| PRAAG
Praag is een betoverende
stad vol bruggen, kerken,
vergulde daken en tegelijkertijd
een moderne metropool. Praag
is ook een stad waarin verschillende
architectonische stijlen
op een unieke manier naast
elkaar bestaan. Het is een
stad vol romantische steegjes
en bouwkundige schatten
in het historische centrum.
Al tijdens de eerste wandeling
door de stad ontdekken we,
dat de ontwikkeling van
de Europese architectuur
er uitstekende vertegenwoordigers
heeft achtergelaten van
afzonderlijke stijlen. We
kunnen Romaanse, gotische,
renaissance, barok- en classicistische
gebouwen bewonderen of verschillende
elementen van pseudostijlen
of Jugendstil. Praag is
ook een groene stad. Op
de hellingen onder de Burcht
is tot vandaag zichtbaar
hoe de barokbouwkunst heeft
ernaar gestreefd om naast
de paleizen ook tuinen te
plaatsen, vol paviljoenen,
tuinhuisjes en koepels.
Het
gezicht van Praag wordt
door 15 grote bruggen compleet
gemaakt. Viertien ervan
welven zich over de rivier
Moldau (Vltava in het Tsjechisch),
één maakt
een reuzen- stap over de
dal van Nusle. De oudste
en meest waardevolle brug
die in 1357 gebouwd is,
draagt de naam van zijn
stichter Karel IV. Het kan
niet ongemerkt gepasseerd
worden tijdens een wandeling
langs de zgn. Weg van de
koningen (Královská
cesta), de meest bekende
toeristische route die uit
het centrum naar de Praagse
burcht leidt.
Een
van de meest adembenemende
en fotogenieke uitzichten
op de Burcht doet zich voor
uit het bruggehoofd van
de Karelsbrug. Het effect
van het Burchtpanorama wordt
versterkt door het feit
dat we er praktisch alle
bouwstijlen in kunnen ontdekken.
Zo kan er zonder overdrijven
vastgesteld worden dat we
op deze manier de duizendjarige
ontwikkeling van de Europese
architectuur kunnen bekijken.
Een
andere blik op de stad kan
genoten worden in de hoekjes
van de vele eilanden rondom
welke de rivier Moldau stroomt.
Hoewel deze eilanden en
eilandjes geografisch niet
echt interessant zijn, vervullen
ze een belangrijke rol uit
het oogpunt van de stadsgroen,
gelegenheid tot rust en
ontspanning in het midden
van de rumoerige stad.
In
de Tsjechische hoofdstad
bevinden zich buitengewoon
veel theaters, concertzalen,
tentoonstellingsruimtes,
musea en galeriën.
Het wordt vaak gezegd dat
Praag zo veelzijdig is zoals
men wenst. En ieder die
langs komt krijgt een van
de betoverende gezichten
van de stad te zien…De
hoofdstad van Tsjechië
met zijn 1,25 miljoen bewoners
hoort tot de meest bezochte
localiteiten van Midden-Europa
en tegelijkertijd is Praag
de vaakst bezochte toeristische
bestemming in Tsjechië.
Praag is ook een stad waarin
verschillende architectonische
stijlen op een unieke manier
naast elkaar bestaan. We
kunnen Romaanse, gotische,
renaissance, barok- en classicistische
gebouwen bewonderen of verschillende
elementen van Jugendstil,
kubisme en functionalisme.
Praag is ook een levend
voorbeeld van een stad waarin
de geschiedenis recht in
de ogen kijkt van de koele
spiegels van de ambicieuze
moderne architectuur. De
stad is eeuwenlang een samensmelting
geweest van de Boheemse,
Duitse en Joodse cultuur.
Deze wederzijdse samenwerking
van de culturen is op gewelddadige
wijze onderbroken door de
gebeurtenissen van de Tweede
Wereldoorlog (holocaust,
deportatie van de Duitse
bewoners) en de koude oorlog
die de stad en het hele
land voor tientallen jaren
heeft geïsoleerd van
de demokratische landen.
Vanaf 1989 geniet Praag
opnieuw van boeiend cultureel
en sociaal leven. Veel internationale
culturele en sportevenementen
worden er georganiseerd.
Tientallen musea en galeriën
nodigen de bezoekers uit
om de permanente exposities
of gelegenheidstentoonstellingen
te komen bekijken van de
juwelen van de beeldende
kunst en kunstambachten
van alle tijden en landen
van herkomst. Praag is ook
het centrum van de Tsjechische
academische wereld. De Karelsuniversiteit
(gesticht in 1348) is een
van de oudste universiteiten
van Europa.
Geschiedenis
van Praag
De eerste nederzettingen
op het terrein waar zich
tegenwoordig de stad Praag
bevindt, dateren tot het
Paleolithicum. De hoogtes
boven de Moldau zijn toen
bewoond geweest door leden
van een onbekende stam.
Hun nakomelingen hebben
geleidelijk ook de overige
plaatsen bevolkt in de naaste
omgeving. Zo is het hele
gebied rond de P-vormige
meander van de Moldau gevuld
met nederzettingen, alsof
het een symbool was van
de beginletter van de toekomstige
stad.
De
vondsten van sieraden die
qua vorm overeenkomen met
het goudsmeedwerk van het
Groot-Moravische rijk, getuigen
over het bestaan van een
Slavische citadel in Praag
tegen het einde van de prehistorische
tijd.
De
nederzettingen in het Praagse
bekken kregen een nieuwe
betekenis aan het einde
van de 9e eeuw. Toen is
de Praagse burcht gesticht,
binnen de versterking ervan
is de christelijke Onze-Lieve-Vrouwekerk
gebouwd en de Burcht is
de hoofdzetel geworden van
de dynastie van de Premysliden.
De Praagse burcht werd het
centrum van het Boheemse
vorstendom. De groeiende
macht van de Premyslidse
vorsten en de gunstige ligging
op een kruising van belangrijke
handelswegen veroorzaakten,
dat de Burcht de belangrijkste
plaats van het hele land
werd.
De
verandering van de versnipperde
agglomeratie in de voorburcht
in een echte versterkte
top-middeleeuwse stad met
stadsrechten, heeft drie
eeuwen geduurd. Deze rijpingsperiode
wordt de romaanse periode
genoemd. De eerste historisch
bekende Tsjechische vorst
Borivoj heeft voor het grote
belang van de citadel van
Hradcany gezorgd. Praag
is een stad geworden in
de wisseling van de 12e
en 13e eeuwen. De Oude Stad
ontstaat na 1320. Aan het
einde van de 13e eeuw smelt
het samen met de Kleinere
Stad. In het begin van de
14e eeuw ontstaat een volgende
Praagse stad – Hradcany.
Het
bewind van Karel IV (1346
– 1378) betekende
een verheffing voor Praag.
De stad is het tweede grootste
centrum van het Europese
rijk en na Rome ook de tweede
christelijke metropool.
Kare IV heeft de stenen
Karelsbrug laten bouwen
(1357), heeft de Karelsuniversiteit
gesticht (1348) en de Nieuwe
Stad. Na de dood van Karel
IV neemt zijn zoon Václav
IV de regering over. Praag
wordt een van de mooiste
en meest adembenemende steden
van de wereld die terecht
het Rome van het noorden
wordt genoemd. Het aanzien
van Praag blijft de komende
twee honderd jaar onveranderd.
Pas
de Jagellonische tijden
maken het gotische Praag
compleet. De Habsburgers
brengen het geest van de
renaissance met zich mee.
De glans van een residentie
wordt aan Praag teruggegeven
door de keizer Rudolf II.
Maar de slagen die op de
Tsjechische landen neervallen
na de nederlaag van de protestantse
standen in 1620 zijn ook
in Praag niet zonder gevolg.
De Habsburgse overwinning
op de Witte berg (Bílá
hora) brengt Ferdinand II
op de Tsjechische troon
en de stad wordt een provinciestad
zonder invloed en macht.
Zelfs de eerste vrouw op
de Tsjechische troon, Maria
Terezia (1740 – 1780),
betekent geen opleving.
Het bewind van Josef II
heeft de wonderschone stad
getekend door het opheffen
van kloosters, kerken en
door zware onderdrukking
van het Tsjechische volk
De
geleidelijke re-katholisatie
heeft met zich meegebracht
de bouw van nieuwe kerken
en kloosters in de barokstijl.
In deze stijl is ook aantal
paleizen gebouwd die tot
vandaag een markante dominant
van de stad vormen. In de
tijden van de radicale veranderingen
in de vorm van samenvoegingen
van de Praagse steden en
dorpen na 1784, kwam de
nieuwe vorm van het burgerlijke
classicisme aan. Het romantisme
bracht frisse lucht in de
Praagse tuinen en parken.
Dé stijl van de helft
van de 19e eeuw was een
nieuwe renaissance van de
afgelopen stijlen die zich
in de architectuur van het
hele Europa heeft gemanifesteerd,
inclusief Praag. De neo-renaissancistische
stijl symboliseerde de herleving
van de Tsjechische natie
en kwam vooral op gebouwen
tot uitdrukking die een
dichte band hadden met de
Tsjechische nationale cultuur
(Nationaal museum, Nationaal
theater, Rudolfinum). Tegelijkertijd
zei Praag vaarwel tegen
haar oude versterkingswerk.
Rond
het jaar 1900 leven er bijna
200 000 bewoners in Praag
en de vorm van de stad wordt
door de Praagse Jugendstil
beïnvloed. Praag hoort
tot de grootste steden van
Oostenrijk-Ungarn.
De
28 oktober 1918 wordt Praag
de hoofdstad van het nieuwe
zelfstandige Tsjechoslowaakse
staat.
De
nieuwe tijd brengt nieuwe
moderne architectonische
stijlen met zich mee: het
functionalisme, kubisme
en constructivisme. Een
uniek complex van kubistische
huizen is tot vandaag bewaard
gebleven op de oever van
de Moldau onder de Vyšehrad.
De
ontwikkeling van de Tsjechische
hoofdstad is onderbroken
door de Tweede Wereldoorlog
en de Duitse bezetting.
De verworven vrijheid is
al gauw gedoofd door de
communistische onderdrukking
die tot vijftig jaar van
het „bouwen van het
socialisme“ leidde.
In
de laatste jaren van de
vorige eeuw (1992) is het
historische centrum van
Praag bijgeschreven op de
prestigieuze Lijst van het
wereld cultuurfonds van
de UNESCO. Praag treedt
het nieuwe millenium in
als een trotse zelfbewuste
metropool die met nieuwe
en buitengewoon geslaagde
architectonische werken
verrijkt wordt.
|