Lissabon Portugal

Lissabon (Lisboa in het Portugees) is de hoofdstad van Portugal. De agglomeratie telt zo’n 2.900.000 inwoners. De stad ligt op de rechteroever van de Taag, op korte afstand van de Atlantische Oceaan, in de streek Estremadura.

Geschiedenis
Volgens de legende is Lissabon gesticht door de Griekse held Odysseus tijdens zijn lange tocht naar huis, de Odyssee. Rond 1200 v.Chr. ontstond er een Fenicische handelspost. Rond 200 v.Chr. werd de stad veroverd door de Romeinen. Toen het Romeinse Rijk uiteenviel, viel de stad in handen van volkeren uit het noorden en raakte ze in verval. Onder de Moren, die rond 711 het Iberische schiereiland binnenvielen, bloeide de stad weer op en werd ze weer een belangrijk handelscentrum.

Afonso Henriques, die zich in 1139 tot eerste koning van het in eerste instantie kleinere Portugal had uitgeroepen, veroverde Lissabon in 1147 met hulp van onder meer de kruisvaarder Gilbert of Hastings. Afonso liet hierna een bestaand fort op een heuvel ombouwen tot koninklijk paleis. Het Castelo de São Jorge vervulde deze rol tot begin 16e eeuw. Tevens verrees de kathedraal Sé, waar Hastings als eerste bisschop van Lissabon zetelde.

In de buurt hiervan bevindt zich het kerkje Santo António à Sé, dat gewijd is aan Antonius van Padua, de 13e eeuwse beschermheilige van de stad.

De stad ontwikkelde zich sterk, zowel economisch als cultureel; in 1290 werd bijvoorbeeld de Universiteit van Lissabon gesticht. Met Vasco da Gama’s ontdekking van de zeeweg naar Indië, rond 1500, begon de Portugese Gouden Eeuw. Koning Manuel I liet na Da Gama’s terugkeer het Mosteiro dos Jerónimos bouwen, het klooster waar de ontdekkingsreiziger begraven ligt.

Op 1 november 1755 werd de stad getroffen door een zware aardbeving. De vele doden, 15.000 volgens sommige bronnen, vielen niet alleen door instortingen, maar ook door branden en hoge golven uit de rivier. Onder de pragmatische premier, de latere Marquês van Pombal, werd aan de wederopbouw begonnen. Zijn invloed is terug te zien in het strakke stratenplan van het zuiden van de wijk Baixa. Ook de 20e eeuwse dictator António de Oliveira Salazar moderniseerde de stad. In 1998 huisvestte Lissabon de Expo.

Bezienswaardigheden
Baixa, de “benedenstad”, is het centrum van Lissabon. Hier bevindt zich het Rossio, al eeuwen het belangrijkste plein van de stad. Aan het aan de Taag gelegen zeer grote plein Praça do Comércio bevond zich, totdat Portugal in 1910 een republiek werd, de koninklijke residentie.

Ten westen van de Baixa, en ongeveer dertig meter hoger, ligt de wijk Bairro Alto. Hier zijn vele restaurants en uitgaansgelegenheden te vinden. De van rond 1900 daterende Elevador de Santa Justa is een door een leerling van Gustave Eiffel ontworpen lift in neogotische stijl. De lift wordt gebruikt om naar de dertig meter hoger gelegen wijk Bairro Alto te komen.

Ten oosten van het centrum ligt de Alfama, een oude volkswijk. Met zijn vele steile straatjes, trappen en steegjes is het een belangrijke bezienswaardigheid. Dwars door de wijk kronkelt tramlijn 28, waarop zeer oud trammaterieel rijdt. Deze tramlijn wordt zeer veel door toeristen gebruikt, maar is ook nog steeds belangrijk voor de ontsluiting van de wijk.

In het Museu Nacional de Arte Antiga, het belangrijkste kunstmuseum van Portugal, bevindt zich onder meer veel werk van Noord-Europese schilders zoals Jeroen Bosch en Albrecht Dürer.

De van oorsprong Armeense filantroop Calouste Gulbenkian verzamelde tijdens zijn leven meer dan 6000 kunstwerken. Het Museu Calouste Gulbenkian toont zijn collectie met Egyptische, Islamitische, Chinese en Japanse kunst en schilderijen van Rogier van der Weyden, Ghirlandaio, Frans Hals, Rembrandt, Fragonard, Manet en Degas.

De uit 1966 daterende brug die Lissabon verbindt met de Outra Banda, de zuidoever van de Taag, is later Ponte 25 de Abril genoemd ter ere van de Anjerrevolutie. Het ontwerp is geënt op dat van de Golden Gate Bridge in San Francisco.

Lissabon is ook bekend vanwege de fadomuziek. De beroemde schrijver Fernando Pessoa werd er in 1888 geboren.

Een paar kilometer ten oosten van het centrum ligt het “nieuwe centrum” op het expoterrein. Hier zijn onder meer een aquarium, een winkelcentrum, een kabelbaan en het belangrijke treinstation Oriënte te vinden. Vlakbij dit terrein ligt een nieuwe brug over de Taag: de 12 kilometer lange Vasco da Gamabrug.

In Lissabon zijn ook een groot aantal parken. Het prettigst is Parque Eduardo VII met de Estufas. Het kassencomplex bestaat uit twee glazen broeikassen. In de Estufa Fria (koude kas) kas zijn tussen de winterharde bloemen en varens fonteinen, beekjes en vijvers aangelegd. In de vochtige beschutting van de Estufa Quente (broeikas) vormt het een domein van cactussen, waterlelies en flamingo’s. In de broeikas zijn verschillende soorten vogels aanwezig, zoals dwerg-papegaaien en een pauw. Jardim Botânico is ook een aanrader met zijn zeldzame planten en bomensoorten. Het park Campo Grande komt enerzijds minder in aanmerking, omdat je daar niet aan de verkeersherrie en de laagvliegende vliegtuigen kunt ontkomen. Anderzijds zijn er wel aardige roeibootjes te huur.

Openbaar vervoer
Hoewel het tramnet de afgelopen decennia sterk is uitgedund, kent de stad nog diverse tramlijnen met zeer oud trammaterieel, waaronder de eerder genoemde lijn 28. Ook is er een moderne tramlijn met lagevloermaterieel naar de voorstad Belém. Door uitdunning van het tramnet is het uitgebreide busnetwerk steeds belangrijker geworden.

Voor snel vervoer naar de buitenwijken kent de stad een metronetwerk en voorstadstreinen. Sinds een aantal jaren rijdt er ook een voorstadstrein over de Ponte 25 de Abril.

Het nationale vliegveld ligt feitelijk midden in de stad, op maar een paar kilometer van het stadscentrum.