De
stad strekt zich uit over twee
continenten (Europa en Azië)
want aan beide kanten van de Bosporus
heeft het stedelijk gebied zich
erg uitgebreid. Groot-Istanbul
beslaat meer dan 400 km².
In 1973 had de stad nog een bevolking
van ongeveer 3 miljoen inwoners.
Momenteel is dit aantal meer dan
verdubbeld, vooral door de voortdurende
immigratie van plattelandsbewoners
die hier hun geluk komen zoeken.
Een Turks spreekwoord : "In
Istanbul zijn het stof en de stenen
van goud". Door die spectaculaire
bevolkingstoename kampt de stad
natuurlijk met problemen. De infrastructuur
volgt met moeite de bevolkingsgroei.
Sommige wijken zijn ook erg verpauperd.
Istanbul
is niet alleen een historische
stad, maar ook het economisch
hart van de moderne Turkse Republiek.
Een ononderbroken vloot van olietankers
en handelsschepen vaart dagelijks
door de Bosporus.
Op
cultureel vlak wordt pas de rijkdom
van de stad duidelijk. Het enorme
aantal musea, kerken, moskeeën,
paleizen, bazars en mooie idyllische
plekjes lijkt oneindig. Wanneer
men tijdens de zonsondergang aan
de oever van de Bosporus het rode
avondlicht ziet weerspiegelen
in de vensters aan de overzijde,
dan begrijpt men waarom vele eeuwen
geleden vele kolonisten op deze
plek zijn neergestreken en waarom
iedereen altijd deze glorieuze
stad heeft willen bezitten.
GESCHIEDENIS
Rond
600 v. C. sticht de Griek Byzas
op het schiereiland waar nu Istanbul
ligt de nederzetting Byzantion.
De plaats bleef lang zijn dorpskarakter
behouden tot de Romeinse keizer
Constantijn in 330 n.C. besloot
de stad te ommuren en er zijn
keizerlijke residentie in onder
te brengen. Vrij vlug werd de
stad 'Constantinopel' genoemd
en in 395 n.C. werd ze de hoofdstad
van het oostelijk deel van het
Romeinse Rijk, een tweede Rome.
Dit rijk krijgt later de naam
'Byzantijns Rijk', naar de oorspronkelijke
naam van de eerste nederzetting.
In
de vroege middeleeuwen wordt Constantinopel
steeds belangrijker als handelscentrum.
Handelaars uit oost en west komen
er zich vestigen. De kruistochten
tussen de 11de en 13de eeuw versterken
het kosmopolitisch karakter van
de stad. Het verjagen van de Byzantijnse
keizers en de korte periode tussen
1204 en 1261, waarin de stad geregeerd
werd door tot keizer uitgeroepen
kruisridders, brengt Constantinopel
aan de rand van de afgrond.
In
1453 wordt de stad door de Osmaanse
Turken onder sultan Mehmet II
veroverd. Vooral in de 16de eeuw,
onder sultan Soelaiman de Grote,
werd de stad verder verfraaid
met prachtige bouwwerken die niet
moesten onderdoen voor de monumenten
van de Byzantijnse tijd. In die
periode wordt ook de naam ISTANBUL
meer en meer gebruikt. Het is
een verbastering van het Griekse
'eis tin poli = in de stad). De
Grieken noemen Istanbul nu nog
altijd ' i poli'. In de daarop
volgende eeuwen knoopten steeds
meer Europese staten diplomatieke
betrekkingen aan met de stad die
nu de hoofdplaats was van het
Osmaanse Rijk.
Dit
rijk begon in de 19de eeuw te
verzwakken. Tijdens de eerste
wereldoorlog kozen de Osmanen
de kant van Duitsland. Na de oorlog
kwam er een geallieerde bezettingsmacht
maar in 1922 richtte Kemal Atatürk
een nieuwe republikeinse regering
op in Ankara. De laatste sultan
werd van de troon vervallen verklaard
en Istanbul werd opgeheven als
zetel van de centrale macht. De
stad is er nochtans in geslaagd
om sindsdien zijn positie van
economisch en cultureel centrum
van Turkije te behouden.
vakantie
turkije
|