
landen een waarde van 131,9 miljard
ÖS, in 1988 waren het pas 35 miljard
ÖS.
In dit decennium bedroeg het groeipercentage
van de uitvoeren naar Oost-Europa 250%.
Sinds de opening van het Oostblok behaalde
Oostenrijk in de handel met Oost-Europa
een overschot van 200 miljard ÖS,
alleen in het jaar 1998 bedroeg dit
overschot 31.65 miljard ÖS. Oostenrijkse
investeringen in Oost-Eruopa bedroegen
sinds 1989 55 miljard ÖS, hiervan
vielen 40% op Hongarije, 20% op Tsjechië
en iets meer dan 10% op Polen.
Rond een derde van alle investeringen
van Oostenrijk in het buitenland gaat
naar landen in Oost-Europa die EU-toetredingskandidaten
zijn. In sommige van deze landen komt
een tiende van de directe buitenlandse
investeringen uit Oostenrijk.
Een belangrijke tak van de Oostenrijkse
buitenlandse handel is de doorvoerhandel,
verbonden met de bemiddeling van Oost-West
transacties.
De werkeloosheid in Oostenrijk was in
2002 gemiddeld 4,8%.
De Oostenrijkse betalingsbalans kent
een tekort op de handelsbalans, terwijl
de dienstverleningsbalans (toerisme)
meestal actief is, die ten dele de tekorten
van de handelsbalans compenseert.
In dezelfde mate waarin Oostenrijk zich
op het gebied van de wereldpolitiek
tot en trefpunt van naties ontwikkelt,
waarin talrijke congressen, conferenties
en gesprekken op topniveau getuigen,
is het land ook op de transportsector
een belangrijk verbindend element tussen
de economische ruimten in Europa geworden.
Groeiende betekenis heeft hierbij de
Europese energiedoorvoer, d.w.z. het
vervoer van aardolie, aardgas en elektrische
stroom door Oostenrijk.
Feestdagen
Op onderstaande dagen zijn winkels,
musea en overige instellingen gesloten.
Bij bijna elke feestdag horen bepaalde
tradities en gebruiken. Ook vinden er
rondom de feestdagen verschillende evenementen
en/of festiviteiten plaats.
Onder de thema's winter en zomer kunt
u meer informatie hierover terug vinden.
Campings
Oostenrijk heeft een breed net van ca.
500 campingplaatsen, waarvan er een
aantal het gehele jaar geopend is.
De gemiddelde kosten per nacht, voor
2 personen, incl. auto, tijdens het
hoogseizoen zijn ongeveer Euro 18,50.
Veel
plaatsen geven kinderkorting en korting
aan leden van de FICC, AIT en FIA met
de "Internationale Camping Card".
Voor
het kamperen buiten de campings heeft
u toestemming nodig van de grondeigenaar.
Caravans
en Campers
Voor caravans heeft u geen extra autobahnvignet
nodig.
Overnachten
in campers buiten de camperplaatsen
en campings om is, behalve in Wenen,
Tirol en beschermde natuurgebieden,
toegestaan (regionaal verbod voorbehouden).
U mag er geen campingplaats van maken
(d.m.v. buitenzetten van tafel en stoelen).
In enkele gebieden en plaatsen in Oostenrijk
bestaat er een parkeerverbod voor campers
(informatie bij de gemeente of politie).
Elektriciteit
en gasflessen
Netspanning is 220 volt. De stroom op
de campingplaatsen kan van 4 tot 16
ampère variëren.
Steeds meer campings hebben CEE-aansluitingen.
Het inwisselen van gasflessen van internationale
merken gebeurt meestal op de campings
zelf.
Feestdagen
Nieuwjaarsdag
(1 januari)
Driekoningen (6 januari)
2e Paasdag
Staatsfeestdag (1 mei)
Hemelvaartsdag
2e Pinksterdag
Sacramentsdag
Maria Hemelvaart (15 augustus),
Nationale Feestdag (26 oktober)
Allerheiligen (1 november)
Maria Ontvangenis (8 december)
1e en 2e Kerstdag (25 en 26 december)
Oostenrijks
Toeristenburo
Postbus 94285
1090 GG Amsterdam
tel.: 020-4684793
fax: 020-4684786
oostenrijk@austria.info
|