De
Poolse hoofdstad Warschau ligt niet
ver van enkele andere Europese steden:
naar Amsterdam, Parijs en Londen is
het niet meer dan twee uur vliegen,
naar Wenen en Berlijn - iets langer
dan een uur. Gasten zijn in Polen welkom
in een half miljoen overnachtingsmogelijkheden,
duizenden restaurants en honderden attracties.
Wat betreft de toegang tot het geldautomatennet
plaatst Polen zich als achtste op de
Europese lijst. De dekking van het mobiele
telefonienet bedraagt inmiddels 94 procent
van het landoppervlak.
In
Polen is er voor ieder wat wils: bergen
met alpine karakter, brede stranden,
schone meren, oerwouden, historische
monumenten van wereldklasse. Tien in
Polen gelegen bezienswaardigheden staan
op de UNESCO-lijst van cultureel werelderfgoed.
Het zijn vier steden, een kasteel, twee
kloosters, het museum van de Holocaust,
een cultuurtechnisch monument en een
oerwoud.
Juist
de natuur is een van de grootste Poolse
attracties: wild, onaangetast, gekenmerkt
door grote biologische diversiteit,
zoals dit nog maar in weinig landen
in Europa en in de wereld voorkomt.
De natuur is bovendien voor iedereen
toegankelijk. Deze positieve kenmerken
worden door het groeiend aantal buitenlandse
toeristen dat Polen jaarlijks bezoekt,
hoog gewaardeerd. In het zuiden van
het land bevinden zich bergketens, waarvan
de hoogste top, de Rysy, 2.499 m boven
de zeespiegel uitstijgt. De bergstreken
trekken veel toeristen die op zoek zijn
naar rust, naar prachtige vergezichten
en 's winters naar allerlei vormen van
wintersport. Een ander zeer populair
vakantiegebied is het noordoosten; hier
liggen de groene longen van Polen, het
"Land van de Duizend Meren".
Ruim 100 km daarvandaan, in de buurt
van Bialowieza, bevindt zich het Bialowieza
Nationaal Park - een ongerept oerbossengebied,
uniek in Europa, dat met veel zorg wordt
beschermd.
Bijna
1/3 van oppervlakte van Polen is bedekt
met bossen, die voor vele wilde diersoorten,
zoals reeën, wilde zwijnen, dassen,
hazen en vossen, een habitat vormen,.
In sommige gebieden kan men zelfs beren
en wolven aantreffen. In het Oerwoud
van Bialowieza loopt een kudde van circa
300 wisenten vrij rond. Dankzij een
Poolse reddingsactie is deze grootste
Europese zoogdiersoort voor uitsterven
behoed.
Steenkool,
bruinkool, koper-, zink- en looderts
alsook zwavel en zout zijn de belangrijkste
grondstoffen die Polen rijk is. Elektrotechniek,
levensmiddelenproductie, textielindustrie,
chemische industrie, brandstofproductie
en zware industrie vormen de motor van
de Poolse economie. Een belangrijke
rol speelt ook het midden- en kleinbedrijf.
De Poolse landbouw bestaat voornamelijk
uit kleine en middelgrote boerderijen,
die vooral granen, aardappelen, suikerbieten,
raapzaad alsmede fruit en groente verbouwen.
Ook veeteelt en pluimveeteelt zijn belangrijke
inkomstenbronnen binnen de Poolse landbouw.
Polen
hecht grote waarde aan onderwijs. Zo
zijn er 124 instellingen voor hoger
en wetenschappelijk onderwijs, die door
bijna een half miljoen studenten bezocht
worden. Bijna 200 000 daarvan studeren
aan een universiteit en ruim 100 000
staan ingeschreven bij een technische
universiteit. De overige studenten worden
opgeleid op pedagogische hogescholen,
landbouwhogescholen en medische academies.
De oudste Poolse universiteit, tevens
een van de oudste Europese universiteiten,
is die van Krakau, die in 1364 gesticht
werd.
De
Republiek Polen is een parlementaire
republiek met een tweekamerstelsel en
een president als staatshoofd. De wetgevende
macht berust bij de lagere kamer, de
Sejm (460 leden), en de Senaat (100
senatoren). Het hoogste uitvoerende
orgaan is de Raad van Ministers (de
regering), met aan het hoofd de premier.
Twee
nationale feestdagen zijn: 3 mei, de
dag waarop in 1791 de eerste Poolse
grondwet werd aangenomen, tevens de
eerste grondwet in Europa, en 11 november,
de dag waarop Polen in 1918 haar onafhankelijkheid
herwon.
|