De beste wandelschoenen voor je bergvakantie: zo kies je slim

De beste wandelschoenen voor je bergvakantie zo kies je slim

Op een dag bergwandelen zet je zo’n 20.000 stappen, en bij elke stap krijgt je voet een veelvoud van je lichaamsgewicht te verwerken op een steile afdaling. Reken daar een rugzak van acht kilo bij op en je snapt waarom die ene verkeerde schoen je hele week kan bepalen. Blaren, wegglijden op vochtig gras, drukkende tenen bij het afdalen: het overkomt vooral mensen die hun schoenen in vijf minuten kozen. Toch is het geen hogere wiskunde. Als je weet welke vier of vijf dingen echt tellen, kies je in één keer goed.

Hoog of laag: waar zit het verschil?

De eeuwige discussie begint bij de schachthoogte. Lage wandelschoenen zijn lichter, luchtiger en lopen soepeler af, waardoor ze prettig zijn op gebaande paden en dagtochten met een lichte rugzak. Hoge modellen omsluiten je enkel en dempen die verraderlijke zijwaartse zwiep als je voet op een losse steen belandt.

Enkelstabiliteit is niet hetzelfde als een stijve enkel. Een goede middelhoge schoen laat je nog steeds afwikkelen, maar begrenst de zijwaartse beweging net genoeg om een verzwikking te voorkomen. Draag je een rugzak van meer dan tien kilo of loop je over puinhellingen en sneeuwresten? Dan wint hoog.

Wandel je vooral in Zuid-Limburg of de Belgische Ardennen, dan volstaat een lage of middelhoge schoen prima. Voor de Alpen ligt dat anders.

Het ABCD-geheim van de schoenendoos

In veel winkels hangt een letter aan de schoen: A, B, C of D. Die classificatie zegt in één oogopslag voor welk terrein een schoen bedoeld is. A staat voor lichte wandelschoenen op vlakke, verharde paden. B is de brede middenklasse: stevige wandelschoenen voor heuvels, bosroutes en eenvoudige bergpaden. C betekent zwaarder bergterrein met los gesteente en steile stukken, en D is het domein van hooggebergte, stijgijzers en gletsjers.

De letters lopen ook in elkaar over: B/C is de categorie waar de meeste alpenwandelaars uiteindelijk uitkomen, met bekende modellen als de LOWA Renegade EVO GTX of de Hanwag Banks GTX. Wie het liefst wat sportiever loopt, kijkt naar een schoen als de HOKA Anacapa Mid GTX, die tussen trailrunner en bergschoen in zit. Bepaal dus eerst je route, dan je letter. Zo koop je geen expeditieschoen voor een wandelweek met hutten en gemarkeerde paden.

Onafhankelijke kooptips en een heldere uitleg van die categorieën vind je bij de NKBV: lees het overzicht van de NKBV voordat je de winkel in stapt.

Zool, grip en gewicht: de stille winnaars

De zool bepaalt meer dan je denkt. Een stijve zool verdeelt de druk als je op een smalle rotsrand of in een steen-trapje staat, waardoor je voetzool minder snel gaat branden. Te stijf op een boswandeling voelt juist als lopen op plankjes. Test het simpel: buig de schoen met twee handen. Geeft hij bij de bal van de voet iets mee en blijft de rest strak? Dan zit je goed voor B/C-terrein.

Grip komt van het profiel en het rubbercompound. Een Vibram zool met diepe, ver uiteen liggende blokken laat modder los en pakt op nat gras beter dan een fijn stadsprofiel. Kijk ook naar de hiel: een uitgesproken remrand houdt je tegen bij het afdalen, precies waar de meeste ongelukjes gebeuren.

Gewicht is de andere kant van de weegschaal. Elke honderd gram aan je voet voelt onderweg zwaarder dan aan je rug, dus zoek de lichtste schoen die nog genoeg stevigheid geeft. Niet de zwaarste die je kunt vinden.

Waterdicht, warm of wachten tot september?

Een Gore-Tex membraan houdt regen en dauwnat gras buiten en dat is in de Alpen geen luxe: een middagbui hoort er in de zomer gewoon bij. Nadeel is dat een membraan minder ventileert, waardoor je voeten op een hete augustusdag klam kunnen worden. Loop je vooral in droge, warme streken, dan kan een niet-waterdichte, ademende schoen aangenamer zijn.

Het seizoen bepaalt ook je keuze. Vroeg in het voorjaar liggen op hoogte nog sneeuwvelden, dus dan wil je een hogere schacht en een stijvere zool; in de nazomer op lager gelegen routes mag alles lichter. Voor hut-tot-huttochten met wisselend weer zijn wandelschoenen te vinden bij Bever, waar je ze ook met je eigen wandelsokken en steunzolen kunt aantrekken.

Vergeet trouwens de rest van je uitrusting niet: op hoogte brandt de zon harder dan je verwacht, dus zonnebrand, een dun windjack en petten horen net zo goed in de rugzak als goede schoenen. Bergsport gaat verder dan lopen alleen; eerder besteedden we al aandacht aan bergwandelen en via ferrata in het Gardameergebied.

Dat scheelt onderweg veel gezeur.

Pasvorm boven merknaam

Meindl of Lowa? Hanwag of Salomon? Eerlijk antwoord: het merk dat het beste om jóuw voet past, is het beste merk. Elk merk werkt met een eigen leest, de mal waarop de schoen gebouwd is. Het ene merk maakt een smallere hiel, het andere een ruimere voorvoet. Daarom loopt de een jarenlang op hetzelfde merk en krijgt de ander er blaren van.

Meet je voeten aan het eind van de dag, als ze iets gezwollen zijn, en trek de sokken aan waarop je gaat wandelen. Reken op ongeveer een centimeter ruimte voor je langste teen: bij afdalen schuift je voet naar voren en dat is precies waar je nagels het bezuren. Je hiel mag daarbij niet meebewegen, want dat wrijven veroorzaakt blaren.

Loop in de winkel op een schuine plank, ook omhoog. Voelt de schoen op de tweede minuut al ergens knijpen, dan gaat dat na twee uur niet weg.

Zo gaan ze jaren mee

Kwaliteit zit vaak in details die je niet direct ziet: een genaaide of goed verkleefde zoolconstructie die je opnieuw kunt laten bezolen, weinig naden op drukpunten en stevig nubuck of leer dat je kunt invetten. Zo’n schoen kost meer, maar gaat bij normaal gebruik vele seizoenen mee.

Onderhoud is niet ingewikkeld. Modder er na de wandeling met lauw water af, kranten in de schoen en drogen op kamertemperatuur, nooit op de verwarming, want dan verhardt het leer en laten lijmnaden los. Voor een wandelvakantie hoort een paar goede schoenen net zo hard op je lijstje als je paspoort en je verzekering; onze vakantie voorbereiden checklist helpt bij de rest.

Koop ze bovendien op tijd. Twee of drie wandelingen in het bos voor vertrek doen wonderen: je voeten wennen aan de schoen, de schoen aan jouw voet, en eventuele drukpunten merk je thuis in plaats van op 2.000 meter hoogte.

En dan sta je in juli bij dat eerste hutje boven de boomgrens, uitkijkend over een dal in de ochtendnevel, met voeten die nog fris genoeg zijn om morgen weer verder te klimmen.

Het merk dat het beste om jouw voet past, is het beste merk.